|
Balkcijnzen
Op perceel nr. 8 en 19 rustten zogenoemde
balkcijnzen of
ballingcijnzen. Deze cijnzen zijn in de dertiende eeuw en in
1310 ontstaan door de omslag van de cijnzen voor de gemeint. Dit
wijst er op dat er in 1310 al huizen stonden op deze percelen.
Een cijns aan Helmond op perceel nrs. 10 en 16:
Vanaf 1190 betaalden lieden die een perceel van de
gemeenschappelijke grond voor eigen gebruik kochten daarvoor een
jaarlijkse cijns aan de landsheer. In 1314 gaf de hertog van
Brabant deze cijnzen (met uitzondering van de hoendercijnzen) aan
de Heer van Helmond. Cijnzen voor nieuwe uitgiften na 1314 inde de
hertog hierna weer zelf. Cijnzen aan Helmond werden dus betaald voor in
de periode 1190-1314 uitgegeven percelen.
Hm-147 (nieuwe
nummering vanaf de zestiende eeuw) rustte rond 1600 op perceel
nr. 10. In de achttiende eeuw russtte deze cijns half op perceel
nr. 10 en half op perceel nr. 16. De cijns komt voort uit cijns
nummer Hm-53 (nummering in de vijftiende eeuw). Hm-53 (oud) werd
opgesplitst in twee delen: Hm-147 (nieuw) en Hm-210 (nieuw).
Hm-210 (nieuw) rustte in de achttiende eeuw op Wielse Hoef,
perceel nr. 19. In deze reconstructie nemen we aan dat Hm-53 (oud)
oorspronkelijk verbonden was aan Wielse Hoef, nr. 19. Zie
de toelichting bij Wielse Hoef.
Een cijns aan de hertog uit
perceel nr. 16:
Uit perceel nr. 16 werd in de
zeventiende eeuw een cijns betaals aan de hertog van Brabant
voor een perceel van 1 bunder, uitgegeven in 1446 (Hg-54). De
oudst bekende cijnsbetalers waren:
|
Cijnsbetalers:
|
Transactie en datum: |
|
Hg-54:
Een bunder vytfang, ontvangen van de gemeint van Vechel
in het jaar 1446, belast met een grondcijns aan de
hertog van 12 nieuwe penningen.
|
|
Gerard die Vriese, zoon van Wilhelmus
|
In 1446 Koop van de gemeint |
|
Godefridus van Erpe
|
Verwerving 1450-1499 |
|
Johannes, zoon van Gozewinus van den Hovel
|
Verwerving 1450-1499 |
|
Heer Theodorus, zoon van Michaelis Schonk, priester in
Rode
|
Verwerving 1450-1499 |
|
Lucas van Houthem
|
Verwerving 1450-1499, vermeld in 1499 |
|
Gozewinus, zoon van Johannes van den Hoevel
|
Verwerving 1499-1524 |
|
Mechtildis, weduwe van Gozewinus Johannes van den Hoevel
en de kinderen van Andreas Boertmans
|
Verwerving 1499-1524 |
|
Wilhelmus van den Hoevel
|
Verwerving 1499-1524 |
|
Theodoricus, zoon van Godefridus van den Horrick
|
Verwerving 1499-1524, vermeld in 1524 |
|
Henricus, zoon van Henricus van Roey
|
Verwerving 1524-1542 |
|
Johanna, weduwe van Henricus Henricus van Roey, met 3
kinderen
|
Verwerving 1524-1542 |
|
Adrianus, zoon van Johannes Willems
|
Verwerving 1524-1542, vermeld in 1542 |
|
De 3 kinderen van Lunis Lunis Delis
|
Vererving 1599-1627 |
|
Lonis, zoon van Lonis Leunissen
|
Vermeld in 1639 |
|
Lonis en Elisabeth, kinderen van Lonis Lonis Leunissen
|
Vererving 1646-1661 |
|
Lonis, zoon van Lonis Lonis Leunissen
|
Vererving 1646-1661 |
Een cijns aan de heer van Helmond uit perceel nr. 16:
Uit perceel nr. 16 werd ook een cijns betaald aan de heer van
Helmond. Deze cijns heeft nummer Hm-153 (nieuw) en komt voort
uit Hm-41 (oud). Hm-41 (oud) was een cijns van 19 1/4 oude
penningen, en het oorspronkelijk uitgegeven perceel was 2 bunder
en 3 1/4 lopens groot. De cijns werd in 1456 verdeeld. Een deel
rustte in de achttiende eeuw op Hostie nr. 16, een deel op
Valstraat nr. 2 en een deel op een perceel in de Kempkens.
Na de verdeling in 1456 wordt van alle 3 de delen in het
cijnsboek vermeld dat de cijns betaald wordt voor een beemd in
Zijtaart. We nemen daarom aan dat deze cijns oorspronkelijk op
Valstraat nr. 2 rustte.
Een cijns aan de hertog op perceel nr. 19 en 21
In
1190-1340 werd een perceel uitgegeven van 1 bunder, belast met
een cijns aan de landsheer van 2 hoenderen (Hg-6). In 1450 werd de
cijns in twee helften verdeeld. Een deel rustte in de vijftiende
eeuw al op perceel nr. 19 en een deel op nr. 21. Volgens de
beschrijving van het cijnsgoed in 1340 rustte de cijns toen nog
op een perceel in Wielrot.
Kennelijk is deze cijns tussen 1340 en de eerste helft van de
zestiende eeuw verhuisd van het Wielrot naar deel Hostie. De
oudste bekende cijnsbetalers zijn:
|
Cijnsbetalers:
|
Transactie en datum: |
|
Hg-6:
Een
pereel beast met een cijns van 2 hoenderen aan de hertog
van Brabant, betaald uit het deel van Rodulphus, genaamd
Wylroet, uitgegeven in 1190-1340
|
|
Egidius Donkers
|
Vermeld in 1340 en in 1380 |
|
Luytgardis, weduwe van Egidius Donckers, met haar 8
kinderen, waaronder: Egidius, Theodoricus, Luytgardis,
Bela, Henricus en Leonius
|
Vererving 1392-1418, vermeld in 1418 |
|
De 8
kinderen van Egidius Donckers
|
Vererving 1443-1448, vermeld in 1450 |
|
Arnoldus, zoon van Egidius Donckers
|
Verwerving in 1450-1499 |
|
Heylwigis, weduwe van Arnoldus, zoon van Egidius
Donckers, met haar 5 kinderen
|
Vererving in 1450-1499 |
|
De 5
kinderen van Arnoldus, zoon van Egidius Donckers,
waaronder Jutta (overleden in 1450-1499)
|
Vererving in 1450-1499 |
|
De
cijns werd in 1450 verdeeld.
|
|
|
Hg-6.1: 1 hoen
|
Hostie nr. 21 |
|
De 5
kinderen van Arnoldus, zoon van Egidius Donckers
|
Vererving in 1450 |
|
Johannes, zoon van Dielis Nyelen met zijn dochter Maria
|
Verwerving in 1499-1524 |
|
Johannes, zoon van Dielis Nyelen
|
Verwerving in 1499-1524, vermeld in 1542 |
|
Willelmus, zoon van Johannes, zoon van Damielis, zoon
van Willelmus Bontwerckers
|
Verwerving na 1542 |
|
De
cijns wordt verder met 5.1.2 beschreven
(zie deel Soeracker,
nr. 29)
|
|
|
Hg-6.2: 1 hoen
|
Hostie nr. 19 |
|
Johannes, zoon van Egidius Donckers
|
Vererving in 1450 |
|
Berta, weduwe van Johannes, zoon van Egidius Donckers,
met haar 11 kinderen, waaronder Bela, Hilla, Luytgardis
en Nicolaus
|
Vererving in 1450-1499 |
|
De 8
kinderen van Johannes, zoon van Egidius Donckers
|
Vererving in 1450-1499 |
|
Luytgardis, dochter van Johannes, zoon van Egidius
Donckers
|
Verwerving in 1450-1499 |
|
Nicolaus, zoon van Johannes, zoon van Egidius Donckers
|
Verwerving in 1450-1499 |
|
Petrus, zoon van Theodoricus, genaamd Leeu Persmannus
|
Verwerving in 1450-1499 |
|
De 2
kinderen van Johannes, zoon van Danielis, zoon van
Willelmus Bontwercker
|
Verwerving in 1524-1542 |
|