|
Naam:
|
Agterste Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 11 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar de ligging. |
|
Naam:
|
Assenacker, Asche Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Assenacker [RAV-159 (1757)]
lant
op zontvelt, lant en beemt den assenacker [GVE12-290
(1777)] |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
As
is een prehistorische waternaam (aska), die op een
nederzetting werd overgedragen te
vergelijken met Asse in Brabant (Molemans, Paulissen,
1976, blz. 87). |
|
Verklaring door Beijers en van Bussel: |
As(ch) betekent normaliter esseboom. Sommige
schrijfwijzen ondersteunen echter de interpretatie
d’Aasbroek [het broek bij de Aa]; of moet uitgegaan
worden van d’Asbroek, een broek vol met essebomen? In
Assum (NH) ziet men ask = esseboom + heem = woonplaats.
Ook een PLN als Overasselt kan geanalyseerd worden als
bestaande uit Asle of Asselt = essenbos. In Ast,
afgeleid van Asch is het bekende collectief t-suffix
aanwijsbaar; de plaats waar essen staan, vgl. Berkt,
Eekt, Boekt e.d. Ook is niet uitgesloten dat Ast, in de
verbasterde vorm ‘est’ bv., betrekking zou hebben op een
droogoven voor mout, graan of hop. Deze wordt aangeduid
met ‘eest’. In het oostelijk gedeelte van Brabant
spreekt men van een ‘esthuis’ = bakhuisje, huis waar de
bakoven staat. In Aspert is de esp of ratelpopulier te
herkennen, de bekende Populus tremula L.
Moerman 1956:29; Buiks 1988 dl.4:9; v.Berkel &
Samplonius 1989:21,143; Billiet 1955:48
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 10-12 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Brantscampen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Uyt
huys schuer hoff ende aengelegen erffenis gelegen onder
Vechel op Sontvelt, d'een eijnde aen die gemeijnte ende
dandere eijnde aen den brantscamp [RGI69-20 (1646)]
brantscamp op zontvelt [Hs- (1753)]; een perceel heide
gelegen te Veghel op het zontveld genaamd brandskamp [N
(1824)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging op Zondveld. Waarschijnlijk afgeleid
van persoonsnaam. |
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 27-30
|
|
Opmerkingen:
|
Afgeleid van een persoonsnaam. R25, fol. 230
(10-2-1547):
Gerit, zoon van wijlen Bollen Gerit Brantss heeft al
zijn rechten in een erfcijns van 25 stuivers overgegeven
aan Willem soene wylen Hanrick Costerss. Willem had
beloofd deze erfcijns te betalen uit een huis met
toebehoren gelegen op Sontvelt
|
|
Naam:
|
Beemtjens |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Beemd was en is nog steeds de gangbare naam voor
hooiland. (MM.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 7, deel 1 en 8a |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Bundersteeg |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Armeneussel aan bundersteeg en busselhecken [GVIIE13
(1792)]
buenderse steeg, heyde [GVIIE13 (1792)]
de
bundersteeg [kad. (1832); V.]; B 2 (w: 40.90), E 700
(he: 22.41.00).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Liggende onder Zijtaart in het voormalige heidegebied
het Reibroek en op de grens van de gebieden het heibosch
en de Heibunders, in het verlengde van het vroegere
Venssteegje.
|
|
Ligging:
|
Zie
de
kadasterkaart van 1832 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
het Eeusel, Eeuseltje, Eeuselveltje |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
veldnaam “Eeussels” kwam in Veghel op verschillende
plaatsen voor.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Eeusel, afgeleid van eeuwen “voeren” is gangbare
Kempische benaming voor weiland meestal van
minderwaardige kwaliteit (M. Top. St. Huibr.Lille,
-133). |
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Eeuwsel wordt verklaard als een droge zomerweide, veelal
in particulier bezit en omheind, een schrale weide of
een weide in de bossen. Dit toponiem komt in het zuiden
van de Baronie geregeld voor, maar in het oostelijk
gedeelte van Brabant is het al even frequent [redactie].
Te Overpelt was een ‘eusel’ een kunstmatige weide i.c.
ontgonnen heide of woeste grond met buntgrassoorten
begroeid en in gebruik als veeweide, primair voor
schaapskudden. Volgens Lindemans zijn de eeuwsels in de
Belgische Kempen het eerste stadium bij de ontginning
van heide tot cultuurland. Het is niet precies te
achterhalen tot wanneer de eeuwsels als veeweiden hebben
dienst gedaan, maar zeker niet langer dan de 16de
eeuw.
Dat de eeuwsels goede hooilanden waren is
onwaarschijnlijk vanwege de bodemgesteldheid, nl. matig
natte zandgronden. Veel eeuwsels zijn thans als weiland
in gebruik omdat de grond voor hooiland niet vochtig
genoeg is en voor bouwland te nat.
(Lindemans 1946:2; Pijnenburg 1976:1; Buiks 1984
dl.9:32; Mennen 1992:217; Buiks & Leenders 1993
dl.4:383; Molemans 1976:314; Lindemans 1952; Helsen
1978:116.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 24, 25 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Groote Weij |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 34 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar de grootte. De Groote Weij en Kleijne Weij
lagen kort bij elkaar. |
|
Naam:
|
in Jekschot |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Et a
doernken usque jexschot et de jexschot pro ut limites
[GVI1 (1310)];
de
groote weghoeve by jecschot [Hs- (1564)];
een
hoeve in jecschot [GSO-262 (1617)];
de
heerlykheyt jeckschot [Mrv92-73 (1768)];
jekschot [kad. (1832)]; E 1422-1456;
heerlijkheid jekschot, bestaande is zes bouwhoeven,
weiland, mast en schaarhoutbossen, bosgrond en heide [N
(1893)]; E 1408-1416 (b: 7.90.40; w: 12.20; hu: 07.00;
bakhu: 00.32; tu: 03.36), 1417-1420, 1422-1439,
1441-1456 (b: 48.70; hu: 11.70; tu: 08.80); jeksend (jekschot)
[V.-]; E 1422-1439, 1441-1456.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggende ten zuiden van het Zondveld onder
Zijtaart, in vroeger tijden de Heerlijkheid Jekschot.
Het eerste lid is mogelijk ontstaan uit laak, lacob (M.Top.Overpelt,
-182, de laak). Het tweede lid: scho(o)t, beboste hoek
zandgrond, uitspringend in een moerassig terrein (M.Top.
Valk. -110). lekschot behoort tot de hoogst gelegen
gebieden van Veghel en ligt niet ver van lage terreinen
als het Laars op het aangrenzende grondgebied van
St.Oedenrode.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. deel van 7, deel van 8, 8, 10, 26-33 |
|
Opmerkingen:
|
Het eerste lid Jek- is mogelijk een vorm van Eik.
|
|
Naam:
|
aan de Jexschotse Loop |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
parceel groese en heijde gelegen in Veghel opt Zontvelt
aen de Jekschotsen loop
[RAV112-263v (1800)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Waterloop die begint aan de noordgrens van het gebied
Jekschot; vervolgens over een vrij grote afstand in
noordwestelijke de grens vormt tussen Veghel en
St.Oedenrode en tenslotten ter hoogte van het gebied de
Voort overgaat in de Biezenloop. Benoeming naar de
ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 30 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
die Jecxschotse steegde |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 6 grensde aan die Jecxschotse steegde |
|
Opmerkingen:
|
Steeg naar Jekschot
|
|
Naam:
|
Kerkenbeempt, Kerckenlant, Kerckenhoy |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
kerckenbeemt in de brugge [RAV56-31v (1680)]
het
dorshouts roth beginnende int kerckenbeemtje [GVIIB28 (±
1700))
in
eenen onverdeelde beemt hoijlants houtwasch en geregtigh.
over de brugge, genaemt kerkebeemt, groot int geheel 7
1. 5 r. [RAV112-60 (1795)]
de
kerken beemd [N (1835, 1879), V.-]; A 992-996 (ho:
2.24.40), 993 (ho: 37.70), E 1122 (w: 1.10.90), 1122a
(b: 19.80)
de
kerke beemd [V.-]; D 424 (ho: 78.00); het kerke beemdje
in de Amert [N (1885)]; A 993 (ho: 37.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. Benoeming naar de eigenaar.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 26, percelen nrs. 10 en 25 grensden aan de
Kerkenbeempt |
|
Opmerkingen:
|
Deze beemd werd in 1584 of 1585 door Peter Henrick
Heijmans aan de kerk van Veghel geschonken.
|
|
Naam:
|
Kleijne Weij |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 35 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar de grootte. De Groote Weij en Kleijne Weij
lagen kort bij elkaar. |
|
Naam:
|
Quade Coop, Caetcoop |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Land
den quaeyen coop in die nederbiest [Hs- (1519-1538)]
genaemt den quaden coop gelegen binnen deeze parochie
van vechel opt zontvelt [GOI26-31 (1610)]
zijn
streepken met het hopveldeken daemeffen in de neerbiest
in de quaetcoop [GVEI5-137 (1624)]
de
kwade coop, dorshout [GVEII13 (1792)]; de kwade koop op
de hoge boekt [N (1847)]; D
111
(b: 25.90).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. |
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 36 en deel van 40 |
|
Opmerkingen:
|
Spotnaam, wijzend op de slechte kwaliteit van de grond. |
|
Naam:
|
Leeghuys |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 21-23 |
|
Opmerkingen:
|
Hoorde het Leeghuys als onderhorige hoeve ooit bij de
Zondveldse Hoef?
|
|
Naam:
|
opt Leegh Sontvelt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Huijs, schuur, schop, hoff en halve bomgart mette
landerijen, weijvelden als hoijvelden, gelegen tot
vechel opt leech sontvelt [N (1658)]; leegh sontvelt
[Ms-].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging. Benoeming naar de lage ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 3, 16, 37 |
|
Opmerkingen:
|
Volgens de
hoogtekaart van 1965 lag het gebied van Hoog
Zondveld enkele deceimeters tot een halve meter hoger
dan dat van laag Zondveld. De grens tussen Hoog- en laag
Zondveld werd vermoedelijk gevormd door Zondveld Laag,
perceel nr. 37. Zie
de toelichting
bij de uitgiften.
|
|
Naam:
|
Luijcxkens Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 3 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar een eigenaresse |
|
Naam:
|
Reyt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Te weten dat derde deel van de rijt [GVIE2 (1422)]
hoyvelt die ryth in die nederbiest [Hs- (1519-1538)]
twee stucxkens neffen de rijt in den d'avel1 [GVEI5-83
(1624)]
int reijtie (den biesen) [GVE2-285 (1702)]; de reydt,
crekelhoff [RAVI59-157v (1752)]
de rijt [kad. (1832)]; C 461-472
de ryt [N (1876, 1882, 1883, 1884)]; C 471-472 (he:
7.09.50), D 108-109 (b en w: 74.10), 172 (b: 62.30), E
1049 (ho: 25.60) 790 en weg. (he: 5.83.10)
de rijdt [V.-]; B 404 (b: 56.80); de reytjes [V.-] B 1,
5, 6 (w: 95.50)
de rijt [V.-]; D 108 (b: 42.50); de rijtjes [V.-]; E
764-765 (b: 0.18.19; w: 0.20.50).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggend tussen de Heuvel en Blankenburg, tevens
verspreid liggende percelen.
Wellicht benoeming naar de ligging aan een rijt
"waterloop" (M. Top. Valk.-219). |
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Er zijn bij rijt diverse oudere varianten denkbaar zoals
ret, retten, rit, ride en de diminutieven rijtke, reitke,
rie(t)ke en retke. Het is mogelijk de meest voorkomende
waternaam geweest afgeleid van het germ. * ridha = beek,
waterloop.
In veel gevallen komt ‘rijt’ voor als benaming van
landerijen; de naam van het water is overgedragen op het
aangrenzende land. Dit getuigt van de ouderdom van de
naam. De primaire betekenis is kleine waterloop.
Volgens Beex zou een rijt vooral het dalvormig begin
zijn van een beek, een soort komvormige laagte.
Onder Alphen is de naam Rijt al bekend in 1295. Rijten
waren al of niet gegraven waterlopen. Het is een
soortnaam zoals bv. ven, goor, meer, broek en weijer. De
rijten, goren en broeken hadden een regelende functie in
de waterstand der riviertjes. Bij veel regen hielden ze
veel water vast en bij droogte bleef het wegsijpelende
water van de reservevoorraad voldoende om de riviertjes
en beken stromend te houden.
Beex 1964:26; Buiks 1992:20; Molemans 1976:1334;
v.Berkel & Samplonius 1989:153; Buiks & Leenders 1993
dl.2: 97; Buiks & Leenders 1993 dl.3:230.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 3-5 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
op Ricartsfoert |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Usque ryconsvort se extendunt et de ryconsvort [Hs-
(1310-1311)]
ad
locum dictum aen des rycartsvoert [Hs- (± 1385)]
rykevoort off creytenborgh [GVEI2-295 (1778)]
ook
rijckontsvoort, rijconsvoert, nu de voort genoemd
beneden krijtenburg (voorde over
jekschotse loop) [M.- (1954)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggend ten zuiden van de Hoge Biezen, nabij
Krijtenburg onder Zijtaart, nu de Voort genaamd. Het
eerste lid is wellicht ontstaan uit de mansnaam Rijcart,
Ryckont, Richard of een daarvan afgeleide persoonsnaam.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 3 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Rybroek |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Dat
ruybroeck ad locum dictum zytart [GVIE2 (1484)];
in
loco dicto ruybroeck, 1519-1538 Hs-
van
't sontveldt op rudebroeck [GVB54 (+ 1700)];
't
reibroekske aan de colck [RAV159-56v (1742)];
reijbroek [GO- (1754)]; het reibroek [kado (1832)]. E
672-725;
't
rijbroek [V.-]; E 693 (verk.) (he: 19.37.30), 700 (verk.)
(he: 22.41.00).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Voormalig heidegebied onder Zijtaart, tevens (Reibroekske)
perceel van onbekende ligging
in
of nabij het Reibroek. Mogelijk afgeleid van "rei" B)
voor waterloop, sloot 6) voor in
het
land, greppel, bepaaldelijk ajwateringssloot (W.N.
T.-1590).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 6 grensde aan het Rybroek |
|
Opmerkingen:
|
Het natte broekland tussen Zijtaart een
Zondveld heete het Reibroek. De oude vorm was
Rudebroeck (uitgiftebrief Jekschot in 1311).
Rude- is een Oudnederlands woord voor ruw, of wild.
(Vergelijk met het Engelse ‘rude’.) Het gebied is nu zo
plat als een pannekoek, maar eertijds zat het vol gaten
en bulten. Boeren staken er leem en de bulten werden
afgegraven voor het zand. Dat gebeurde nog in 1901 voor
de bouw van het klooster.
|
|
Naam:
|
op Sontvelt, Zontvelt, Soffelt, Somptvelt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
SoffeIt, sontvelt [Mv-1954 (1300)]; zontevelt [GVIE2
(1361)]; sontfelt [Hs- (1380-1385)];
huis, plaats, hof en erf gelegen in Veghel ter plaatse
genaemt op zontvelt, tussen het erf
van
Theodoricus van zontvelt [GZG-603 (1424)];
zontvelt [GVE2-39 (± 1500)];
op
sondtveldt [HHI47-30 (1621-1691)];
de
hopstreep op zontveldeke [RAV160-26v (1762)];
't
zontveltje [GVEI2-40 (1778)];
het
zondveld [kad. (1832)]; E 1078-1364, 1366-1421;
het
zontveld [N (1852)]; E 46, 214-216, 252, 267-269, 851,
1053-1074, 1395, F 593, 594,609-612, 1190 (bouwhoeve
etc.: 17.40.87).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Oude
buurtschap liggende onder Zijtaart. "Zond" afgeleid van
"sonder, zuid" (zie zonderlaak) ? Van "sonde" mnl. vorm
van "zon"? (Verwijs en Verdam, -1539); een verband met
de plaats Son is misschien ver gezocht, hoewel niet ver
westelijk van het Zondveld van ouds een weg liep van
Veghel naar Son; ook de spellingvariant Soensvel zou een
indicatie in deze richting kunnen vormen. Afgeleid van
de persoonsnaam v. Son?
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 3, 5-41 |
|
Opmerkingen:
|
De naam Zondveld is nog niet verklaard. Er zijn
jongere afwijkende vormen van de naam die we niet voor
een verklaring van de naam mogen gebruiken, omdat ze
slechts enkele keren genoemd worden en van recente datum
zijn. Zo is Sonsvelt een verbastering, net als de
Sonse bunders een verbastering is van
Sontveltse buenderen. Een andere verbastering is
Zompvelt. De oudste vorm Sontvelt (1311),
wijkt nauwelijks af van het tegenwoordige Zondveld, in
de volksmond verkort tot Soffelt. Zondveld
is geen verbastering van Zandveld, wat dat zou in
de volksmond Zaandveld worden en vervolgens
Zoavelt, net zoals Haanvelt nu Hoavelt
heet. Een andere verklaring in de literatuur is
afge-zond-erd veld, maar hoe dat woord naar
Zondveld zou kunnen evolueren wordt niet toegelicht.
|
|
Naam:
|
Sontveltsche Buenders, Zonse Buenderen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 31-33 |
|
Opmerkingen:
|
De veldnaam Zonse Buenderen is een verbastering van
Zontveltsche Buenders
|
|
Naam:
|
Zondveldsche Hoef |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Eene
schoone hoeve, schuur, schop, bakhuis, hof, aangelegen
hooi-, wei-, bouw- en teulland en dreven met eike en
andere boomen beplant, houtwasch, voorpoting en
geregtigheden, genaamd de zontveldse hoeve ... op het
zontveld [N (1818)]
zondveldsche hoef [kad. (1832)]; E 1063 (hu etc.:
09.30).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging op het Zondveld onder Zijtaart. Benoeming naar
de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 6 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Vlaes, Flaas |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Landt en groes de vlaas (creytenborgh) [GVE12-225
(1777)]
de
flaas [N (1865)] E1100-1104 (w: 82.30); de vlus [V.-]; E
1105, 1109, 1112 (b: 24.20; w: 25.40), 1165 (he:
1.00.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging op het Zondveld onder Zijtaart. namen met vlas
wijzen op de vroegere vlaswinning
(tot
in de 1ge eeuw) (Top. van Valk. -254). Vlaas kan ook
duiden op een plas, poel
of
stilstaand water temidden van een bos- of heidegebied.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 13, 14 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
op de Voort |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
de
voort [kad. (1832)]; E 1045-1076
de
voort, gebied beneden krijtenberg bij vroegere voorde
over jekschotse loop, vroeger rijconsvoert,
rijckontsvoort geheten [Mvc(1954)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggend tussen het Zondveld en de Hoge Biezen
onder Zijtaart. Benoeming naar een doorwaadbare plaats
in de Biezenloop ter plaatse. Mnl. voort, vort, voirt "ondiepe
doorwaadbare plaats; plaats waar men door een water kan
gaan" (Top. v. Valk. -258). Vroeger rijkevoort genaamd (zie
rijkevoort).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
De oorspronkelijke betekenis van het mnl. vort, voirt is
doorwaadbare plaats in een beek. Was zo’n overgang
gemaakt van stenen, dan sprak men van een Steenvoort.
Helsen wijst erop dat voorde-namen vaak grenstoponiemen
inhouden. De Overpeltse voorde-namen zouden dit
bevestigen. Waar waterlopen de grens tussen gemeenten
vormden werd blijkbaar een doorwaadbare plaats gezocht
om het onderling verkeer te bevorderen. Het woord zelf
zou een afleiding zijn van het germ. * furdu. Verborgen
voorde-namen treft men aan in Stevert > Steenvoort,
Bemmert > Bemvoort, Koevert > Koevoort, Loksert >
Laaksvoort, Sliffert > Slibvoort.
Buiks 1990:190; Bach 1953:422; Smith 1956 dl.1:181;
Dittmaier 1963:81; Molemans 1976:1691; v.Berkel &
Samplonius 1989:166.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 3, 5 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
de Weijerbeemt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
weyerbeemt sontvelt [GVIIE13 (1560)]
weyerbeemt op sontvelt [GVEI2-287v (1777)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging op het Zondveld. Benoeming naar de
ligging bij een weier, vijver.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 32, 33 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|