Lage Biezen - toponiemen

Naam:

 

Agterste Velt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het achterst veld [N (1869, 1876, 1895)]; A 1019-1022 (w: 2.63.30), B 952 (w: 71.20),

C 423 (verk.) (he: 21.94.60)

 

het achterste veld [N (1895)]; C 423 (verk.) (he: 21.94.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benoeming naar de ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 35

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Beemtje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Beemd was en is nog steeds de gangbare naam voor hooiland. (MM.)

Ligging:

 

Perceel nrs. 30, 31

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen  den Biesen

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum die byesen [BP1189-291 (1417)];

 

de biesen (byesen) [RAV (1539)];

 

rot den biesen en creytenburgh begint in aert donckerts grooten beemt, bestaet in 22 huysen [GVB28 (± 1700)];

 

den biezen [GO (1754)]; mutsards leggende op den grond alwaar dezelve gewassen zijn den biezen [N (1842)].

 

In loco dicto in die byest [BP1178-204v (1385-1390)]; uyt twe stucken lants in die biest

[GVIE2 (1426)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

In tegenstelling tot biest, wordt de benaming de Biezen nog gebruikt. Ligging onder

Zijtaart.

 

Biest is een plaats waar biezen groeien. Ligging zeer waarschijlijk bij Zijtaart. Het zijn laaggelegen landen, meest weilanden. Biest vertoont het bekende -t-suffix. J. de Brouwer citeert de mening van J. Helsen ten aanzien van de naam Biest: "In het centrum van de meeste van onze Kempische dorpen is steeds de onbebouwde driehoekige Biest gebleven, met in het midden de Biezenpoel, waarvan het zijn naam heeft gekregen tI. In Zijtaart ligt de Nederbiest ongeveer in het midden van de buurtschap. Lindemans meent, dat de naam Biest zich ook uitgestrekt heeft tot slecht weiland. Dit komt overeen met de reeds genoemde betekenis, die Schönfeld aan dit toponym hecht. Het lijkt aannemelijk dat biest een andere vorm is voor de Biezen, welke naam nog in

gebruik is

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Met bies worden verschillende soorten planten aangeduid, alle behorend tot de geslachten Scirpus = bies en Juncus = rus. De meest algemene soorten zijn Pitrus, Juncus effusus L., een plant van vochtige, enigszins gestoorde milieus, welke werd gebruikt voor het vervaardigen van kaarsepitten, en de mattenbies, de Scirpus lacustris L., die, eveneens voorkomend in een vochtige omgeving, werd gebruikt voor het vlechten van stoelzittingen.

 

Ze groeien bij voorkeur op vochtige, moerassige en wat zure gronden, vooral in beemden. In Beesd [1148 Bisde, 1224 Beseth] zit het verzamelsuffix -ithi wat overging in een t-suffix: ‘plaats waar biezen groeien’. Beesel [1294 Besel] is ontstaan uit bies + lo. Het element ‘biest’ kent nog een andere betekenis, m.n. in Vlaanderen waar het een aanduiding is voor dorps­plein, vroeger gewoonlijk voorzien van een waterput. Deze biest of plaatse was vaak beplant. Hieraan herinnert de volgende tekst: ‘Eene beplante plaetse genaemd de Biste, waer door differente reijbaenen ende wegen sijn loopende ende waer inne sig bevind een klijn vijverken offte waetering der beesten....’ Biest is vergelijkbaar met o.a. Berkt, Stokt, Boekt etc. [redactie].

 

Buiks 1990:58; Molemans 1976:145; Buiks 1988 dl.21:22; v.Berkel & Samplonius 1989:27; Helsen 1978:39

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-3, 5, 6, 8, 11, 12, 16, 21-23, 36, 30-32, 35-43

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen den Biesenakker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een stuk lants genaemt den biesen acker gelegen binnen de parochie van Sint-Oedenrode

en binnen de paelen van Veghel ter steede geheiten op Crytenborgh [GOI26-18 (1564)]

 

biesense acker op creytenborg [RAV36 (1614), RAV159-190 (1755)]

 

biezense akker(s) [N (1860, 1864), V.-]; E 866, 867, 869, 871 (b: 1.30.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 23

Opmerkingen:

 

Akker gelegen op de Biezen.

 

 

 

 

Naam:

 

Bos

Vermeldingen door Cornelissen:

 

½ landt 't Bosch (zontvelt) [GVE12-282 (1777)]

 

2 groesveltjens aldaer den hogen dries en 't bos [GVE12-284 (1778)]

 

het bosch, de bossen, bos [N. (1847,1864,1883)]; [V.] A 869 (he: 16.94.00), C 325, 328, 329 (b: 1.08.50; de: 49.50), 332 (bh: 1.00.10), E 655 (bos: 76.70),785 (b en w: 56.10), 1062 (w: 23.40), 1378-1384 (w: 1.16.90), 1381-1385 (b en w: 1.4.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Naar de ligging in een bosgebied (MM.). Toponym dat herinnert aan de oorspronkelijke

bosbouw (Hs-).

Ligging:

 

Perceel nrs. 4-6, 32, 34

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Bussele

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Deze percelen zullen oudtijds met geboomte of kreupelhout begroeid zijn geweest of in de nabijheid van dergelijke percelen gelegen zijn geweest. Bussele is diminutief van bos (M. Top. Valk.).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 34

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Huygen Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Dicta huyghenecker [HH128 (1471)

 

het lant den huygenakker (den Biesen) [GVE2-290 (1702)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op de Biezen onder Zijtaart. Het eerste lid zal een persoonsnaam zijn

vgl. Christina

 

Ligging:

 

Perceel nr. 39

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Jan Goorts Kamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 22

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een voormalige eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Cleyn Huysje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 21

Opmerkingen:

 

Eerijds stond er een huis op dit perceel.

 

 

 

 

Naam:

 

aan de Kolk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Eenen hoyeamp genoemt de weyhoeff geleegen binnen de palen van vechel in de eerste

bunder in de colk [GOI26-22 (1573)]

 

de collick, havelttiende [Hs- (1681)]

 

de groes int collixken (Zontvelt) [GVE2-281 (1702)];

 

hoijbeemt in dorshout genaemt de Colk off Helleke, groot ontr. 3 karren hoijgewas [RAVllO-238v (1793)];

 

de kolk [N (1835, 1836, 1839, 1840, 1858, 1861, 1865, 1876, 1891, 1893)]; A 833-834 (w: 51.60), C 377, 394, 399 (he: 44.55,60), E 941 (b: 30.10), 942 (b: 31.10), 956 (b: 33.70), 957 (b: 32.90), 958 (b: 43.50), 965 (b: 08.30), 976, 977 (b en w: 77.50), 983, 984 (b en w: 49.20).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging op de Hoge Biezen onder Zijtaart in de Bundersehoek-Huigebos, in

Blankenburg, in de Knokert en op het Zondveld onder Zijtaart. Vrijwel al deze kolken zijn

inmiddels verdwenen. Benoeming naar de (vroegere) aanwezigheid van een waterplas. De

kolk in Blankenburg is het kleinste van de twee vennen geweest die gelegen hebben nabij

het huidige waterpompstation (zie Mergelven, Grote en Kleine). Dichtbij het perceel de

Kolk in de Knokert bevindt zich een kleine inzinking, waarin vroeger mogelijk water

stond. In het gebied Bouwlust, oostelijk van de Weihoef nabij Huigenbos en niet ver van

de Bundersehoek, ligt, waar de spoorlijn de Bunderstraat kruist, nu nog een klein

vennetje, het lijkt aannemelijk, dat dit vennetje bedoeld wordt met de Kolk bij de Weihoef

Waar het Kolkske op het Zondveld gelegen kan hebben is niet duidelijk. Ook op de Hoge

Biezen is de juiste ligging niet te achterhalen. Benoeming naar een persoonsnaam vgl.

Hendrik Johan van de Kolk 1823 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 44

Opmerkingen:

 

Cornelissen vermeldt een Kolk op het Zondveld. De bron, het verpondingsregister van 1702 vermeldt Zondveld alleen als woonplaats van de eigenaar, niet als plaatsaanduiding voor het perceel. De Colk op het Zondveld is identiek aan de Colk op de Hoge Biezen en identiek aan het het hier besproken gebied. Cornelissen vemeldt havelttiende. Dat moet zijn havertiende.

 

 

 

 

Naam:

 

op Creytenborg

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum kreytenborch [BP1223-16v (1450-1455)]

 

creijtenborch [GVE2-39 (± 1500)]

 

biesense acker, op creytenborg [Hs- (1614)]

 

(rot) den biesen en creytenburgh begint in aert donckerts grooten beemt bestaet in twee en twintig huysen [GVIIB28 (± 1700)]

 

lant op rijkevoort genaamt de nieuwencamp op creytenborg [GVE12-164v (1778)]

 

krijtenburg [N (1860, 1879)]; E 936 (b: 17.50), F 1191 (b: 37.00)

 

krijtenburg, recente herbenaming (Zijtaart) [B- (1967)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggende op de Hoge Biezen onder Zijtaart en Eerde nabij de Voort onder Zijtaart, tevens benaming voor enkele percelen in dit gebied. Tegenwoordig straatnaam ter plaatse. Op Zijtaart komt nu nog een krytenberg voor. Kit. cryt = rechtsgebied, grondgebied, circus, agon. Dit zou een betekenis van "omsloten land" kunnen rechtvaardigen. Ik heb nog gedacht aan lt. craticulum bij cratis = rijshout, waarvan het mnl. crade = latten werk een ontlening kan zijn. De betekenis zou uiteindelijk hetzelfde blijven. Gebied door een afrastering aan het gemeenschappelijk gebruik onttrokken. Afgepaald gebied. Omheind land.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Wellicht ‘kreit’. Lindemans gaat uit van ‘krete’ dat een Brabantse umlautvorm kan zijn van ‘crate’ = afsluiting. Krijtenborg zou volgens de Bont een ‘borg’ zijn omgeven door een staketsel van vlechtwerk. Het mnl. ‘crijt’ staat voor kring, gebied, strijdperk, gerechtsplaats, zoals bv. blijkt uit een notitie uit 1322 ‘onse crythoeve’, een hof van de graaf van Leiden, waar men ‘campe in vechten sal’. Krijt zou volgens andere auteurs een samentrekking zijn van ‘cureyt ‘ = parochiepriester, pastoor; dan zou een Krijtakker in bezit zijn geweest van zo’n parochiepriester ofwel een rente voor hem opgebracht hebben. Kreiten schijnt ook een synoniem te zijn voor kibbelen - het betrokken perceel zou dan een omstreden stuk grond kunnen zijn.

 

Lindemans 1952:147; de Bont 1969 dl.3:141; Moerman 1956:234; Helsen 1944; Buiks 1986 dl.16:71,73.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 40

Opmerkingen:

 

Wat betreft het element “Krijten” sluit ik me aan bij de verklaring van Cornelissen. Niet ver van Krijtenborg lag Logtenborg. Ook “Logt” of “Look” wijst op een omheind of afgesloten stuk land. Het “borg” wijst mijns inziens op een flinke hoeve.

 

 

 

 

Naam:

 

Lage Biezen

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De lage biezen [kad. (1832)]; E 726-840.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit gebied grenst noordelijk aan de Hoge Biezen en is aanmerkelijk lager gelegen (± 1

m.).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 7, 9, 11, 13, 17, 18, 20, 26-29, 32, 42-44

Opmerkingen:

 

 

 

 

 

Naam:

 

Leegen Hof

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam alleen op Eerde.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de Lage ligging.

Ligging:

 

Perceel nr. 40

Opmerkingen:

 

 

 

 

 

Naam:

 

Moest

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De moost, doornhoek [RAV56-184 (1683)]

 

van huys en hoff gelegen aen den dorenhoeck genaamt die moest [HH163-26 (1714-1783)]

 

de moost [N (1834, 1836)]; E 170 (b en w: 1.08.30), 883 (b en ho: 1.50.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging aan de Doornhoek en aan de Hoge Biezen onder Zijtaart. Wellicht afgeleid van

"moos" 1 moer, slijk, modder; 2) ook als naam voor de plaats waar het vuil langs gaat

(W.N.T. -1120). De eerste betekenis lijkt hier het meest plausibel; hoewel beide percelen

niet laag gelegen waren, bleef er misschien veel water staan door een bepaalde bodemstruktuur.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Aanduiding van een moerassige bodemstructuur, een poel of een plaats waar veel moerasplanten voorkomen.

 

Moerman 1956:163; Molemans 1976:1187; v.Berkel & Samplonius 1989:123.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 2

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Nieuwe Gemeente

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam alleen op het Havelt.

Verklaring door Cornelissen:

 

"Nieuw" zal hier duiden op pas verworven/ontgonnen gemeentegronden.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 44

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Ouden Hoff

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benoeming naar (vroeg) tijdstip van ingebruikname/ontginning.

Ligging:

 

Perceel nr. 3

Opmerkingen:

 

Wijst naar een verdwenen huis. In 1636 is sprake van een “aut huijs” op dit perceel.

 

 

 

 

Naam:

 

Oude Roijse Dijk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Op den ouden rooysen dijk [GVIIB26 (1804)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Welk gedeelte de benaming Oude Rooisedijk droeg is niet bekend. Benoeming naar het (vroege) tijdstip van aanleg/ingebruikname.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 14 grenst  aan de Oude Roijse Dijk

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Teunis Aerts Veltje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 33

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een voormalige eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Wijsterweert

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Weert: Een afleiding het germ. * waritha: eiland of aanwas tussen rivieren. Dit is niet de bete­kenis voor het oos­telijk deel van Brabant. Daar verwijst de naam naar laaggelegen percelen die vaak onder water stonden en ge­situeerd waren in de omgeving van rivier­tjes of beken, dus in de beekdalen.

 

Schönfeld 1950:54; Moerman 1856:258; Gijsseling 1960:1034; v.Berkel & Samplonius 1989:48; Dittmaier 1963:340.

 

 

Ligging:

 

Perceel nr. 38

Opmerkingen:

 

-

 

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Lage Biezen