|
Naam:
|
het Anderhalff Loopens |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 6 |
|
Opmerkingen:
|
Dit perceel was volgens het verpondingsboek 1 ½ lopens
groot. |
|
Naam:
|
Berg |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
berch, in de berg, eert [RAV24 (1544)
d'lant opten berch [GVE15-47 (1624)
een
stuk aen den berg gelegen binnen de parochie van
St.Oedenrode en onde de palen van Vechel op crijtersberg
[GO-125-41 (1646)]
landt aen den berg [GVE12-119 (1778)]
de
berg [kad.(1832)]; den berg [N (1834 - 1894), V.-]; E
65, 66 (h: 25.10; b: 26.40), 75108,
110-129 (kad.); F 855, 856 (b: 64.-), 865, 866 (b:
1.3.50), 1080 (hh: 26.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Berg
is in de Kempen frekwent ter aanduiding van hoger
gelegen, weinig renderend land: Hanenberg, Lochtenberg,
Suikerberg. In de meeste gevallen heeft berg hier
evenwel de betekenis van landduin of zand-, zavelberg
(MM. Verschillende percelen liggend in Eerde en
Zijtaart. Achter het kerkdorp Eerde begint een hoge
zandrug die vrij dicht langs de grens met Sint-Oedenrode
naar het oosten loopt. Deze heuvelrij, door bebossing
grotendeels aan het oog onttrokken, wordt doorsneden
door de weg Veghel naar Sint-Oedenrode maar zet zich
oostelijk hiervan nog een flink eind voort. Deze heuvels
vormen de hoogstgelegen natuurlijke punten van Veghel en
naderen een hoogte van 13 m. boven NAP. Ook de Berg in
Zijtaart vormt een lichte verhoging ten opzichte van het
omliggende land en in het bijzonder in kontrast met het
midden in het gebied gelegen Bergsven.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 2. Perceel nr. 6 heette “aen den
Creytenburgse Berg’ |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
aen (in) den Biesen |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Ad locum dictum die byesen [BP1189-291 (1417)];
de biesen (byesen) [RAV (1539)];
rot den biesen en creytenburgh begint in aert donckerts
grooten beemt, bestaet in 22 huysen [GVB28 (± 1700)];
den biezen [GO (1754)]; mutsards leggende op den grond
alwaar dezelve gewassen zijn den biezen [N (1842)].
In loco dicto in die byest [BP1178-204v (1385-1390)];
uyt twe stucken lants in die biest
[GVIE2 (1426)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
In tegenstelling tot biest, wordt de benaming de Biezen
nog gebruikt. Ligging onder
Zijtaart.
Biest is een plaats waar biezen groeien. Ligging zeer
waarschijnlijk bij Zijtaart. Het zijn laaggelegen
landen, meest weilanden. Biest vertoont het
bekende -t-suffix. J. de Brouwer citeert de mening van J.
Helsen ten aanzien van de naam Biest: "In het centrum
van de meeste van onze Kempische dorpen is steeds de
onbebouwde driehoekige Biest gebleven, met in het midden
de Biezenpoel, waarvan het zijn naam heeft gekregen tI.
In Zijtaart ligt de Nederbiest ongeveer in het midden
van de buurtschap. Lindemans meent, dat de naam Biest
zich ook uitgestrekt heeft tot slecht weiland. Dit komt
overeen met de reeds genoemde betekenis, die Schönfeld
aan dit toponym hecht. Het lijkt aannemelijk dat biest
een andere vorm is voor de Biezen, welke naam nog in
gebruik is
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Met bies worden verschillende soorten planten aangeduid,
alle behorend tot de geslachten Scirpus = bies en Juncus
= rus. De meest algemene soorten zijn Pitrus, Juncus
effusus L., een plant van vochtige, enigszins gestoorde
milieus, welke werd gebruikt voor het vervaardigen van
kaarsepitten, en de mattenbies, de Scirpus lacustris L.,
die, eveneens voorkomend in een vochtige omgeving, werd
gebruikt voor het vlechten van stoelzittingen.
Ze groeien bij voorkeur op vochtige, moerassige en wat
zure gronden, vooral in beemden. In Beesd [1148 Bisde,
1224 Beseth] zit het verzamelsuffix -ithi wat overging
in een t-suffix: ‘plaats waar biezen groeien’. Beesel
[1294 Besel] is ontstaan uit bies + lo. Het element
‘biest’ kent nog een andere betekenis, m.n. in
Vlaanderen waar het een aanduiding is voor dorpsplein,
vroeger gewoonlijk voorzien van een waterput. Deze biest
of plaatse was vaak beplant. Hieraan herinnert de
volgende tekst: ‘Eene beplante plaetse genaemd de Biste,
waer door differente reijbaenen ende wegen sijn loopende
ende waer inne sig bevind een klijn vijverken offte
waetering der beesten....’ Biest is vergelijkbaar met
o.a. Berkt, Stokt, Boekt etc. [redactie].
Buiks 1990:58; Molemans 1976:145; Buiks 1988 dl.21:22;
v.Berkel & Samplonius 1989:27; Helsen 1978:39
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 9, 11, 14, 18, 20, 22-25, 28-33, 35 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Biesense Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
stuk lants genaemt den biesen acker gelegen binnen de
parochie van Sint-Oedenrode
en
binnen de paelen van Veghel ter steede geheiten op
Crytenborgh [GOI26-18 (1564)]
biesense acker op creytenborg [RAV36 (1614), RAV159-190
(1755)]
biezense akker(s) [N (1860, 1864), V.-]; E 866, 867,
869, 871 (b: 1.30.60).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 25, 35. Zie
Biezense Akker |
|
Opmerkingen:
|
Akker gelegen op de Biezen. |
|
Naam:
|
int Biesens Velt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Biesensevelt [RAVI59-100 (1746)] |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 9, 24, 25 |
|
Opmerkingen:
|
Veld gelegen op de Biezen. |
|
Naam:
|
int Bos |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
½
landt 't Bosch (zontvelt) [GVE12-282 (1777)]
2
groesveltjens aldaer den hogen dries en 't bos
[GVE12-284 (1778)]
het
bosch, de bossen, bos [N. (1847,1864,1883)]; [V.] A 869
(he: 16.94.00), C 325, 328, 329 (b: 1.08.50; de: 49.50),
332 (bh: 1.00.10), E 655 (bos: 76.70),785 (b en w:
56.10), 1062 (w: 23.40), 1378-1384 (w: 1.16.90),
1381-1385 (b en w: 1.4.60).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Naar
de ligging in een bosgebied (MM.). Toponym dat herinnert
aan de oorspronkelijke
bosbouw (Hs-). |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 18 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Buschacker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Int
lant op den biesen en busacker [GVE2-290 (1702)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging wellicht in de nabijheid van hoeve de
Bus. Benoeming naar hoeve de
Bus,
benoeming naar nabij gelegen bos.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 30 |
|
Opmerkingen:
|
Dit perceel lag niet in de nabijheid van de hoeve de
Bus in Eerde. Het element Busch- wijst op bos.
|
|
Naam:
|
Eeusel, Eeusels |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
veldnaam “Eeussels” kwam in Veghel op verschillende
plaatsen voor.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Eeusel, afgeleid van eeuwen “voeren” is gangbare
Kempische benaming voor weiland meestal van
minderwaardige kwaliteit (M. Top. St. Huibr.Lille,
-133). |
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Eeuwsel wordt verklaard als een droge zomerweide,
veelal in particulier bezit en omheind, een schrale
weide of een weide in de bossen. Dit toponiem komt in
het zuiden van de Baronie geregeld voor, maar in het
oostelijk gedeelte van Brabant is het al even frequent
[redactie].
Te Overpelt was een ‘eusel’ een kunstmatige weide i.c.
ontgonnen heide of woeste grond met buntgrassoorten
begroeid en in gebruik als veeweide, primair voor
schaapskudden. Volgens Lindemans zijn de eeuwsels in de
Belgische Kempen het eerste stadium bij de ontginning
van heide tot cultuurland. Het is niet precies te
achterhalen tot wanneer de eeuwsels als veeweiden hebben
dienst gedaan, maar zeker niet langer dan de 16de
eeuw.
Dat de eeuwsels goede hooilanden waren is
onwaarschijnlijk vanwege de bodemgesteldheid, nl. matig
natte zandgronden. Veel eeuwsels zijn thans als weiland
in gebruik omdat de grond voor hooiland niet vochtig
genoeg is en voor bouwland te nat.
(Lindemans 1946:2; Pijnenburg 1976:1; Buiks 1984
dl.9:32; Mennen 1992:217; Buiks & Leenders 1993
dl.4:383; Molemans 1976:314; Lindemans 1952; Helsen
1978:116.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 27, 29 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Groenen Tuyn, Crommen Tuyn, Kromme Tong |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Lant
op creytenburg den crommen off groenentuyn [GVEI2-299
(1777)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging op Krijtenburg onder Eerde; identiek met kromme
tuin (zie kromme tuin). |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 16 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Groot Stuck |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
"Stuk"
perceel land (M. Top. As. -137). |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 31 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
opt Hoog |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Lant
't hoog op creytenburg [GVE12-312 (1778)]
't
hoog [N (1861, 1873), V.-]; D 161 (ged. St.Oedenrode)
(b: 57.20), E 859 (b: 16.50), 924 (b: 53.00), 932, 933
(b en hh: 84.80), 938, 939, 1009-1012 (b: 2.28.20)
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. Gesubstantiveerd adjectief,
benoeming naar de hoge ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 7-11, 15, 17, 18. perceel nr. 13 heette het
Hoogstuck |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
het Hoogstuck |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
"Stuk"
perceel land (M. Top. As. -137). |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 13 |
|
Opmerkingen:
|
Hoog gelegen perceel land. |
|
Naam:
|
Jan Ariens Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 1 en perceel nrs. 34 en 35 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar een voormalige eigenaar.
|
|
Naam:
|
Jan Jacobs Land |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 12 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar een voormalige eigenaar.
|
|
Naam:
|
Jan Corste Stuck |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 20 |
|
Opmerkingen:
|
Genoemd naar een voormalige eigenaar.
|
|
Naam:
|
in de Kolk |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Eenen hoyeamp genoemt de weyhoeff geleegen binnen de
palen van vechel in de eerste
bunder in de colk [GOI26-22 (1573)]
de
collick, havelttiende [Hs- (1681)]
de
groes int collixken (Zontvelt) [GVE2-281 (1702)];
hoijbeemt in dorshout genaemt de Colk off Helleke, groot
ontr. 3 karren hoijgewas [RAVllO-238v (1793)];
de
kolk [N (1835, 1836, 1839, 1840, 1858, 1861, 1865, 1876,
1891, 1893)]; A 833-834 (w: 51.60), C 377, 394, 399 (he:
44.55,60), E 941 (b: 30.10), 942 (b: 31.10), 956 (b:
33.70), 957 (b: 32.90), 958 (b: 43.50), 965 (b: 08.30),
976, 977 (b en w: 77.50), 983, 984 (b en w: 49.20).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging op de Hoge Biezen onder Zijtaart in
de Bundersehoek-Huigebos, in
Blankenburg, in de Knokert en op het Zondveld onder
Zijtaart. Vrijwel al deze kolken zijn
inmiddels verdwenen. Benoeming naar de (vroegere)
aanwezigheid van een waterplas. De
kolk
in Blankenburg is het kleinste van de twee vennen
geweest die gelegen hebben nabij
het
huidige waterpompstation (zie Mergelven, Grote en Kleine).
Dichtbij het perceel de
Kolk
in de Knokert bevindt zich een kleine inzinking, waarin
vroeger mogelijk water
stond. In het gebied Bouwlust, oostelijk van de Weihoef
nabij Huigenbos en niet ver van
de
Bundersehoek, ligt, waar de spoorlijn de Bunderstraat
kruist, nu nog een klein
vennetje, het lijkt aannemelijk, dat dit vennetje
bedoeld wordt met de Kolk bij de Weihoef
Waar
het Kolkske op het Zondveld gelegen kan hebben is niet
duidelijk. Ook op de Hoge
Biezen is de juiste ligging niet te achterhalen.
Benoeming naar een persoonsnaam vgl.
Hendrik Johan van de Kolk 1823 (Kl.Bev. V.).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 22 |
|
Opmerkingen:
|
Cornelissen vermeldt een Kolk op het Zondveld. De bron,
het verpondingsregister van 1702 vermeldt Zondveld
alleen als woonplaats van de eigenaar, niet als
plaatsaanduiding voor het perceel. De Colk op het
Zondveld is identiek aan de Colk op de Hoge Biezen en
identiek aan het het hier besproken gebied. Cornelissen
vemeldt havelttiende. Dat moet zijn havertiende.
|
|
Naam:
|
op Creijtenburg |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Ad
locum dictum kreytenborch [BP1223-16v (1450-1455)]
creijtenborch [GVE2-39 (± 1500)]
biesense acker, op creytenborg [Hs- (1614)]
(rot) den biesen en creytenburgh begint in aert
donckerts grooten beemt bestaet in twee en twintig
huysen [GVIIB28 (± 1700)]
lant
op rijkevoort genaamt de nieuwencamp op creytenborg
[GVE12-164v (1778)]
krijtenburg [N (1860, 1879)]; E 936 (b: 17.50), F 1191
(b: 37.00)
krijtenburg, recente herbenaming (Zijtaart) [B- (1967)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggende op de Hoge Biezen onder Zijtaart en
Eerde nabij de Voort onder Zijtaart, tevens benaming
voor enkele percelen in dit gebied. Tegenwoordig
straatnaam ter plaatse. Op Zijtaart komt nu nog een
krytenberg voor. Kit. cryt = rechtsgebied, grondgebied,
circus, agon. Dit zou een betekenis van "omsloten land"
kunnen rechtvaardigen. Ik heb nog gedacht aan lt.
craticulum bij cratis = rijshout, waarvan het mnl. crade
= latten werk een ontlening kan zijn. De betekenis zou
uiteindelijk hetzelfde blijven. Gebied door een
afrastering aan het gemeenschappelijk gebruik onttrokken.
Afgepaald gebied. Omheind land.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Wellicht ‘kreit’. Lindemans gaat uit van ‘krete’ dat een
Brabantse umlautvorm kan zijn van ‘crate’ = afsluiting.
Krijtenborg zou volgens de Bont een ‘borg’ zijn omgeven
door een staketsel van vlechtwerk. Het mnl. ‘crijt’
staat voor kring, gebied, strijdperk, gerechtsplaats,
zoals bv. blijkt uit een notitie uit 1322 ‘onse
crythoeve’, een hof van de graaf van Leiden, waar
men ‘campe in vechten sal’. Krijt zou volgens
andere auteurs een samentrekking zijn van ‘cureyt ‘ =
parochiepriester, pastoor; dan zou een Krijtakker in
bezit zijn geweest van zo’n parochiepriester ofwel een
rente voor hem opgebracht hebben. Kreiten schijnt ook
een synoniem te zijn voor kibbelen - het betrokken
perceel zou dan een omstreden stuk grond kunnen zijn.
Lindemans 1952:147; de Bont 1969 dl.3:141; Moerman
1956:234; Helsen 1944; Buiks 1986 dl.16:71,73.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1-9, 11-17, 20, 21, 25, 27, 28, 34 |
|
Opmerkingen:
|
Wat betreft het element “Krijten” sluit ik me aan bij de
verklaring van Cornelissen. Niet ver van Krijtenborg lag
Logtenborg. Ook “Logt” of “Look” wijst op een omheind of
afgesloten stuk land. Het “borg” wijst mijns inziens op
een flinke hoeve.
|
|
Naam:
|
op den Creijtenburgse Acker |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Uyt
ackerlants ende heijlants genoempt den creijtenborchsen
acker gelegen onder Vechel
aen
die heylit op lochtenborch [RG169-36 (1646)]
1 b.
akkerland en heyland genaamd den creytenborgse acker, te
Veghel aen die heijlict op lochtenborgh [Dom.-171
(17311756)];
een
groesveltje op creytenburgse acker [GVE12-292 (1777)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging in Logtenburg/Heiligt onder Eerde.
Gebieden die grenzen aan de Hoge
Biezen. Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 13, 14, 21, 22 |
|
Opmerkingen:
|
De Creytenburgsen Acker lag op Krijtenburg, niet onder
Eerde.
|
|
Naam:
|
aen den Creytenburgse Berg |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
berch, in de berg, eert [RAV24 (1544)
d'lant opten berch [GVE15-47 (1624)
een
stuk aen den berg gelegen binnen de parochie van
St.Oedenrode en onde de palen van Vechel op crijtersberg
[GO-125-41 (1646)]
landt aen den berg [GVE12-119 (1778)]
de
berg [kad.(1832)]; den berg [N (1834 - 1894), V.-]; E
65, 66 (h: 25.10; b: 26.40), 75108,
110-129 (kad.); F 855, 856 (b: 64.-), 865, 866 (b:
1.3.50), 1080 (hh: 26.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Berg
is in de Kempen frekwent ter aanduiding van hoger
gelegen, weinig renderend land: Hanenberg, Lochtenberg,
Suikerberg. In de meeste gevallen heeft berg hier
evenwel de betekenis van landduin of zand-, zavelberg
(MM. Verschillende percelen liggend in Eerde en
Zijtaart. Achter het kerkdorp Eerde begint een hoge
zandrug die vrij dicht langs de grens met Sint-Oedenrode
naar het oosten loopt. Deze heuvelrij, door bebossing
grotendeels aan het oog onttrokken, wordt doorsneden
door de weg Veghel naar Sint-Oedenrode maar zet zich
oostelijk hiervan nog een flink eind voort. Deze heuvels
vormen de hoogstgelegen natuurlijke punten van Veghel en
naderen een hoogte van 13 m. boven NAP. Ook de Berg in
Zijtaart vormt een lichte verhoging ten opzichte van het
omliggende land en in het bijzonder in kontrast met het
midden in het gebied gelegen Bergsven.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 6 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Crommen Tuyn, Kromme Tong, Groenen Tuyn |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
stuk lants genoemt den crommen tuyn (creytenborgh
parochie rode) [GO-126 (1556)]
het
land de cromme thuijn (de kemkes) [GVE2-296 (1702)];
krommen tuin [N (1891)]
de
kromme tuin [V.-]; E 856 (b: 71.40),
De
krommetong [V.-]; E 948 (w: 31.80).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging op de Hoge Biezen onder Zijtaart. Benoeming naar
de vorm.
De
krommetong grenst aan de kromme tuin op de Hoge Biezen
onder Zijtaart. Wellicht berust het toponiem op een
misverstand (het is slechts eenmaal genoteerd uit de
volksmond terwijl van het toponiem de kromme tuin ook
andere gegevens bekend zijn); mogelijk heeft het zich
ontwikkeld als nevenvorm naast de oorspronkelijke kromme
tuin. Benoeming naar de vorm.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 16 |
|
Opmerkingen:
|
De veldnaam Kromme Tong is geen misverstand, want deze
wordt ook genoemd in de jeugdherinneringen van Willem
van Stiphout, zie
kroniek 1924. Geëvolueerd uit de oudere vorm
Kromme Tuin.
|
|
Naam:
|
Lange Stucken |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Van
joncker jan van lancvelts hoeff op hamme en binnevelt,
de stueken teynen
den
dries, de stucken achter 't bijlstuck, de twee stucken
tussen de middelcanten, de lang stucken en de twee
stucken de beemdt genaemt 't samen [GVE15-23 (1624)]
de
drie lange stucken op de boekt [GVE2-161 (1702)]
de
lang stukken [V.-]; C 173, 174, 177-182 (b: 1.91.60; og:
13.98).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Verspreide ligging. benoeming naar de vorm. |
|
Ligging:
|
Deel van perceel nr. 1 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Leege Hof |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert deze veldnaam alleen op Eerde.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar de ligging. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 26 |
|
Opmerkingen:
|
Laaggelegen perceel. |
|
Naam:
|
Streepje |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende
plaatsen in Veghel.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een
langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een
vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in
de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een
deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door
Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element
‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen
beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in
kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een
groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk,
vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen. (Buiks
1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223;
Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 25 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Veltje |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Veld signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in
Veghel. |
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Veld
betekent primair: open, onbebouwd terrein en was dus een
synoniem van heide, gemeente enz. vandaar kreeg veld de
sekundaire en thans gangbare betekenis van "een perceel
akkerland" al dan niet uit een groter komplex en werd in
die zin een konkurrent van akker (Top. Valk. -250).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 22 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Wascuyl |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Gelegen op crytenborg aen de wascuyl [GOI26-53 (1689)]
landt de wascuyl op creytenburg [GVEI2-310 (1777)
de
waschkuil [N (1840, 1861); E 916 (b: 21.60), 917 (b:
42.20); de waskuil [V.-]; E 918 (b: 48.70).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging aan de Hoge Biezen onder Zijtaart. Mnl. "wase",
slijk, modder, of plaats aan de
Dommel waar vlas werd geroot (M.Top. Valk, -276 wasbeemd).
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 4, 5 |
|
Opmerkingen:
|
Of mogelijk een kuil waar gewassen werd. |
|
Naam:
|
Weversloop |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Landt den weversloop (creytenborgh) [GVEI2-298 (1777)]
een
parceel teul en groeslandt, geleegen binnen den dorpe
van veghel, ontr. 4 1. gen't den weevers loop [RAE79298v
(1779)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging op Krijtenburg aan de Hoge Biezen
onder Eerde en Zijtaart. Het eerste lid zal een
beroepsnaam of de persoonsnaam wever(s), Wever zijn vgl.
Comelia Wevers, 1882 (Kl.Bev. V.).
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 32 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|