|
|
Naam:
|
Ballinghoeve |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Hereditates die ballinghoeve [Hs-14 (+/- 1380)]
in de
hoeve ‘t guet te poervelt bij die ballinghoeve
[BP1195-175 (1425)
die
gemeen buenre strekkende tot de ballinghoeve [GZG-1124
(1454)]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Balling/ballings = eigenaam. Het woordenboek vermeldt de
grote frekwentie van de eigennaam Balling als typisch
Zuid-Nederlands (Hoogbergen). Mogelijk ook afgeleid van
mnl. ballinc = balling, banneling, zelfstandig naamwoord
van ban, bannen (De Vries). De ballinghoeve komt ook
voor onder de naam poeyerveldtsche hoeve (Meuwese,
1954).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Balling of mnl.
ballinc is een gerechtelijke volmachtbrief ter executie
van een vonnis. De uitdrukking ‘enen ballinc slants
leggen’ betekent iemand buiten het land bannen of
buiten de wet zetten. Een ‘ballincboek’ is vergelijkbaar
met een banboek. Betreft het hier een perceel waarover
een gerechtelijke procedure is gevoerd of waar een
speciale ban of inspectie op uitgevoerd werd ? (Verdam
1983 Suppl.:41; Verdam 1932:52)
|
|
Ligging:
|
Perceel
nrs. 3-5, vermelding in 1428. |
|
Opmerkingen:
|
De naam
kan ook afgeleid zijn van de (hertogelijke)
ballingcijns die op deze hoeve rustte.
Misschien is balling- afgeleid van de (hertogelijke)
baljuw aan wie die cijns dan betaald zal zijn.’
|
|
Naam:
|
Bouwlust |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
bouwlust [kad. (1832)]; B 808-832
eene
bouwhoeve, etc. genaamd Bouwlust [N (1846)]; B 608-638
hoeve
bouwlust [V.] B 384 (b: 2.33.20)
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Een
hoeve met landerijen onder Mariaheide, die men langs de
provinciale weg naar Uden dichtbij Mariaheide, links in
het landschap ziet liggen aan het einde van een fraaie
oprijlaan. Het bouwjaar 1818 prijkt in de vorm van
muurankers op de voorgevel.
Van
Hoof vereenzelvigt hoeve Bouwlust met de andere
Poederveldse hoeve (van Hoof). Mogelijk was de
Poederveldse hoeve vroeger op dezelfde plaats gevestigd
(zie Poederveldse Hoeve). Ook Meuwese vereenzelvigt
beide hoeven met ekaar. (Meuwese)
|
|
Ligging:
|
Het
huis op perceel 2 wordt op de kadasterkaart van 1832 zo
genoemd. |
|
Opmerkingen:
|
De
eerste bewoning van het huis dateert uit 1786-1791. In
het maatboek van 1792 wordt het huis niet genoemd.
Mogelijk was het huis gebouwd in 1791. In 1818 kan dan
sprake zijn van verbouw. De naam Bouwlust lijkt een
nieuw verzonnen naam te zijn uit het einde van de
achttiende of begin van de negentiende eeuw.
Over de
relatie tussen Bouwlust en de Poederveldse hoeve, zie
de geschiedenis van het leengoed de Poederveldse
Hoeve.
|
|
Naam:
|
‘t
Groot Binnenvelt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert deze naam op veel plaatsen in
Veghel.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Een
binnenveld is een door omliggende akkers of aangelagen
ingesloten stuk grond en enkel over deze te bereiken.
(M. Top. Valk.) |
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel:
|
Meestal zal het
gaan om een ligging direkt bij een hoeve. Men kan denken
aan een stuk grond dat besloten ligt tussen andere
percelen en dat via het recht van overpad voor buren
bereikbaar was. In dit verband kan ook in aanmerking
komen de veldnaam ‘bijn’. Grondvorm hiervan is bi-wunda
in de betekenis van ‘omheind land’; meer specifiek een
(door koop verworven) stuk uit de gemene gronden, vgl.
d’n Bijnbeemd. Wegnamen met het element ‘binnen’ duiden
verbindingen aan die binnen of midden in een bepaald
gebied lopen. Ze zijn veelal de kortste verbindingen
tussen twee punten. Mogelijk correspondeert ‘binnen’ ook
met ‘benne’ (Buiks 1990:58; Molemans 1976:151;
Molemans 1975:67; Mennen 1992:322.)
|
|
Ligging:
|
Deel
van perceel nr. 4
|
|
Opmerkingen:
|
De
verklaring van Cornelissen overtuigt niet. Bij mijn
vaders huis (Pastoor Clercxstraat 22, Zijtaart) was het
Binnenveld de akker en weilanden bij het huis gelegen,
en dat is ook bij het hier besproken Binnenveld en bij
de andere Veghelse Binnenvelden die ik op de kaart
plaatste het geval. Dit sluit aan bij de verklaring van
Beijers en Van Bussel.
|
|
Naam:
|
Lyntermans hove |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
poederveldsche hoeve gheleghen mitter eender sijde neven
lintermanse hoeve [Mr1322-67] |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging, waarschijnlijk tussen Veghel en
Mariaheide, Het eerste lid is de genitief van een
persoonsnaam.
|
|
Ligging:
|
Het
gebied direct ten noorden van het leengoed de
Poederveldsche Hoeve wordt in 1428 zo genoemd.
|
|
Opmerkingen:
|
Vondst van Rolf Vonk: Archief van de Illustre lieve
vrouwe broederschap in 's-Hertogenbosch, (1291) 1318 -
1993 (1998), regest 156, 10 oktober 1382: Arnold van
Beke, zoon van Arnold, legateert aan de Tafel van de
Heilige Geest in 's-Hertogenbosch erfpacht uit woningen
van Dirk Writer, zoon van Dirk, met toebehoren in
Veghel, onder andere land in Lyntermans Hoeve
|
|
Naam:
|
Poederveldsche Hoeve |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Hoeve
die poderveltsche hove, maast de gemeynt der ballinghove
en bij die beemden die gemeyn buenre [BP1206-123v
(1436)]
die
poeyerveltsche hoeve (onder Mariaheide, nu Bouwlust)
[Ms-]
die
poderveltse hoeve [Mr1322-68 (1471)]
die
poederveldsche hoeve [Mr1325 (1633)]
poyerveltse hoeve (poeyerveltse) aen de hey [RAV160-8
(1760)]
aen de
poyerveltse hoeve [GVE12-49 (1778)
huijsinge, schop en bakhuijs, sijnde de oude hoeve, met
desselfs leenhoff en onderhorige leenen en verdere
geregtigh. met aangelegen landerijen, 26 l. gen’t de
poijerveltse hoeve [RAV110-261 (1791)]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
De
nauwkeurige ligging van deze oude hoeve is niet bekend.
Meuwese, auteur van “Veghel in de loop der tijden”,
situeert deze hoeve op de plaats waar zich nu de hoeve
Bouwlust bevindt, iets ten westen van het huidige
Mariaheide, direct noordelijk van de weg (schriften
Meuwese 2/6), benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel
1-5. |
|
Opmerkingen:
|
Leengoed van de hertog. Voorde nauwkeurige ligging, zie
de geschiedenis van
het leengoed de Poederveldse Hoeve.
Een van
de percelen van dit goed heette in 1657 het Poeijervelt.
Die naam ging kennelijk over op het hele leengoed.
|
|
Naam:
|
Het
Poeijervelt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
In de
hoeve ‘t guet te poervelt [BP1195-175 (1425)]
poyervelt (poeyervelt) aen de hey naast proostcamp
[RAV31-33 (1594)]
2
groesveltjes aent poyervelt [GVE12-109 (1778)]
1
perceel teulland, groese, moerveld, houtwasch genaemt
het poijerveld, gelegen te vechel ter plaatse genaemt de
heijde [N (1817)]
poierveldjes [V.-]; B 818-819 (w: 54.90; ho: 64.20)
poelieveldjes, tegenwoordige uitspraak voor poeierveld
(Hs-]
de
poelieveldjes (Mariaheide bij Bouwlust) [Ms-]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
De naam
wijst op de aanwezigheid van een poel in de betekenis
van moeras, stilstaand water (Verwijs en Verdam, -506).
Een gedeelte van de Poelieveldjes bestaat nu nog uit een
moerasbosje.
Het werkwoord poelieën heeft in het
plaatselijke dialekt ogeveer de betekenis van spelen/roeren
in het water, spatten, plassen, etc. Deze betekenis komt
dichtbij die van het mnl. poderen, in iets roeren of
wroeten, ook op eene bepaalde wijze visschen met een
poder, pueder, poyer, peur, dit is met een tros met
wormen visschen. (Verwijs en Verdfam, -503, -504). Het
is niet onvoorstelbaar dat dit gebied eens waterrijk
geweest is (op betrekkelijk korte afstand ligt nog de
grote, oude waterplas, het Ven) en dat hier het
“poderen” bedreven werd. In dit geval zou dit mnl.
werkwoord de grondslag vormen voor het onderhavige
toponiem.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
De oorspronkelijke betekenis is misschien modder, zodat
het woord mogelijk verwant is aan het mnl. ‘poderen’ =
roeren, zoals in Poederoijen. Anderen zien er stof en
zand in, in de betekenis van een zanderig oppervlak. Bij
Pooiel denkt men aan het mnl. ‘poye’ afkomstig van het
fra. puy en lat. podium: heuvel of hoogte. In Poederle
vermoedt men een afleiding van ‘poder’ of ‘puder’, wat
wordt beschouwd als een assimilatievorm van podel, pedel
= moeras. Verdam vermeldt: poderen, in de betekenis van
in iets roeren of wroeten. (Moerman
1956:182; v.Berkel & Samplonius 1989:148; Verdam
1932:469.)
|
|
Ligging:
|
Deel
van perceel nrs. 1-2 |
|
Opmerkingen:
|
Vermeld
in 1657: “het Poijervelt, het heytvelt met het venne
ende bussele, groot 8 lopens”
Dat de
naam afgeleid is van het vissen met trossen wormen lijkt
me onwaarschijnlijk.
Een of ander verband met een oude
vorm of variant van het woord poel lijkt me wat betreft
landschappelijke gesteldheid meer aannemelijk.
Het gebied lijkt een nat gebied geweest te zijn, dat in
de Late Middeleeuwen verkaveld en uitgegeven werd.
Wellicht werden toen ook een aantal sloten gegraven om
de waterafvoer te verbeteren.
|
|
Naam:
|
Den
Udensche Dijk |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Udense dyk [GVEIIE13 (1792)]
aan
den udensche dijk [kad. (1832)]; C 1-92
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Dit
is de oude benoeming voor de weg naar Uden, tevens
gebruikt voor een gebied aan de zuidzijde van de weg
onder Mariaheide, vanaf de Goordonksedijk tot het gebied
genaamd de Heiakker, “aan de Udense dijk”. Benoeming
naar ligging.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Een dijk is meestal een iets verhoogde weg, vaak
loodrecht op een beek of waterloop, maar ook wel dwars
door de heide lopend. In Akkerdijk herkent men een dijk
door een akkercomplex heen of langs een akkercomplex
lopend. De Eikdijk zal een met eiken beplante dijk zijn.
De dijken die meestal door de woeste gronden liepen
moesten door de plaatselijke bevolking onderhouden
worden. In de Baronie is het aantal dijknamen
aanzienlijk. Het aantal straat-, weg- en steeg-namen is
nog groter. Eenzelfde beeld treft men ook in de regio
van de Helmondse cijnskring aan. Volgens Gijsseling
wordt in bepaalde streken van België ‘dijk’ gebruikt in
de betekenis van ‘gracht’. Soms wordt daar een dijk ook
wel ‘dam’ genoemd, een verhoogde weg door drassige
grond.
(Buiks 1990: 138; Buiks 1990: 197; Buiks 1992: 36,
Gijsseling 1954)
. |
|
Ligging:
|
Perceel
nrs. 9-13 en 16 grensden aan den Udensche Dijk.
|
|
Opmerkingen:
|
Een dijk is een gebruikelijke aanduiding voor een weg
door een nat gebied. Men groef twee sloten en hoogde de
nieuwe weg of dijk daarmee op. De naam betekent “weg
naar Uden”.
|
|
Naam:
|
Weihoef |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Die
weyhoeve (..) d’ ander sijde streckende aen de
poedervelssche boenre [Mr322-68 (1473)]
een
leen genoemt de weijhoff, 14 buender, vechel aen die
heyde by de poierveltse hoeve [Hs- (1595)]
in de
weijhoeff van joncker Goort van Erp hoeffve, d’lant
liggende tot verscheyde percelen bij ‘t huys [GVE15-120
(1624)]
den
knockert en weihoeve, aan malcanderen gelegen, 40 lop.
onder schijndel en Veghel [Mrv92-74v (1768)]
eene
bouwhoeve, bestaande in huizinge, schuur, bakhuis,
moestuin, erf, aangelegen bouw- en weiland, hakhout,
opgaande geboomte en verdere beplantingen, genaamd de
weihoeve aan de lage heide [N (1843)]
weihoeve [V.-]; B 866-868 (b: 7.77.40; tu: 5.80; hu:
22.40; de: 20.00)
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging
aan de Lage Heide onder Mariaheide aan de huidige
Wethouder Donkersweg, noordelijk van de weg naar Uden;
een oude ontginning: de naam is nog wel bekend, niet
lang geleden werd de naam weihoeve nog gebruikt voor de
Wethouder Donkersweg.
Hoeve
die grotendeels uit weiland bestond?
|
|
Ligging:
|
Perceel
nr. 3.
Cornelissen signaleert nog een andere toponiem Weihoef
aan de Wethouder Donkersweg. De enige bron die
Cornelissen noemt is het Volksmondonderzoek. Deze tweede
Weihoef werd door mij in de bronnen niet aangetroffen,
en lijkt geen oude oorsprong te hebben. Deze Weihoef
moet in elk geval onderscheiden worden van de Weihoef
als deel van het leengoed de Poederveldse Hoeve.
|
|
Opmerkingen:
|
Zie
de geschiedenis van
het leengoed de Poederveldse Hoeve. |
|
Naam:
|
Wout |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Beiejrs en Van Bussel:
|
Het is opvallend dat woud-toponiemen binnen de
cijnskring niet alleen sporadisch voorkomen maar
bovendien alleen maar gelden voor die plaatsen waar van
oudsher de houtteelt een belangrijk bestaansmiddel
bleek te zijn, nl. de direkte omgeving van Schijndel,
Middelrode en Sint Oedenrode / Eerde. Leenders meldt
over het landschapsbeeld van o.a. Schijndel en omgeving
rond 1400, dat deze streek begroeid was met dichte
eiken-haagbeukbossen, voorafgaand aan de
laatmiddeleeuwse ontginning ter plaatse van het Woud.
Uit die periode zijn ook overeenkomsten bekend waarbij
iemand hout op stam kocht, het omhakte en afvoerde. Het
gaat daarbij vaak om grote aantallen eikebomen. Edelman
situeerde de woud-genoemde bossen vooral op de randen
van zeer natte [veen]gebieden en hogere zandgronden. Hij
onderscheidt ze echter wel van de bossen op de hogere
zandgronden die steeds ‘bos’ of ‘hout’ genoemd worden.
Hij koppelt aan het begrip ‘woud’ de begrippen woest,
onherbergzaam, afgelegen, gevaarlijk en geheimzinnig.
Leenders 1993::37; Edelman 1954; de Bont 1993::71;
Heesters 1984.
|
|
Ligging:
|
Percelen nrs. 4 en 5 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|