Hoog - toponiemen

Naam:

 

het Anderhalff Loopens

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 6

Opmerkingen:

 

Dit perceel was volgens het verpondingsboek 1 ½ lopens groot.

 

 

 

Naam:

 

Berg

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De berch, in de berg, eert [RAV24 (1544)

 

d'lant opten berch [GVE15-47 (1624)

 

een stuk aen den berg gelegen binnen de parochie van St.Oedenrode en onde de palen van Vechel op crijtersberg [GO-125-41 (1646)]

 

landt aen den berg [GVE12-119 (1778)]

 

de berg [kad.(1832)]; den berg [N (1834 - 1894), V.-]; E 65, 66 (h: 25.10; b: 26.40), 75108,

110-129 (kad.); F 855, 856 (b: 64.-), 865, 866 (b: 1.3.50), 1080 (hh: 26.70).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Berg is in de Kempen frekwent ter aanduiding van hoger gelegen, weinig renderend land: Hanenberg, Lochtenberg, Suikerberg. In de meeste gevallen heeft berg hier evenwel de betekenis van landduin of zand-, zavelberg (MM. Verschillende percelen liggend in Eerde en Zijtaart. Achter het kerkdorp Eerde begint een hoge zandrug die vrij dicht langs de grens met Sint-Oedenrode naar het oosten loopt. Deze heuvelrij, door bebossing grotendeels aan het oog onttrokken, wordt doorsneden door de weg Veghel naar Sint-Oedenrode maar zet zich oostelijk hiervan nog een flink eind voort. Deze heuvels vormen de hoogstgelegen natuurlijke punten van Veghel en naderen een hoogte van 13 m. boven NAP. Ook de Berg in Zijtaart vormt een lichte verhoging ten opzichte van het omliggende land en in het bijzonder in kontrast met het midden in het gebied gelegen Bergsven.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 2. Perceel nr. 6 heette “aen den Creytenburgse Berg’

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen (in) den Biesen

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum die byesen [BP1189-291 (1417)];

 

de biesen (byesen) [RAV (1539)];

 

rot den biesen en creytenburgh begint in aert donckerts grooten beemt, bestaet in 22 huysen [GVB28 (± 1700)];

 

den biezen [GO (1754)]; mutsards leggende op den grond alwaar dezelve gewassen zijn den biezen [N (1842)].

 

In loco dicto in die byest [BP1178-204v (1385-1390)]; uyt twe stucken lants in die biest

[GVIE2 (1426)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

In tegenstelling tot biest, wordt de benaming de Biezen nog gebruikt. Ligging onder

Zijtaart.

 

Biest is een plaats waar biezen groeien. Ligging zeer waarschijnlijk bij Zijtaart. Het zijn laaggelegen landen, meest weilanden. Biest vertoont het bekende -t-suffix. J. de Brouwer citeert de mening van J. Helsen ten aanzien van de naam Biest: "In het centrum van de meeste van onze Kempische dorpen is steeds de onbebouwde driehoekige Biest gebleven, met in het midden de Biezenpoel, waarvan het zijn naam heeft gekregen tI. In Zijtaart ligt de Nederbiest ongeveer in het midden van de buurtschap. Lindemans meent, dat de naam Biest zich ook uitgestrekt heeft tot slecht weiland. Dit komt overeen met de reeds genoemde betekenis, die Schönfeld aan dit toponym hecht. Het lijkt aannemelijk dat biest een andere vorm is voor de Biezen, welke naam nog in

gebruik is

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Met bies worden verschillende soorten planten aangeduid, alle behorend tot de geslachten Scirpus = bies en Juncus = rus. De meest algemene soorten zijn Pitrus, Juncus effusus L., een plant van vochtige, enigszins gestoorde milieus, welke werd gebruikt voor het vervaardigen van kaarsepitten, en de mattenbies, de Scirpus lacustris L., die, eveneens voorkomend in een vochtige omgeving, werd gebruikt voor het vlechten van stoelzittingen.

 

Ze groeien bij voorkeur op vochtige, moerassige en wat zure gronden, vooral in beemden. In Beesd [1148 Bisde, 1224 Beseth] zit het verzamelsuffix -ithi wat overging in een t-suffix: ‘plaats waar biezen groeien’. Beesel [1294 Besel] is ontstaan uit bies + lo. Het element ‘biest’ kent nog een andere betekenis, m.n. in Vlaanderen waar het een aanduiding is voor dorps­plein, vroeger gewoonlijk voorzien van een waterput. Deze biest of plaatse was vaak beplant. Hieraan herinnert de volgende tekst: ‘Eene beplante plaetse genaemd de Biste, waer door differente reijbaenen ende wegen sijn loopende ende waer inne sig bevind een klijn vijverken offte waetering der beesten....’ Biest is vergelijkbaar met o.a. Berkt, Stokt, Boekt etc. [redactie].

 

Buiks 1990:58; Molemans 1976:145; Buiks 1988 dl.21:22; v.Berkel & Samplonius 1989:27; Helsen 1978:39

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 9, 11, 14, 18, 20, 22-25, 28-33, 35

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Biesense Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een stuk lants genaemt den biesen acker gelegen binnen de parochie van Sint-Oedenrode

en binnen de paelen van Veghel ter steede geheiten op Crytenborgh [GOI26-18 (1564)]

 

biesense acker op creytenborg [RAV36 (1614), RAV159-190 (1755)]

 

biezense akker(s) [N (1860, 1864), V.-]; E 866, 867, 869, 871 (b: 1.30.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 25, 35. Zie Biezense Akker

Opmerkingen:

 

Akker gelegen op de Biezen.

 

 

 

Naam:

 

int Biesens Velt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Biesensevelt [RAVI59-100 (1746)]

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 9, 24, 25

Opmerkingen:

 

Veld gelegen op de Biezen.

 

 

 

Naam:

 

int Bos

Vermeldingen door Cornelissen:

 

½ landt 't Bosch (zontvelt) [GVE12-282 (1777)]

 

2 groesveltjens aldaer den hogen dries en 't bos [GVE12-284 (1778)]

 

het bosch, de bossen, bos [N. (1847,1864,1883)]; [V.] A 869 (he: 16.94.00), C 325, 328, 329 (b: 1.08.50; de: 49.50), 332 (bh: 1.00.10), E 655 (bos: 76.70),785 (b en w: 56.10), 1062 (w: 23.40), 1378-1384 (w: 1.16.90), 1381-1385 (b en w: 1.4.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Naar de ligging in een bosgebied (MM.). Toponym dat herinnert aan de oorspronkelijke

bosbouw (Hs-).

Ligging:

 

Perceel nr. 18

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Buschacker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Int lant op den biesen en busacker [GVE2-290 (1702)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging wellicht in de nabijheid van hoeve de Bus. Benoeming naar hoeve de

Bus, benoeming naar nabij gelegen bos.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 30

Opmerkingen:

 

Dit perceel lag niet in de nabijheid van  de hoeve de Bus in Eerde. Het element Busch- wijst op bos.

 

 

 

 

Naam:

 

Eeusel, Eeusels

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De veldnaam “Eeussels” kwam in Veghel op verschillende plaatsen voor.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Eeusel, afgeleid van eeuwen “voeren” is gangbare Kempische benaming voor weiland meestal van minderwaardige kwaliteit (M. Top. St. Huibr.Lille, -133).

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Eeuwsel wordt verklaard als een droge zomerwei­de, veelal in particulier bezit en omheind, een schrale weide of een weide in de bossen. Dit toponiem komt in het zuiden van de Baronie geregeld voor, maar in het oostelijk gedeelte van Brabant is het al even frequent [redactie].

 

Te Overpelt was een ‘eusel’ een kunstmatige weide i.c. ontgonnen heide of woeste grond met buntgrassoorten begroeid en in gebruik als veeweide, primair voor schaapskudden. Volgens Lindemans zijn de eeuwsels in de Belgische Kempen het eerste stadium bij de ontginning van heide tot cultuurland. Het is niet precies te achterhalen tot wanneer de eeuwsels als veeweiden hebben dienst gedaan, maar zeker niet langer dan de 16de eeuw.

Dat de eeuwsels goede hooilanden waren is onwaarschijnlijk vanwege de bodemgesteldheid, nl. matig natte zandgronden. Veel eeuwsels zijn thans als weiland in gebruik omdat de grond voor hooiland niet vochtig genoeg is en voor bouwland te nat.

 

(Lindemans 1946:2; Pijnenburg 1976:1; Buiks 1984 dl.9:32; Mennen 1992:217; Buiks & Leenders 1993 dl.4:383; Molemans 1976:314; Lindemans 1952; Helsen 1978:116.)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 27, 29

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Groenen Tuyn, Crommen Tuyn, Kromme Tong

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Lant op creytenburg den crommen off groenentuyn [GVEI2-299 (1777)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging op Krijtenburg onder Eerde; identiek met kromme tuin (zie kromme tuin).

Ligging:

 

Perceel nr. 16

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Groot Stuck

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

"Stuk" perceel land (M. Top. As. -137).

Ligging:

 

Perceel nr. 31

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

opt Hoog

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Lant 't hoog op creytenburg [GVE12-312 (1778)]

 

't hoog [N (1861, 1873), V.-]; D 161 (ged. St.Oedenrode) (b: 57.20), E 859 (b: 16.50), 924 (b: 53.00), 932, 933 (b en hh: 84.80), 938, 939, 1009-1012 (b: 2.28.20)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Gesubstantiveerd adjectief, benoeming naar de hoge ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 7-11, 15, 17, 18. perceel nr. 13 heette het Hoogstuck

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

het Hoogstuck

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

"Stuk" perceel land (M. Top. As. -137).

Ligging:

 

Perceel nr. 13

Opmerkingen:

 

Hoog gelegen perceel land.

 

 

 

Naam:

 

Jan Ariens Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Deel van perceel nr. 1 en perceel nrs. 34 en 35

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een voormalige eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Jan Jacobs Land

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

 

Ligging:

 

Perceel nr. 12

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een voormalige eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Jan Corste Stuck

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 20

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een voormalige eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

in de Kolk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Eenen hoyeamp genoemt de weyhoeff geleegen binnen de palen van vechel in de eerste

bunder in de colk [GOI26-22 (1573)]

 

de collick, havelttiende [Hs- (1681)]

 

de groes int collixken (Zontvelt) [GVE2-281 (1702)];

 

hoijbeemt in dorshout genaemt de Colk off Helleke, groot ontr. 3 karren hoijgewas [RAVllO-238v (1793)];

 

de kolk [N (1835, 1836, 1839, 1840, 1858, 1861, 1865, 1876, 1891, 1893)]; A 833-834 (w: 51.60), C 377, 394, 399 (he: 44.55,60), E 941 (b: 30.10), 942 (b: 31.10), 956 (b: 33.70), 957 (b: 32.90), 958 (b: 43.50), 965 (b: 08.30), 976, 977 (b en w: 77.50), 983, 984 (b en w: 49.20).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging op de Hoge Biezen onder Zijtaart in de Bundersehoek-Huigebos, in

Blankenburg, in de Knokert en op het Zondveld onder Zijtaart. Vrijwel al deze kolken zijn

inmiddels verdwenen. Benoeming naar de (vroegere) aanwezigheid van een waterplas. De

kolk in Blankenburg is het kleinste van de twee vennen geweest die gelegen hebben nabij

het huidige waterpompstation (zie Mergelven, Grote en Kleine). Dichtbij het perceel de

Kolk in de Knokert bevindt zich een kleine inzinking, waarin vroeger mogelijk water

stond. In het gebied Bouwlust, oostelijk van de Weihoef nabij Huigenbos en niet ver van

de Bundersehoek, ligt, waar de spoorlijn de Bunderstraat kruist, nu nog een klein

vennetje, het lijkt aannemelijk, dat dit vennetje bedoeld wordt met de Kolk bij de Weihoef

Waar het Kolkske op het Zondveld gelegen kan hebben is niet duidelijk. Ook op de Hoge

Biezen is de juiste ligging niet te achterhalen. Benoeming naar een persoonsnaam vgl.

Hendrik Johan van de Kolk 1823 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 22

Opmerkingen:

 

Cornelissen vermeldt een Kolk op het Zondveld. De bron, het verpondingsregister van 1702 vermeldt Zondveld alleen als woonplaats van de eigenaar, niet als plaatsaanduiding voor het perceel. De Colk op het Zondveld is identiek aan de Colk op de Hoge Biezen en identiek aan het het hier besproken gebied. Cornelissen vemeldt havelttiende. Dat moet zijn havertiende.

 

 

 

 

Naam:

 

op Creijtenburg

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum kreytenborch [BP1223-16v (1450-1455)]

 

creijtenborch [GVE2-39 (± 1500)]

 

biesense acker, op creytenborg [Hs- (1614)]

 

(rot) den biesen en creytenburgh begint in aert donckerts grooten beemt bestaet in twee en twintig huysen [GVIIB28 (± 1700)]

 

lant op rijkevoort genaamt de nieuwencamp op creytenborg [GVE12-164v (1778)]

 

krijtenburg [N (1860, 1879)]; E 936 (b: 17.50), F 1191 (b: 37.00)

 

krijtenburg, recente herbenaming (Zijtaart) [B- (1967)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggende op de Hoge Biezen onder Zijtaart en Eerde nabij de Voort onder Zijtaart, tevens benaming voor enkele percelen in dit gebied. Tegenwoordig straatnaam ter plaatse. Op Zijtaart komt nu nog een krytenberg voor. Kit. cryt = rechtsgebied, grondgebied, circus, agon. Dit zou een betekenis van "omsloten land" kunnen rechtvaardigen. Ik heb nog gedacht aan lt. craticulum bij cratis = rijshout, waarvan het mnl. crade = latten werk een ontlening kan zijn. De betekenis zou uiteindelijk hetzelfde blijven. Gebied door een afrastering aan het gemeenschappelijk gebruik onttrokken. Afgepaald gebied. Omheind land.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Wellicht ‘kreit’. Lindemans gaat uit van ‘krete’ dat een Brabantse umlautvorm kan zijn van ‘crate’ = afsluiting. Krijtenborg zou volgens de Bont een ‘borg’ zijn omgeven door een staketsel van vlechtwerk. Het mnl. ‘crijt’ staat voor kring, gebied, strijdperk, gerechtsplaats, zoals bv. blijkt uit een notitie uit 1322 ‘onse crythoeve’, een hof van de graaf van Leiden, waar men ‘campe in vechten sal’. Krijt zou volgens andere auteurs een samentrekking zijn van ‘cureyt ‘ = parochiepriester, pastoor; dan zou een Krijtakker in bezit zijn geweest van zo’n parochiepriester ofwel een rente voor hem opgebracht hebben. Kreiten schijnt ook een synoniem te zijn voor kibbelen - het betrokken perceel zou dan een omstreden stuk grond kunnen zijn.

 

Lindemans 1952:147; de Bont 1969 dl.3:141; Moerman 1956:234; Helsen 1944; Buiks 1986 dl.16:71,73.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-9, 11-17, 20, 21, 25, 27, 28, 34

Opmerkingen:

 

Wat betreft het element “Krijten” sluit ik me aan bij de verklaring van Cornelissen. Niet ver van Krijtenborg lag Logtenborg. Ook “Logt” of “Look” wijst op een omheind of afgesloten stuk land. Het “borg” wijst mijns inziens op een flinke hoeve.

 

 

 

 

Naam:

 

op den Creijtenburgse Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Uyt ackerlants ende heijlants genoempt den creijtenborchsen acker gelegen onder Vechel

aen die heylit op lochtenborch [RG169-36 (1646)]

 

1 b. akkerland en heyland genaamd den creytenborgse acker, te Veghel aen die heijlict op lochtenborgh [Dom.-171 (17311756)];

 

een groesveltje op creytenburgse acker [GVE12-292 (1777)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in Logtenburg/Heiligt onder Eerde. Gebieden die grenzen aan de Hoge

Biezen. Benoeming naar de ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 13, 14, 21, 22

Opmerkingen:

 

De Creytenburgsen Acker lag op Krijtenburg, niet onder Eerde.

 

 

 

 

Naam:

 

aen den Creytenburgse Berg

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De berch, in de berg, eert [RAV24 (1544)

 

d'lant opten berch [GVE15-47 (1624)

 

een stuk aen den berg gelegen binnen de parochie van St.Oedenrode en onde de palen van Vechel op crijtersberg [GO-125-41 (1646)]

 

landt aen den berg [GVE12-119 (1778)]

 

de berg [kad.(1832)]; den berg [N (1834 - 1894), V.-]; E 65, 66 (h: 25.10; b: 26.40), 75108,

110-129 (kad.); F 855, 856 (b: 64.-), 865, 866 (b: 1.3.50), 1080 (hh: 26.70).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Berg is in de Kempen frekwent ter aanduiding van hoger gelegen, weinig renderend land: Hanenberg, Lochtenberg, Suikerberg. In de meeste gevallen heeft berg hier evenwel de betekenis van landduin of zand-, zavelberg (MM. Verschillende percelen liggend in Eerde en Zijtaart. Achter het kerkdorp Eerde begint een hoge zandrug die vrij dicht langs de grens met Sint-Oedenrode naar het oosten loopt. Deze heuvelrij, door bebossing grotendeels aan het oog onttrokken, wordt doorsneden door de weg Veghel naar Sint-Oedenrode maar zet zich oostelijk hiervan nog een flink eind voort. Deze heuvels vormen de hoogstgelegen natuurlijke punten van Veghel en naderen een hoogte van 13 m. boven NAP. Ook de Berg in Zijtaart vormt een lichte verhoging ten opzichte van het omliggende land en in het bijzonder in kontrast met het midden in het gebied gelegen Bergsven.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 6

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Crommen Tuyn, Kromme Tong, Groenen Tuyn

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een stuk lants genoemt den crommen tuyn (creytenborgh parochie rode) [GO-126 (1556)]

 

het land de cromme thuijn (de kemkes) [GVE2-296 (1702)]; krommen tuin [N (1891)]

 

de kromme tuin [V.-]; E 856 (b: 71.40),

 

De krommetong [V.-]; E 948 (w: 31.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging op de Hoge Biezen onder Zijtaart. Benoeming naar de vorm.

 

De krommetong grenst aan de kromme tuin op de Hoge Biezen onder Zijtaart. Wellicht berust het toponiem op een misverstand (het is slechts eenmaal genoteerd uit de volksmond terwijl van het toponiem de kromme tuin ook andere gegevens bekend zijn); mogelijk heeft het zich ontwikkeld als nevenvorm naast de oorspronkelijke kromme tuin. Benoeming naar de vorm.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 16

Opmerkingen:

 

De veldnaam Kromme Tong is geen misverstand, want deze wordt ook genoemd in de jeugdherinneringen van Willem van Stiphout, zie kroniek 1924. Geëvolueerd uit de oudere vorm Kromme Tuin.

 

 

 

 

Naam:

 

Lange Stucken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Van joncker jan van lancvelts hoeff op hamme en binnevelt, de stueken teynen

den dries, de stucken achter 't bijlstuck, de twee stucken tussen de middelcanten, de lang stucken en de twee stucken de beemdt genaemt 't samen [GVE15-23 (1624)]

 

de drie lange stucken op de boekt [GVE2-161 (1702)]

 

de lang stukken [V.-]; C 173, 174, 177-182 (b: 1.91.60; og: 13.98).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

 

Verspreide ligging. benoeming naar de vorm.

Ligging:

 

Deel van perceel nr. 1

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Leege Hof

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam alleen op Eerde.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nr. 26

Opmerkingen:

 

Laaggelegen perceel.

 

 

 

Naam:

 

Streepje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element ‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk, vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen. (Buiks 1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223; Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 25

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Veltje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Veld signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

Verklaring door Cornelissen:

 

Veld betekent primair: open, onbebouwd terrein en was dus een synoniem van heide, gemeente enz. vandaar kreeg veld de sekundaire en thans gangbare betekenis van "een perceel akkerland" al dan niet uit een groter komplex en werd in die zin een konkurrent van akker (Top. Valk. -250).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 22

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Wascuyl

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Gelegen op crytenborg aen de wascuyl [GOI26-53 (1689)]

 

landt de wascuyl op creytenburg [GVEI2-310 (1777)

 

de waschkuil [N (1840, 1861); E 916 (b: 21.60), 917 (b: 42.20); de waskuil [V.-]; E 918 (b: 48.70).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging aan de Hoge Biezen onder Zijtaart. Mnl. "wase", slijk, modder, of plaats aan de

Dommel waar vlas werd geroot (M.Top. Valk, -276 wasbeemd).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4, 5

Opmerkingen:

 

Of mogelijk een kuil waar gewassen werd.

 

 

 

Naam:

 

Weversloop

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt den weversloop (creytenborgh) [GVEI2-298 (1777)]

 

een parceel teul en groeslandt, geleegen binnen den dorpe van veghel, ontr. 4 1. gen't den weevers loop [RAE79298v (1779)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op Krijtenburg aan de Hoge Biezen onder Eerde en Zijtaart. Het eerste lid zal een beroepsnaam of de persoonsnaam wever(s), Wever zijn vgl. Comelia Wevers, 1882 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 32

Opmerkingen:

 

-

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Hoog