Vrensse Eussel - toponiemen

Naam:

 

Bosstraet

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De bolcken, bosstraat onder de molen heeselaar [Hs- (1539)]

 

coolencamp (veltje) hantfoirtse tiende hey by de boschstraat [Hs- (1616)]

 

hoy in de boschstraet [GVEI2-83 (1778)]

 

boschstraat waaronder Beugs brugje en oude huisplaats [GVB26 (1783)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit is de oorspronkelijke benaming voor de aloude verbinding met 's-Hertogenbosch nu vaak de dorpenweg genoemd. De huidige Middegaal, Gasthuisstraat, Stationsstraat, Molenstraat en Deken van Miertstraat werden alle zo genoemd. Bos is hier dus een verkorting van 's-Hertogenbosch.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 17 grensde aan de Bosstraet

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Heijvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Benaming voor vele verspreid liggende percelen.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 14-17

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Hoef

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Enen huyse hostat ende hoff mitten erffenissen daer toe behoerende groet tsamen omtrent

vier lopense genoemt die hoef, gelegen binnen der prochien van Vechel ende ter plaetse

voorschreven [GVI2 (1541)]

 

't kempken in de hoeff in den d'avell [GVE15-143 (1624)]

 

huijs aen't heselaer gen't de hoeff [RAV97-31 (1719)]

 

een eeuselvelt aent middegaals brugge de hoef [GVE12-22 (1778)]

 

de hoef [kad. (1832)], B 198-216; de hoef [N (1835, 1839, 1842, 1856, 1868, 1876, 1877, 1879, 1892)]; A 512 (w: 44.30), B 203-204 (mb: 2.55.90), 449 (b: 93.40), C 425 (w: 22.90), 426-428 (b en w: 89.30), 429-432 (b en w: 1.31.50), 450 (w: 60.20), D 63 (b: 29.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied ten noord-oosten van het ven, grenzend aan de Kleine Hintel, tevens een komplex

bouw- en weiland in de Blankenburg en nog enige percelen op het Middegaal en elders.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel

 

Een hoeve vormde oorspronkelijk een hoeveelheid grond ter grootte van 1 hova = ca. 12 bunder, maar dit kon van streek tot streek verschillen. Volgens Trommelen is de verdeling in hova’s algemeen geweest. Op deze hova’s werden voor de pachters de ‘casatae’ gezet. In de vroege middeleeuwen kende men de vroonhoeven die enerzijds bestonden uit de terra indominicata of saalland, wat door de heer zelf in exploitatie werd gehouden, en de terra mansionaria of hoevenland, een deel dat aan horige boeren werd uitgegeven en waarbij ieder in principe 1 mansus of hoeve van ca. 12-16 ha kreeg toegewezen. Later is de aanduiding voor de hoeve als hofstede of als wooneenheid samen met het omliggende land in zwang gekomen, vandaar de vele hofstadnamen.

 

In de middeleeuwse documenten treft men termen aan als ‘ex manso dicto’ = uit een hoeve genaamd...., ‘ex domi­stadio dicto’ = uit een hofstad ge­naamd....., of ‘ex domo orto horreo et area’ = uit huis, tuin, schuur en erf. Volgens Buiks staat ‘hofstad’ voor de plaats waar een boerderij staat of heeft gestaan; als het wordt voorafgegaan door het adjectief ‘oude’ kan het archeologisch interessant zijn. Mogelijk staat ‘oude hofstad’ voor een grote verdwenen boerderij, in veel gevallen de hoofdhoeve van een nederzetting. In dit verband verdienen ook vermelding toponiemen als ‘‘t hof’ en ‘‘t hofgoed’, die in sommige gevallen verwijzen naar een oude ‘curtis’, zoals bv. in Lieshout. In Vlierden liggen geconcentreerd rond de locatie van de verdwe­nen 13de-eeuw­se kapel vijf hof-toponiemen bij elkaar. Van een zgn. ’gewaerde hofstat’ had de eigenaar het recht tot gebruik van de gemeynt. De bij de hoeve gelegen ‘hof’ is meestal een omsloten stuk grond, veelal in de vorm van een moestuin, maar ook de betekenis van boerderij is gebruikelijk.

 

Bijzondere aandacht vragen hovennamen. Theuws zegt hiervan dat dit naamtype voorkomt in een groot deel van het Maas-Demer-Scheldege­bied, zowel in de bevolkingsconcentraties als daarbuiten. Opvallend zijn de groep hovennamen in het noordelijke deel van de provincie Antwerpen, alsmede het vrijwel ontbreken ervan in het dal van de Aa in oostelijk Noord Brabant. Wellicht, zo meent hij, zijn de hovennamen voor een deel toe te schrijven aan een uitbreiding van de bewoning in de laat-Merovingische en Karolingische tijd. Veel hovennamen dateren echter uit de volle middeleeuwen. Een geheel andere betekenis van ‘hoeve’ is ontstaan toen aan het eind van de middeleeuwen op grote schaal begonnen werd met de ontginning van de beekdalen. In veel gevallen treft men complexen hooilanden aan die loodrecht op de rivier zijn aangelegd en die vaak ‘hoeven’ worden genoemd. Het zijn veelal regelmatige strokenverkavelingen.

 

Buiks 1990:48,91,109,110; Trommelen 1994:276; Jansen 1978:114; Prims 1977 dl.1:254; Molemans 1976:564; Buiks 1983 dl.4:56; Spierings 1983:225; Theuws 1988:179. 

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-6

Opmerkingen:

 

De Hoef op het Middegael omvatte Vrensse Eeusel nrs. 1-6 en Geebos nrs. deel van 7, 9, 11-18, 20 en 22.

 

 

 

 

Naam:

 

Cleyn Eeuselken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het c1eyn eeussel op Middegael [GVEI2-9 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Middegaal.

 

Eeusel, afgeleid van eeuwen “voeren” is gangbare Kempische benaming voor weiland meestal van minderwaardige kwaliteit (M. Top. St. Huibr.Lille, -133).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Eeuwsel wordt verklaard als een droge zomerwei­de, veelal in particulier bezit en omheind, een schrale weide of een weide in de bossen. Dit toponiem komt in het zuiden van de Baronie geregeld voor, maar in het oostelijk gedeelte van Brabant is het al even frequent [redactie].

 

Te Overpelt was een ‘eusel’ een kunstmatige weide i.c. ontgonnen heide of woeste grond met buntgrassoorten begroeid en in gebruik als veeweide, primair voor schaapskudden. Volgens Lindemans zijn de eeuwsels in de Belgische Kempen het eerste stadium bij de ontginning van heide tot cultuurland. Het is niet precies te achterhalen tot wanneer de eeuwsels als veeweiden hebben dienst gedaan, maar zeker niet langer dan de 16de eeuw.

Dat de eeuwsels goede hooilanden waren is onwaarschijnlijk vanwege de bodemgesteldheid, nl. matig natte zandgronden. Veel eeuwsels zijn thans als weiland in gebruik omdat de grond voor hooiland niet vochtig genoeg is en voor bouwland te nat.

 

(Lindemans 1946:2; Pijnenburg 1976:1; Buiks 1984 dl.9:32; Mennen 1992:217; Buiks & Leenders 1993 dl.4:383; Molemans 1976:314; Lindemans 1952; Helsen 1978:116.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 21

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

op Middegael

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Uuyter hoeven middegael ende scoerfde hoeve [GVIE2 (1387)]

 

ex middegael dicta [HH128-4 (1471)]

 

hoeve met toebehoren genaamd de hoeve van middegael [GZG-1993 (1556)]

 

eene schoone huysinge ofte casteeltje met de neerhuysinge, schure, hoff boomgaard, ackerland, hoy ende weylanden, malkanderen in eenen plack aangelegen, gelegen tot vechel ter plaetse genaemt middegaal [Mrv91-14 (1698)]

 

het eerste rodth het middegael bestaende in 27 huysen, beginnende aen de kilsdoncxe sluys [GVIIB28 (± 1700)]

 

middegaal [kad. (1832)]; A 641-686

 

op het middegaal [N (1843)]; A 369-370 (b: 49.90)

 

een perceel hooiland genaamd de middegaal in de Aa-broeken te Veghel [N (1857)]; A 703-704 (ho: 1.90.60)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Middegaal: Wellicht te interpreteren als midden-gaal, vgl. middenbroek, een tussen twee andere broeken gelegen laagland (Verwijs en Verdam -1534 middenbroec-gaal). Het W.N.T. vermeldt: onvruchtbare plaats in akker en weiland, natte en modderige plaats. Eng. galls en gauls en hoog duits Wassergalle. Mansion zegt: galle = onvruchtbare plek in een akker. Hij verwijst naar het Bremer dialekt dat Gühl kent als “niedriger Grund, durch ein Wasserlaub geht”. Veel voorkomende vormen met Unlaut zijn gel, gehl, gole, göhle en gal, steeds met de “keel” als bijvorm. (..) (Hs-146). Inderdaad is het Middegaal een laaggelegen gebied.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

In 1189 wordt in Noord Brabant een ‘gala’ vermeld. Ofschoon er een Brabantse plantenaam ‘hete gaal’ is, zal eerder aan een lo-naam gedacht moeten worden. Het eerste deel blijft dan onduidelijk.

 

Of is het een samenstelling van ‘a’ en het germ. *gal = zingen, razen, het zingende of razende water. Aangezien vogelnamen dit suffix vaker vertonen is te overwegen er een aanduiding voor vogel in te zien. In dat geval zou ‘gaal’ vogelwater betekenen.

 

Een relatie met de PN Gale of Galo, een vleinaam bij Galbrecht en Galfrid,  is ook niet uitgesloten. In Galder lijkt het element ‘gal’ afgeleid van *gald - haru = onvruchtbare hoogterug, vgl. het mnl. gelde of het ohd. galt = onvrucht­baar. Bij de Peesgal of Pesegal onder Lieshout lagen de Lieshoutse beemden. Dit gebied werd in 1246 definitief eigendom van de monniken van Floreffe, later Postel. De ‘piscaria de Dunouwen et Pesegal’ duidt op oude visrechten. (v.Berkel & Samplonius 1989:62; de Vries 1962:61; Buiks 1988 dl.21:8; Knoop & Merkelbach 1987:56.)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-5, 7-10, 12-21

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aent Middegaels Broekje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een groesvelt aent middegaelsbroekje de hoef [GVEI2-14 (1778)]

 

middegaalsbroek [GVIIEI3 (1792)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging, wellicht is het middegaalsbrugje bedoeld (zie middegaalsbrugje);

benoeming naar de ligging; vermoedelijk gaat het om een verschrijving voor middegaalsbrugje.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Broek: algemeen wordt aangenomen dat het een afleiding is van het germ. * brôka, wat staat voor moerassig en laag­gelegen land. Het komt in de cijnskring frequent voor zowel als element in diverse samenstellingen als in de namen van enkele hoeven die ‘ten Broeke’ worden genoemd. Door geschikte afwateringsmethoden zijn veel broeken vanaf de middeleeuwen tot hooilanden omgevormd, vandaar de secundaire betekenis van laaggelegen hooilanden i.c. een ontwaterd moeras. De vroegere natte veengronden waren geschikt voor de klot- of turfwinning. Onder ‘broek’ verstaat men nu de moerassige oevers van een riviertje met rijke onkruidvegetatie, vooral in het najaar, maar ook gedurende de winter en het voorjaar deels bedekt met water. Niet zelden groeiden er wilgen waarvan de tenen voor het maken van allerlei vlechtwerk werden gebruikt. De broekgronden hadden een economische waarde.

 

Gijsseling 1954; Molemans 1976:214; Buiks 1986 DL.19:14; Trommelen 1994:150.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 7, 10, 11-13

Opmerkingen:

 

Er is geen sprake van een verschrijving voor Middegaals Brugje. Het Middegaals Broekje heeft echt bestaan. Wel werd een vermelding aangetroffen van “aent Middegaels Brugje” (perceel nr. 1, VP-1777, fol. 22), hier is Brugje een verschrijving van Broekje.

 

 

 

 

Naam:

 

Monicxhoeve

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hulsberdonc nabij monichoeve van heylyssem [GZG-272 (1396)]

 

bij die hoernic in die monichoeve bij 't erf der greting buenre [BP1184-292 (1406)]

 

monninxhoeve, naast leege buenders en beemt de geer [Hs- (1533)]

 

uyt hymans grooten camp, genaamt den moninxhoff [HH163-49 (1714-1783)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging, wellicht nabij het Ven. Het eerste lid zal een persoonsnaam zijn vgl.

Jacop Monic, 1442, BP (lijstfam. Veghel).

Ligging:

 

Perceel nr. 7u, 9, 11-18, 20 en 22 en deel Vrensse Eeusel, nrs. 1-6

Opmerkingen:

 

De familie Monic heeft op Dorshout wel een naam gegeven aan een perceel. de Monicx Hof. Hier betreft het echter de oude “Monnikhoeve” van de abdij van Heilissem. Zie de pagina over de Monicxhoeve.

 

 

 

 

Naam:

 

Nieuwlandt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op verschillende plaatsen in Veghel.

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning / ingebruikname

Ligging:

 

Perceel nrs. 18, 19

Opmerkingen:

 

Vermoedelijk was het Nieuwlandt oorspronkelijk een deel van het perceel naast de Bosstraet.

 

 

 

 

Naam:

 

Voerste Ackerke

Vermeldingen door Cornelissen:

 

voorsten akker [N (18421883)]; A 396, 397 (b: 2.51.80)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel

 

Ligging:

 

Perceel nr. 22

Opmerkingen:

 

Benoeming naar de ligging.

 

 

 

 

Naam:

 

Vrensse Eeusel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Vrenssen eusel, middegael [RAV159-242 (1756)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Middegaal. Onbekende ligging. Het eerste lid zal een persoonsnaam zijn vgl. Adrianus Vrenssen, 1833 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 13, 20

Opmerkingen:

 

Waarschijnlijk genoemd naar Vreijns Peters die hier in 1661 gegoed was. Vreijns is afgeleid van Laureijns.

 

 

 

 

Naam:

 

Vrensse Nieuwlandt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Vrense nieuwland [GVE12-.6 (1778)]

 

op het middegaal bekend onder de naamen van vrunsen nieuwlant [N (1819)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Middegaal. Onbekende ligging. Het eerste lid zal een persoonsnaam zijn vgl. Adrianus Vrenssen, 1833 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 18

Opmerkingen:

 

Waarschijnlijk genoemd naar Vreijns Peters die hier in 1661 gegoed was. Vreijns is afgeleid van Laureijns.

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Vrensse Eeusel