|
Op perceel nr.
23, deel c rustte in de achttiende eeuw eeuw een cijns te
betalen aan de heer van Helmond. Deze cijnzen waren verbonden
aan percelen die in de periode 1190-1314 van de gemene gronden
aan particulieren verkocht waren. In de administratie van de
cijnzen van de heer van Helmond van de 16de, 17de en 18de eeuw
treffen we deze cijns aan onder nummer Hm-7. In de oude
cijnsboeken van de vijftiende eeuw heeft deze cijns nummer Hm-118.
In 1599-1600 werd de cijns betaald uit een "Aabempt
aent Havent". De cijns
is in de vijftiende en zestiende eeuw nooit opgesplitst, zodat
we aan mogen nemen dat de cijns ook in 1406 en wellicht ook al
eerder op deze beemd aan het Havelt verbonden was.
De
oudst bekende cijnsbetalers zijn de kinderen van Godefridus van
Lancvelt, die in 1406 aan de heer van hertog een cijns betalen
van 15 oude penningen uit het goed dat eerder van Petrus van
Keeldonc was. Die 15 oude penningen betekenen dat het
oorspronkelijk uitgegeven perceel - omgerekend volgens de
gebruikelijke norm - 15 lopens was.
Perceel nr. 23 is
slechts 5 1/2 lopens groot. In deze reconstructie gaan we er van
uit de in 1190-1314 uitgegeven grond perceel nrs. 20 t/m 23
betreft.
De meeste beemden waren in Veghel al voor 1190
uitgegeven, maar een deel werd pas in 1190-1314 of nog wat later
aan particulieren verkocht. |