|
1.
Het hier besproken gebied was in 1190
al grotendeels in particuliere handen.
2.
Vanaf 1190
betaalden lieden die een perceel van de gemeenschappelijke grond
voor eigen gebruik kochten daarvoor een jaarlijkse cijns aan de
landsheer. In 1314 gaf de hertog van Brabant deze cijnzen (met
uitzondering van de hoendercijnzen) aan de Heer van Helmond.
Cijnzen voor nieuwe uitgiften na 1314 inde de hertog hierna weer
zelf. Cijnzen betaald aan de heer van Helmond rustten dus
oorspronkelijk op percelen die in de periode 1190-1314 aan
particulieren verkocht zijn.
Op de Grootdonkse Hoef rustte een cijns aan de heer van Helmond
van 6 nieuwe penningen. Omgerekend volgens de gebruikelijke norm
was het oorspronkelijk uitgegeven perceel een halve bunder groot.
Het perceel zal ergens aan de rand van de gemeint anno 1190
gelegen hebben. In deze reconstructie plaatsen we het perceel
aan de oostzijde van de sloot of waterloop die aan de oostelijke
kant van het hier besproken gebied liep.
|