|
Naam:
|
Asseldonckse Hoeff |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Het
erf en lant van de asseldonkse hoef (zontvelt) [GVE2-271
(1702)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
In
Veghel komen in 1406-1421 de persoonsnaam Nicolaus de
Astendonc en in 1507 de
Astendonck voor. |
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 4, 5 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar Cornelis van der Asseldonck en zijn dochter
Anna uit Den Bosch die deze hoeve van 1605 tot 1638 in
bezit hadden.
|
|
Naam:
|
Banecker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Banakker, scheiding met Lieshout [GVE13 (1792)]
de
banakker [V.-]; E 1444, 1449, 1452 (b: 3.40.90, w:
47.30, hh: 6.80).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gelegen in de vroegere heerlijkheid Jekschot onder
Zijtaart, misschien samenhangend met
mnl.
ban, rechtspraak, rechtsgebied (De Vries).
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 2 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Heijacker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
heyacker op sontvelt [Hs- (1530)]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar de ligging op of nabij de heide; bouwland
ontgonnen uit de heide.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 4 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Heijhoef |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Die
heyhoeve [BPl195-46 (1425)]; tzontvelts roth bestaet in
eenentwintigh huysen en is
yder
huys aengewesen als vooren, eerstelyck de heyhoef
[GVIIB28 (± 1700)];
heyhoeve, scheiding met Lieshout [GVIIE13 (1792)];
de
heihoef [kad. (1832)]; E 1457-1499, 15011506;
de
heihoef [N (1839)]; E 1474 (b: 86.50), 1498, 1499 (b:
31.49).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 4, 5 |
|
Opmerkingen:
|
De naam Heihoef komt pas in het midden van de
zeventiende eeuw in gebruik.
|
|
Naam:
|
Heijcamp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
heycamp, scheiding met Lieshout [Hs- (1546)];
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benaming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 2 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Jecschot |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Et a
doernken usque jexschot et de jexschot pro ut limites
[GVI1 (1310)];
de
groote weghoeve by jecschot [Hs- (1564)];
een
hoeve in jecschot [GSO-262 (1617)];
de
heerlykheyt jeckschot [Mrv92-73 (1768)];
jekschot [kad. (1832)]; E 1422-1456;
heerlijkheid jekschot, bestaande is zes bouwhoeven,
weiland, mast en schaarhoutbossen, bosgrond en heide [N
(1893)]; E 1408-1416 (b: 7.90.40; w: 12.20; hu: 07.00;
bakhu: 00.32; tu: 03.36), 1417-1420, 1422-1439,
1441-1456 (b: 48.70; hu: 11.70; tu: 08.80); jeksend (jekschot)
[V.-]; E 1422-1439, 1441-1456.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggende ten zuiden van het Zondveld onder
Zijtaart, in vroeger tijden de Heerlijkheid Jekschot.
Het eerste lid is mogelijk ontstaan uit laak, lacob (M.Top.Overpelt,
-182, de laak). Het tweede lid: scho(o)t, beboste hoek
zandgrond, uitspringend in een moerassig terrein (M.Top.
Valk. -110). lekschot behoort tot de hoogst gelegen
gebieden van Veghel en ligt niet ver van lage terreinen
als het Laars op het aangrenzende grondgebied van
St.Oedenrode.
Jekschot.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 4, 5 |
|
Opmerkingen:
|
Het eerste lid Jek- is mogelijk een vorm van Eik. |
|
Naam:
|
op d’ Lynt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Op lynt [Hs – (1530)]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Tegenwoordige buurtschap onder Erp op grensgebied met
Veghel. Leint plsl. dialekt voor lint = znw. o. ls
kollektief aan vlas. (J. Goossenaerts, -464)
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Lijn/Linde:
De verklaringen zijn uiteenlopend. In hoofdzaak komen ze
neer op een verklaring vanuit de boomnaam linde. Men
vindt er in Europa vele tientallen soorten van. De in
ons land meest bekende is de Hollandse linde [Tilia
europaea], een bastaard van de kleinbladige en
grootbladige linde. Buiks merkt op dat het in de meeste
gevallen zal gaan om geplante lindebomen, omdat volgens
hem de lindebomen sinds het begin van de jaartelling
niet meer in het wild voorkwamen.
Volgens Smidt zou het verdwijnen van de linde op
ongeveer 500 v. Chr. gesteld mogen worden. Lindebomen
stonden in hoog aanzien. Ze kunnen meer dan 1000 jaren
oud worden. De bast is zacht en werd benut als
bindmateriaal.
Bij akkernamen zou het element meer gebruikt worden als
een verwijzing naar de vlasteelt ter plaatse. Zo zou een
‘lijnstukje’ een vlasakkertje zijn. Varianten zouden
zijn: lin, lint, liem en lien. In andere streken zou
‘line’ een bepaalde maat zijn, een stuk land ter lengte
van 100 roeden. (Buiks 1990:141; Buiks & Leenders
1993 dl.3:213; Moerman 1956:144; Buiks 1984 dl.10:58;
Waterbolk 1949:63; Smidt 1979; v.Berkel & Samplonius
1989:111; Debuigne 1979:148.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 4, 5 |
|
Opmerkingen:
|
Er is een oudere vermelding in uitgiftebrief van
Jekschot (1310) als 'Lint'.
Taalkundig ligt de verklaring van Leint als een
collectief van Lein voor de hand. De vraag is dan wat
Lein betekent. De verwijzing naar een cultuurgewas als
vlas is niet overtuigend. Cultuurgewassen zijn geen
blijvend element in het landschap. Ook veronderstelt dat
de aanwezigheid van landbouwgrond. Leint was de naam
voor de Erpse gemeint, of wildernis, niet voor
cultuurland. Lein of Lin verwijst vermoedelijk naar een
of andere boom, struikgewas of andere begroeiing in de
wildernis. Misschien Linde?
|
|
Naam:
|
op Lyntven |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Op lijntvenne [Mrv25-13 (1549)];
helft in twee bunder hoy in leyntsvenne [GVE12-213
(1777)];
het leinsven [kad. (1832)]; E 1507-1597
het leinsven [V,-]; E1538 (he: 1,67.90)
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied dat samen met de Heihoef en Jekschot de meest
zuidelijke uitloper van het grondgebied vormt. Benoeming
naar de ligging nabij het (Erpse) Lijnt; ooit zal hier
een ven gelegen hebben, een klein vennetje was ook
aanwezig in het nabij gelegen Lijnt.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 4 |
|
Opmerkingen:
|
Volgens de
hoogtekaart van 1962
bevonden zich in dit gebied een laagte. Mogelijk was dat
eertijds een ven.
|
|
Naam:
|
Nieulant |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Land
dat nuweland op sontvelt [Hs- (1519-1538)];
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning /
ingebruikname.
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 2
|
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Putacker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Gelegen onder vechel ter plaatse genaemt op d'lijnt
genaemt den putacker [RG-169
(1646)];
putakker, scheiding met lieshout [GVIIE13 (1792)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging onder Zijtaart aan de grens met
Lieshout. Akker met een put erin, bij
een
put gelegen? Slechte kwaliteit van de grond? Het eerste
lid is een persoonsnaam vgl.
Comelia Johanna v.d. Put, 1904 (Kl.Bev. V.).
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 5 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemdnaar de Reenputten aldaar die er de een knik in
de grens tussen Veghel en Lieshout markeerden.
|
|
Naam:
|
Reenputten |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Reemputte [Ms.-]
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Liggende aan de uiterste zuidgrens van de gemeentegrond
vanouds een der grenspunten van de gemeente Veghel. "Reem"
staat hier verkeerd voor "reen". "Reen" betekent "grens";
buren of eigenaars van belendende percelen worden vaak
genoemd reengenoten. Reenputten waren putten of kuilen,
die men groef in de hei om de grens aan te geven. De
reenputten waar het hier over gaat, die komen na
Rijconsvoort, moet men zoeken op de Lieshoutse heide. De
uitgifte brief der gemeente door Hertog Jan II aan
Veghel gegeven zegt verder; "Van reenputten loopt de
grens tot de gemeente van Erpe, beginnend aan het einde
van de lange dijk naar Erpe en van het einde van de
lange dijk teruggaande en langs de gemeente van Erpe
zich uitstrekkend tot Sweenslake". Van reenputten loopt
dus de grens van Veghel in een lange lijn langs de
Lieshoutse heide tot de gemeente van Erp (bij de
Boerdonkse kampen, MS.-5).
|
|
Ligging:
|
Bij perceel nr. 4 |
|
Opmerkingen:
|
Voor de exacte ligging zie de
kaart. |
|
Naam:
|
Hoeve Te Risingen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Rysingen op jecschot [Hs- (1533)]; de hoeve te risingen
in vechel [Mrv23-120v (1533)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging in Jekschot onder Zijtaart; tevens een
hoeve ter plaatse.
Rijzing: de langzame opheffing van de aardoppervlakte op
sommige plaatsen; ht schuin
oploopen [W.N.T.-469, 470]. Wellicht duidt het toponiem
op een verheffing in het
landschap.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 4, 5 |
|
Opmerkingen:
|
De zestiende-eeuwse naam voor de Heijhoef. |
|
Naam:
|
Schueracker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
een
stuck landts den schuijracker [GSO-262 (1617)];
gelegen onder vechel ter plaatse genaemt op d'lijnt
genaemt den schueracker [RG169-17 (1646)];
schuurakker scheiding met lieshout [GVIIE13 (1792)];
op
het zontvelt genaamd den schuurakker [N (1818)];
de
schuurakker [V.-]; E 1347-1348 (b: 1.03.30; og: 27.30).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging op het Zondveld onder Zijtaart, tevens onbekende
ligging onder Eerde. Bij gebouwen (openbare)
inrichtingen e.d. (veld)schuur (Top. van Neerpelt,
-227). Benoeming naar de ligging bij een veldschuur
(Top. van Valk. -232).
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 5
|
|
Opmerkingen:
|
Vermoedelijk stond op dit perceel het eerste huis van de
Heihoef. Later verhuisde het huis naar het in 1445 van
de gemeente gekochte perceel.
|
|
Naam:
|
Veghelse Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Veghelse acker scheiding met Lieshout [GVIIE13 (1792)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging aan de grens met Lieshout. Benoeming
naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 4 |
|
Opmerkingen:
|
De Heihoed was gemeente Veghel, en parochie
Sint-Oedenrode. De Veghelse Akker was een deel van de
Heihoef dat zowel tot de gemeente als de parochie Veghel
behoorde.
|
|
Naam:
|
Veghelse Heyde |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen vermeld deze veldnaam alleen in Mariaheide. |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Naast perceel nr. 2 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Venacker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Die
venacker in den ham [BP1185-308v (1408)];
ene
stuck lants geheiten die venacker [GVIE2 (1506)];
't
landt den venacker [GVE12-17 (1778)];
de
venakker in de heivelden [N (1892)]; A 129 (b en w:
49.40), 131 (b en w: 34.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging in het gebied de Heivelden en mogelijk elders.
Benoeming naar de ligging aan
een
ven
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 5 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Verreweij |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 5 |
|
Opmerkingen:
|
Een naam voor de Heijhoef uit circa 1520. |
|
Naam:
|
de Weyde |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
de
weyden scheiding met lieshout [GVIIE13 (1792)];
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. Wei, weiland.
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 2 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Ter Weyen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 2 en 5 |
|
Opmerkingen:
|
Een naam voor de het allodiale bezit van de heer van
Jekschot te Veghel en de Heihoef uit circa 1520. Oudste
vermelding dateert uit 1386. Zie
de geografie van Jekschot.
|
|
Naam:
|
Weyhoeve |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert deze veldnaam alleen in
Mariaheide.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Hoeve, die grotendeels uit weiland bestond? |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 5 |
|
Opmerkingen:
|
Een naam voor de Heijhoef uit 1607. |
|
Naam:
|
Zontvelt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
SoffeIt, sontvelt [Mv-1954 (1300)]; zontevelt [GVIE2
(1361)]; sontfelt [Hs- (1380-1385)];
huis, plaats, hof en erf gelegen in Veghel ter plaatse
genaemt op zontvelt, tussen het erf
van
Theodoricus van zontvelt [GZG-603 (1424)];
zontvelt [GVE2-39 (± 1500)];
op
sondtveldt [HHI47-30 (1621-1691)];
de
hopstreep op zontveldeke [RAV160-26v (1762)];
't
zontveltje [GVEI2-40 (1778)];
het
zondveld [kad. (1832)]; E 1078-1364, 1366-1421;
het
zontveld [N (1852)]; E 46, 214-216, 252, 267-269, 851,
1053-1074, 1395, F 593, 594,609-612, 1190 (bouwhoeve
etc.: 17.40.87).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Oude
buurtschap liggende onder Zijtaart, tevens een
perceeltje van onbekende ligging.
"Zond"
afgeleid van "sonder, zuid" (zie zonderlaak) ? Van "sonde"
mnl. vorm van "zon"?
(Verwijs
en Verdam, -1539); een verband met de plaats Son is
misschien ver gezocht,
hoewel niet ver westelijk van het Zondveld van ouds een
weg liep van Veghel naar Son;
ook
de spellingvariant Soensvel zou een indicatie in deze
richting kunnen vormen. Afgeleid
van
de persoonsnaam v. Son?
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1-3 |
|
Opmerkingen:
|
De naam
Zondveld is nog niet verklaard. Er zijn jongere
afwijkende vormen van de naam die we niet voor een
verklaring van de naam mogen gebruiken, omdat ze slechts
enkele keren genoemd worden en van recente datum zijn.
Zo is Sonsvelt een verbastering, net als de
Sonse bunders een verbastering is van Sontveltse
buenderen. Een andere verbastering is Zompvelt.
De oudste vorm Sontvelt (1311), wijkt nauwelijks
af van het tegenwoordige Zondveld, in de volksmond
verkort tot Soffelt. Zondveld is geen
verbastering van Zandveld, wat dat zou in de
volksmond Zaandveld worden en vervolgens
Zoavelt, net zoals Haanvelt nu Hoavelt
heet. Een andere verklaring in de literatuur is
afge-zond-erd veld, maar hoe dat woord naar
Zondveld zou kunnen evolueren wordt niet toegelicht.
|
|