|
Naam:
|
het Braaxke |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Deze
velnaam kwam in Veghel op meerdere plaatsen voor.
Cornelissen geeft verschillende vermeldingen, onder
andere op het Havelt, Ham en ZIjtaart.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Land
dat braak ligt, of dat moet gebroken – dat is beploegd –
worden, geschikt gemaakt om bewerkt te worden in tuimere
zin. Ook (meestal) onbebouwd, weinig renderend bouwland
(Molemans, 1979-94).
|
|
Verklaring door Beijers enf Van Bussel: |
‘Braak’ wordt meestal omschreven als braakliggend stuk
grond. Mogelijk is ook de oorspronkelijke betekenis van
het woord: ‘breken’ = ploegen. Over het braak liggen van
grond zegt Draye: ‘Het drieslagstelsel waarbij 1 jaar
wintergraan, 1 jaar zomergraan en het 3de
jaar de grond braak lag, werd in Vlaanderen in de 14de
eeuw al niet meer toegepast. Op de magere gronden van de
Kempen zal het lange tijd in zwang zijn gebleven’.
Volgens Buiks is in de Baronie het braak liggen van
grond al snel vervangen door teelt van gewassen als
rapen, klaver e.d.. Een bijkomende factor was dat de
boeren niet gehinderd werden door de ‘Flurzwang’, een
verplichting om op delen van de dorpsakker hetzelfde
gewas te verbouwen. Op de braak kon het vee geweid
worden, tenminste zolang het braak liggende perceel niet
‘gebroken’ werd. De braak diende behalve voor het
herwinnen van de vruchtbaarheid ook voor het verwijderen
van onkruid. Om dit laatste te bereiken moest de braak
veelvuldig geploegd worden en daarna geëgd. Braak
liggende grond werd het eerst geploegd in juni
(braakmaand). Tevoren kon het vee er ongestoord op
weiden. Men vindt wel eens pachtkontrakten over het
braak laten liggen van een deel van de landerijen in het
laatste pachtjaar.
‘Brakelen’ en ‘brekelen’ zullen vermoedelijk zijn
afgeleid van ‘braak’ + lo [elen-uitgang]. Tijdens de
braak herstelde de natuurlijke rijkdom van de grond zich
enigszins o.a. door de werking van bepaalde vrij levende
stikstofbindingsbacterieën. Onvruchtbare gronden lagen
het meest braak. Een ‘hoogbraak’ is een hoger gelegen
ontginningscomplex. (Buiks 1990:53; Draye 1941; Buiks
1990:72; Buiks & Leenders 1993 dl.5:562.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 9 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
in het Dorshout |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Bekende buurtschap in Veghel, die zich vanaf de
Oranjewijk noordelijk langs de Aa
uitstrekt, tot aan de Amert en de Knokert. Ook benaming
voor een boerenwoning ter
plaatse (anno 1852). Anno 1927 was Dorshout bovendien de
naam voor de huidige
N.C.B. -laan. Dorshout is een nog bekende naam. Het
eerste element kan droog en dor
betekenen, maar ook dwars. Hout "bos" (M.Top. Valk.
-110).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Hout, en op andere plaatsen in ons land ‘holt’, komt
veel voor in toponiemen, zowel in nederzettings-,
gehucht- als veldnamen. Men kan dan denken aan rooiingen
van bossen van hoog opgaand hout. Vanaf de 13de
eeuw zouden de hout- en lo-namen verdrongen worden door
de bosnamen.
Buiks 1990: 86; Molemans 1976: 521; Buiks 1988 dl.24:
44; Buiks 1983 dl.4: 4; Verdam 1932: 260; v.Passen 1961;
Buiks & Leenders 1993 dl.3: 225, dl.4:422.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 3 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
aen d’ Eerde |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Hulsberdonc nabij de Eirde [GZG-272 (1396)]
d'eerd [Hs- (1537)]
hopvelt aen d'eerde [GVEI5-231 (1624)]
hertgang Dorshout en Eert [GVEI2-181 (1778)]
in
den hoek de eerde [N (1821)
kad.
(1832)]; F 1-65 en D 152-303 (Sint-Oedenrode).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Kerkdorp van Veghel, zuidelijk in de richting van
Schijndel.
Aard
= gemeenteweide, bouwland, weiland langs een waterloop.
Aard verschijnt ook in de vorm eerd. Vgl. Eerde bij
Ommen in Overijsel. Afgezien van de etymologie betekent
het woord in de Kempen meestal: onbewonnen heide- en
bosland in gemeenschappelijk gebruik genomen tot het
hoeden van het vee, tot het steken van schadden en tuif
en tot het halen van heide als strooisel voor de dieren.
Nagenoeg ieder dorp had destijds zijn eigen "aard".
Mansion maakt onderscheid tussen een stam "aard" en een
stam "aarde". Hij meent dat "aard" een
volksetymologische spelling is. het vereenzelvigt het
element - aard met mnl. aert, dat gezegd wordt van
bouwland, vaste grond, landstreek. Aarde staat voor
eerde en is verwant met ohgd. Era = aarde, land.
Aard
daarentegen spruit uit germ. + arthu "landbouw" voort en
is verwant met ags. eard = woning. Het is een afleiding
uit de bekende wortel -ar- (ploegen) (lt. aratrum, gr.
arotron ploeg). Aard is dus zonder twijfel
oorspronkelijk een ploegland geweest, maar in het
Nederlands heeft zijn betekenis zich ontwikkelt tot "veld,
open plaats" en onder meer "land bij een rivier", "aanlegplaats".
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Mogelijk is de verklaring: beploegde grond of bouwland.
Als er een relatie bestaat tussen Eerde en ‘eert’, een
dialectische vorm voor ‘aarde’, dan kan gedacht worden
aan zandleemgrond of zwarte teelaarde. Een derde
mogelijkheid is een verband met ‘eerd’, ‘ert’ wat veelal
vruchtbare grond langs een beek aanduidt. Of is Eerde
een gebied wat eens behoorde tot de ‘aard’ van
Sint-Oedenrode [redactie]?
Molemans 1976:304; Buiks 1983 dl.6:26; v.Berkel &
Samplonius 1989:54.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1, 2, 6-16 |
|
Opmerkingen:
|
Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de gemeintes van
Sint-Oedenrode en Veghel ooit “aard” genoemd werden, dus
die verklaring ligt weinig voor de hand. Ik sluit me aan
met de verklaring “bouwland”.
|
|
Naam:
|
in de Grootdonk |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Hoeve de grootdonck [Mrv91-46 (1712)]
grootdonken [GO- (1754)]
de
grodonk [kad. (1832)]; F 284-366
de
grootdonk [N. (1835, 1877)]; F 178-185 (w: 92.70; b:
1.57.90; he: 21.10; hu: 13.90; tu: 17.20), 458, 459 (he:
26.08.80).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Gebied liggend onder Eerde. Vanaf de rivier de Aa en de
Zuid- Willemsvaart komende begint het landschap ter
hoogte van de Grootdonk in de hoogte toe te nemen, wat
zich voortzet in de richting van de Eerdse bergen. Men
kan hier dus wel spreken van een "grote donk".
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1-3, 6, 8-18 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
de Grootdonkse Hoeve |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Hoeve gen't de grootdoncxse hoeff [RAV97-166 (1721)]
in
de grootdonksehoeven [GO (1754)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging in de Grootdonk onder Eerde. Benoeming
naar de ligging. |
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1-2, 6-16 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
het Grootdonx Veltje |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Ter
plaatse voorschreven (grootdonk) den kattenbosch,
kalverveldje en het grootdonksveldje [N. (1818)]
grodonksveldje [V.]; F 336 (b: 30.30).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging in de Grootdonk onder Eerde. benoeming naar de
ligging. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 13 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Hekkegats Camp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Van
den heckengadscamp (onder Eerde) [GSO-262 (1617)]
heckengadtscamp (onder Eerde) GSO-262 (1617)]
twee
percelen groesland gelegen in de grottdonk genaamd
hekkegatskamp [N (1830)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging in de Grootdonk onder eerde,
waarschijnlijk nabij een hek op de Schijndelsedijk, waar
ter hoogte van de Grootdonk, de grens tussen Veghel en
Schijndel ligt. Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 3-5 |
|
Opmerkingen:
|
Deze percelen heetten ook Veghels Gat of Schijndels Gat.
Doorgang door de landweer gelegen op de grens van Veghel
en Schijndel.
|
|
Naam:
|
Heyvelt |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere
plaatsen in Veghel.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 10 |
|
Opmerkingen:
|
Perceel begroeid met heide.
|
|
Naam:
|
Hoog Eeusel |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Het
hoog eeuwsel ter plaatse genaemt de Setert [Mrv92-16
(1751)]
het
hoog eeuwsel, heiveld en drieske [N (1861)]; F 339-341,
346, 347 (b, w: 1.40.00).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging in de Gro(ot)donk onder Eerde. Benoeming naar de
hoge ligging.
Eusel, afgeleid van eeuwen "voeren", is een gangbare
Kempische benaming voor weiland meestal van
minderwaardige kwaliteit (M.Top. St. Huibr.Lille, 133).
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Eeuwsel wordt verklaard als een droge zomerweide, veelal
in particulier bezit en omheind, een schrale weide of
een weide in de bossen. Dit toponiem komt in het zuiden
van de Baronie geregeld voor, maar in het oostelijk
gedeelte van Brabant is het al even frequent [redactie].
Te Overpelt was een ‘eusel’ een kunstmatige weide i.c.
ontgonnen heide of woeste grond met buntgrassoorten
begroeid en in gebruik als veeweide, primair voor
schaapskudden. Volgens Lindemans zijn de eeuwsels in de
Belgische Kempen het eerste stadium bij de ontginning
van heide tot cultuurland. Het is niet precies te
achterhalen tot wanneer de eeuwsels als veeweiden hebben
dienst gedaan, maar zeker niet langer dan de 16de
eeuw. Dat de eeuwsels goede hooilanden waren is
onwaarschijnlijk vanwege de bodemgesteldheid, nl. matig
natte zandgronden. Veel eeuwsels zijn thans als weiland
in gebruik omdat de grond voor hooiland niet vochtig
genoeg is en voor bouwland te nat. Spellingsvarianten
zijn volgens Pijnenburg eeusel, eeusele, eeussele,
eeuwsel, eeuwsele, eusele, euysel, euyssel, eusel,
eussel, eussele, euscele, heusel, heusele, euchel,
eeuchele, euselken, euselkene e.d. Wellicht is ‘eusel’
ook herkenbaar in de onder Meerle gelegen gebieden Groot
en Klein Eyssel. Een enkele auteur ziet zelfs in Eersel
een afleiding van het element ‘eeuwsel’.
Lindemans 1946:2; Pijnenburg 1976:1; Buiks 1984 dl.9:32;
Mennen 1992:217; Buiks & Leenders 1993 dl.4:383;
Molemans 1976:314; Lindemans 1952; Helsen 1978:116.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 7, 8 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Calverveltje |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Een
stuck landts genaemt het calvervelt (onder Eerde)
[G50-262 (1617)]
ter
plaatse voors. (grootdonk) genaamd den kattenboseh,
kalverveldje en het grootdonksveldje [N (1818)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Onbekende ligging in de Grootdonk onder Eerde. Benoeming
naar de aanwezigheid
van
weiland, voor het vee. |
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 11, 12 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Rouwen Camp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
De
rouwen camp (onder eerde) [GSO-262 (1617)]
de
rouwencamp, de hey, hoge heyde [Hs- (1664)]
den
rouwencamp [GVE2-106 (1702)]
de
raauwen kamp [N (1838)]; B 223 (w: 38.60)
den
rouwenkamp [N (1873, 1880, 1883, 1891)]; B 224 (w:
41.90), F 380382 (w: 82.10),455 ged. (w: 1.70.32)
de
rouwe kamp [V.-]; F 377-379 (w: 75.00)
de
rauwe kamp [V.-] .
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging in het Dubbele onder Eerde en in de Korsehoeven.
"Rouw" hier wellicht in de
betekenis "ruw", "ruig", mogelijk duidend op de toestand
van het betreffende gebied, voor de ontginning.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 1-2 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Rutjens Camp |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
-
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
-
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 15 |
|
Opmerkingen:
|
De naam wordt al vermeld in 1646. Genoemd naar eigenaar
Rutgerus van Erpe, Rutgerssoen, die dit perceel tussen
1485 en 1499 verwierf.
|
|
Naam:
|
Schijndels Gat |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
In
eenen hoybeemt gelegen alhier aan het hecken genaemt het
schijndel gat [GO-126
(1699)]
een
hoyvelt aent soogenaemt schijndels gat onder veghel
[GVEI2-199 (1777)]
het
schijndelsgat [N (1845)]; F 369 (w: 34.90; voorp:
13.60).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Ligging in het Dubbele onder Eerde. Benoeming naar de
ligging. Ter plaatse bevond zich een hek, dat toegang
gaf tot het grondgebied van Schijndel.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 4-5. |
|
Opmerkingen:
|
Deze percelen heetten ook Veghels Gat of Hekkegatscamp.
Doorgang door de landweer gelegen op de grens van Veghel
en Schijndel.
|
|
Naam:
|
Schijndelse Weg, Dijk van Veghel naar Schijndel |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Aan
den schijndelsen dijk in het oost-dubbele [N (1847)]; A
1331 (w: 5.29.30)
schyndelsedijk [N (1883, 1884)]; A 1331, 1332 (w:
14.33.90), F 455, 457 (w: 31.86.30)
de
schyndelsendijk in de putten [N (1885)]; A 1331, 1332
(w: 14.33.90).
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Dit
is de oude verbinding met Schijndel, die als zodanig
sinds de aanleg van de Zuid-Willemsvaart niet meer in
gebruik is. Het is de huidige N. C.B. -laan en het
verlengde daarvan aan de overzijde van de Zuid-
Willemsvaart, welk laatste gedeelte nog altijd de
oorspronkelijke naam draagt. benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 5 grensde aan deze dijk. perceel nrs. 15 en
17 grensden aan de Schijndelse Weg
|
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Streepkens |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende
plaatsen in Veghel.
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.
|
|
Verklaring door Beijers en Van Bussel: |
Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een
langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een
vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in
de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een
deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door
Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element
‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen
beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in
kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een
groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk,
vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen. (Buiks
1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223;
Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)
|
|
Ligging:
|
Perceel nr. 15 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|
Naam:
|
Veghels Gat |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Hek
int vechels of schijndels gat [GO- (1754)].
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Identiek met Schijndelsgat (zie schijndelsgat).
Benoeming naar de ligging.
|
|
Ligging:
|
Perceel nrs. 3, 5 |
|
Opmerkingen:
|
Deze percelen heetten ook Schijndels Gat of
Hekkegatscamp. Doorgang door de landweer gelegen op de
grens van Veghel en Schijndel.
|
|
Naam:
|
Weyde |
|
Vermeldingen door Cornelissen:
|
Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere
plaatsen in Veghel
|
|
Verklaring door Cornelissen:
|
Weide, weiland. |
|
Ligging:
|
Perceel nr. 6 |
|
Opmerkingen:
|
-
|
|