|
In 1998 verscheen het boek van Wim Cornelissen,
Toponiemen Veghel.
Het onderzoek naar de veldnamen in Veghel werd begonnen in
1977-1978 door middel van interviews en archiefonderzoek. (Voor
Zijtaart werkte Graard van Boxmeer daar aan mee.) Het merendeel
van het archief- en schriftelijke werk werd gedaan door Chris
Mouwen en Tinus Rovers. Voor het verklaren van de toponiemen
leunde Cornelissen zwaar op het werk van Molemans, met wie hij
contact onderhield.
Na het overlijden van Wim in 1993 zette
zijn weduwe zich in om om het veldnamenonderzoek van Veghel als
boek te doen publiceren. In 1997 besloot het gemeentebestuur van
Veghel om aan dat verzoek gehoor te geven. In die periode was
een deel van mijn reconstructie van Veghel al klaar en
beschikbaar in Veghel op het archief. Uit respect voor
Cornelissen werd bewust gekozen om geen gebruik te maken van
dergelijk nieuw materiaal en het boek zoveel mogelijk in de
geest van Cornelissen samen te stellen.
Op deze site
wordt dan ook een substantiële aanvulling op het werk van
Cornelissen en zijn medewerkers gegeven. Veel veldnamen worden
nu op de kaart gezet,
iets waar Cornelissen maar beperkt aan toegekomen was met behulp
van een volksmondonderzoek en het doornemen van de notariële
archieven uit de periode 1832-1895. Ook
kunnen een aantal namen nu beter verklaard worden. Zo denkt men
bij de Boskamp te Zijtaart wellicht aan een kamp in of bij een
bos. Uit de reconstructie blijkt echter dat dit goed genoemd is
naar een eigenaar uit het einde van de veertiende eeuw: Arnoldus
van den Bossche. Zo zijn er veel meer voorbeelden te geven.
Bij de invoering van het kadaster
in 1832 werden klampen - een aantal aaneengelegen percelen - van
namen voorzien. Daarbij werd meestal gebruik gemaakt van een al
bestaande veldnaam. Als die niet voorhanden was, werd er een
naam verzonnen. We laten de bespreking van deze namen
achterwege. De meeste van die namen worden wel in hun oudere
context besproken. De oudste kadasterkaarten geven ook namen van een aantal
huizen, waterlopen en vennen. Die namen dateren wel van vóór de
invoering van het kadaster en komen daarom wel aan bod. Deze
site beperkt zich tot toponiemen voor 1832. Cornelissen
onderzocht toponiemen in de schriftelijke bronnen tot aan 1895,
aangevuld met een volksmondonderzoek rond 1978.
De door
ons gesignaleerde toponiemen zijn op de kaart getekend. In de
bronnen worden van de meeste toponiemen verschillende varianten
en schrijfwijzen aangetroffen. Soms is er een evolutie van de
naam waarneembaar. Op de kaart zijn veelal de oudere varianten
weergegeven, die in de bronnen ook weer verschillende
schrijfwijzen konden hebben. Er is niet geprobeerd om die
schrijfwijzen te rationaliseren of te systematiseren. Voor de
gevonden varianten wordt verwezen naar het document met gegevens
per perceel.
Wat literatuuronderzoek voor de verklaring
van de toponiemen betreft beperken we ons op deze site tot het
boek Toponiemen Veghel. Voor aanvullende verklaringen en
informatie over veldnamen van voor 1500 werd ook het boek van
Henk Beijers en Geert-Jan van Bussel: Van d'n Aabeemd tot de
Zwijnsput (Helmond 1996) geraadpleegd. Er werd verder
geen aanvullend literatuuronderzoek verricht. Deze site
pretendeert dan ook niet het laatste woord te hebben. De
verklaringen van een aantal veldnamen zijn nog niet erg
overtuigend en verdere discussie en studie zijn nuttig. Niet
alle door Cornelissen gevonden namen werden ook door ons
gesignaleerd en andersom komen op deze site namen voor die
ontbreken in het werk van Cornelissen.
De belangrijke
bijdrage van ons onderzoek aan de kennis van de Veghelse
veldnamen ligt vooral in
de exacte lokalisering
van de meeste veldnamen, en soms aanvullende of andere
verklaringen, mogelijk gemaakt doordat er een reeks eigenaren
bekend zijn en/of de plek van de veldnaam nu beter bekend is. We
hebben er van afgezien om naast de informatie van Cornelissen
nog eens de door ons gevonden spellingsvarianten en bronnen op
te nemen. Hiervoor kan men het document met de gegevens per
perceel raadplegen.
Martien van Asseldonk |