Soeracker - toponiemen

Naam:

 

Dirk Leunisse, Dirk Lonisse Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 15, 31

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een vroegere eigenaar. Perceel nr. 15 werd in 1702 “lant van Dielken Leunissen” genoemd.

 

 

 

 

Naam:

 

aen den Doornhoeck

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hofstad met toebehoren ter plaatse genaemt den Doerenhoek [GZG-3246 (1591)]

 

de hemel in doornhoek [Hs- (1682)]

 

een hoeve groot in teulland metten hoff en boomgard, groes en houtwas thien loopense en in hoyland een karre hoijgewas gelegen aan den Dorrenhoek [HH-163 (1714-1783)]; 't rot den Doornhoek [GVIIB26 (1787)];

 

de Doomhoek [kad. (1832)]; E 130-202.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend onder Zijtaart.

 

Allerlei bomen en struiken konden als grensaanduiding en perceelsafsluiting dienen, maar zeker is er geen geschikter dan de doornstruik (hagedoorn) die dan ook op grote schaal als zodanig gebruikt werd (M. Schöfeld, Veldnamen in Nederland 1980 -139); Misschien is hier sprake geweest van een perceel voorheen bos, omgeven met doornhagen, of van een dergelijk perceel nabij een bos. Het eerste lid kan wellicht ook verwijzen naar de eigenaar (van Doorn).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 4, 8, 13, 15, 17,

Opmerkingen:

 

Mogelijk verwijst de naam naar doornstruiken op de woeste gemeenschappelijke gronden. Een groot gedeelte van dit gebied is pas na de middeleeuwen in cultuur gebracht.

 

 

 

 

Naam:

 

Erfke

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Erfke in hel [GVEI2-56 (1778)];

 

het erfke [N (1865); V.-]; A 1288 (b: 1.58.30), E 326 (b: 95.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het Keselaar onder Zijtaart en in het Dorshout. Diminutief van erf.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 26

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Ter Eycken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ex bonis ter eycken [HH133-58 (1507)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging. Wellicht benoeming naar ter plaatse groeiende eikebomen

 

Ligging:

 

Perceel nr. 29

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Mulders Lant

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cormelissen signaleert een Mulders Acker op het Ham.

Verklaring door Cornelissen:

 

Het eerste lid kan een persoonsnaam zijn vgl. Theodora Mulders, 1821 (Kl.Bev. V.). Het perceel kan eigendom zijn geweest van een "mulder" molenaar.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 13. Perceel nr. 14 lag tegen Mulders Acker

Opmerkingen:

 

In 1657 is perceel nr. 13 “gecomen van de kyn­deren Jan de Molder”.

 

 

 

Naam:

 

Oude Erff

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het oud erf, Zijtaart [RAV159-173v (1755)];

 

het oude erf int Dorshout [GVEI2-81 (1778)];

 

het oud erf [N (1846, 1858)]; F 636-639 (b, w: 1.80.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in de Kempkes onder Eerde en in het Dorshout.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 33

Opmerkingen:

 

Verwijst naar een voormalig huis.

 

 

 

Naam:

 

aen de Preeckstoel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Vijt een erffenis aen den preeckstoel gelegen onder vechel aen den doorenhoeck [RG-169

(1646)];

 

uijt een erff aen den preeckstoel 3 1. te veghel aen den doornhoek [Dom.171 (1731-1756)] .

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging aan de Doornhoek. Behoorde dit perceel tot de kerkgoederen ?

 

Ligging:

 

Perceel nr. 33

Opmerkingen:

 

Voor zover is te overzien heeft dit perceel niet tot de kerkgoederen gehoord. Werd hier ooit gepreekt?

 

 

 

 

Naam:

 

aent Schoor

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Lant aent schoer in valstraet [GVEI2-222 (1778)];

 

landt de schoer en buntacker op ham [GVEI2-163 (1778)];

 

het schoor [V.-]; B 272-276 (b: 2.04.60; tu: 9.30; w: 21.40; hu: 10.50).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Een frekwent voorkomende benaming voor kleine waterovergangen gewoonlijk een paar balken of planken - zijn schoor en vonder. Schoor is onder meer

bekend in de betekenis van stut of steunbalk (Top. van Bocholt, -37).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Een ‘schoor’ is in de Kempen veelal een bruggetje over een beek, overdekt met mutsaards of graszoden zodat men er met een kar overheen kon rijden. Het mnl. ‘schore’ betekent schoor, stut, schraag, een tot steun aangebrachte paal.

 

Kuysten beschrijft de aanleg van deze schoren als volgt: ‘Van beide oevers uit werd een dam aangelegd, rondom voorzien van palen, die in de bodem werden geslagen, versterkt met boomstammen en aangevuld met aarde. Voor het stromend water moest een behoorlijke doorgang overblijven, die overdekt werd met planken en boomstammen om een overgang mogelijk te maken. Vanzelfsprekend was een dergelijk ‘schoor’ weinig duurzaam en was reparatie aan de orde van de dag’

 

Ligging:

 

Perceel nr. 15

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Smitsacker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Lant smitsacker [GVE12-213 (1778)];

 

een parceel teulland, canten en houtwasch aan de leest, genaemt smitsacker, groot ontr. 6 l. [RAV112-228 (1799)];

 

smitsakker [N (1835, 1847, 1861)]; D 501 (b en w: 46.00), E 342 (b: 30.70), 425 (b: 79.90); smits akker [V.]; A 940, 941 (b: 51.40).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Het eerste lid is een persoonsnaam die nog algemeen voorkomt.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 16

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Soeracker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt den soeracker [GVEI2-239 (1777)];

 

een perceel groesland houtwasch en geregtigheden geleegen te veghel op het zytart genaamd zoerakkers [N (1821)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging onder Zijtaart. Benoeming naar de bodemgesteldheid, zure grond (M.

Top. Overpelt, Zuur broek).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 18-20, 27, 28

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Soerackers Eeusel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Soerackers eeusel opt zijtaert [GVE12-197 (1777)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging onder Zijtaart. Het eerste lid is wellicht een persoonsnaam. Mogelijk

is ook benoeming naar de ligging bij de soerakkers

Ligging:

 

Perceel nr. 28

Opmerkingen:

 

Dit perceel is genoemd naar de Soerackers en niet naar een persoon.

 

 

 

Naam:

 

aen de Valstraet

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Uuyt eenen ecker in die valstraat gelegen dat nu gilt hanric willemsoen van tillaer [GVIE2 (1427)

 

valstraat in Keselaar [Hs- (1682)]

 

beemt en hoy in de valstraet op zijtaert [GVE12-177 (1778)]

 

de valstraat (nu sluisstraat, de leest) [kad. (1832)]; D 1 (bo: 49.90)

 

de valstraat Gieliskamp [N (1861)]; E 392 (b: 43.20)

 

in de valstraet ter plaatse genaemt keselaar [N (1883)]

 

de valstraat [V.-]; D 417, 418 (bo” 79.20), E 415, 456 (b: 81.40)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit is de oude benaming voor de weg naar Zijtaart, te beginnen bij de huidige Sluisstraat, die via het gebied de Leest naar de Hostie onder Zijtaart liep. Wellicht geeft deze benaming aan dat de betreffende weg vanaf het wat hooggelegen gebied de Hostie in de richting van Veghel in hoogte afnam.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Vermoedelijk verwijzend naar een valhek of klaphek, alhoewel de betekenis van een lichte helling niet uitgesloten is. Zo zou het toponiem Valsteeg verklaard mogen worden als plaats die aan een helling [val] ligt. (Schönfeld 1980:43; v.Berkel & Samplonius 1989:185.)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 21, 22

Opmerkingen:

 

De cijnsregisters van Helmond geven als oudere vorm "Valsce straat". Kennelijk was de oorspronkelijke naam 'Valse Straet', ofwel 'slechte straet'.

 

 

 

 

Naam:

 

Voermans lant, de Voerman

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Voermans lant (de leest) [GVE2-211 (1702)];

 

voermanslandt opt zijtaert [GVE12-268 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging onder Zijtaart, misschien identiek met de voerman, tevens op de Leest.

Het eerste lid is wellicht de persoonsnaam Voermans of de genitief van de persoonsnaam

Voerman. Benoeming naar de ligging bij een herberg/drinkplaats. Land, behorende tot

(herberg) de voerman.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 3, 4. Perceel nr.s 2 en 5 lagen tegen de Voerman

Opmerkingen:

 

De plaatsaanduiding in het verpondingregister van 1702 verwijst naar de plaats waar de gebruiker van dat perceel woont (de Leest), niet naar de ligging van het perceel. Deze veldnaam kwam niet op de Leest voor, alleen op Zijtaart. Genoemd naar een eigenaar. Het maatboek van 1624 vermeldt (voor grond elders) een zekere Jan de Voerman.

 

 

 

 

Naam:

 

opt Zytaert

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Gelegen aldaar in zontvelt en zittart [HGB-407 (1356)];

 

ad locum dictum zitert [Hs- (± 1385)];

 

huis, erf, hof en een stuk land daaraan liggend, 2 ½ lopensz. ter plaetse genaemt

op zitart [GZG-1225 (1466)];

 

zijtart [GVE2-39 (± 1500)];

 

aent sytart [Hs- (1519-1538)];

 

een stuck landts den sijttart [GSO-262 (1617)];

 

den ecker opt zijtert neffen marten donckers lant [GVE15-65 (1624)];

 

op citart (citart) [GVE2-224 (1702)];

 

landerijen in vechel en twee hoeven in zyttert [Hs- (1747-1794)]; het seitaart [N (1852)]; D 743 (b: 05.70), 753 (b: 44.50), 755 (b: 48.30), 760-780 (hu: 06.00; b: 2.56.50; ho: 5.81.10), E 524-534 (b: 3.49.10; w: 2.15.30; og: 83.90; hu: 12.30; tu: 06.50; bg: 30.20); 536-540 (b: 2.67.20; w: 1.08.40), 569 (bh: 2.22.40), 661 (de: 1.00.90), 672, 673 (de: 3.03.30; he: 59.20), F 654 (de: 76.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Een der drie Veghelse kerkdorpen, zuidelijke ligging ten opzichte van de kom van Veghel;

aan de secundaire weg van Veghel naar Lieshout, tevens benaming voor een boerderij ter plaatse. De volksetymologische interpretatie is "bezijden de aarde (de Eerde, Eerde)

(Meuwese Veghelse Courant 1954).

 

Ook Zittaart, dat we o.a. vinden in Zittert - Lummen (1132 Zetrud), te Deurne (1647

sittert) en te Rillaar (sitterstraat), zou oorspronkelijk een weidenaam zijn, als afleiding

met een verzamelsuffix van de plantnaam zegge (F. Claes, Naamk. 1987 -66).

 

Wij zien Zitterd al dan niet met paragogische konsonant, verwant met het Nederlandse

"zijde" (nhd. Seite).... De oorspronkelijke betekenis van zijde is: "het lang-gestrekte".

Franck van Wijk s. v. I zijde, zij. Zitterd is dan een gesubstantiveerde eigenschap of

toestand (bnw. + aard, eerd) van het type een dieperd, een dikkerd, een slimmerd. Het

gehucht Zitterd onder Oerle is inderdaad een in de richting noord-zuid lang uitgestrekt

gehucht. Gelet op de "eenzijdige" ligging van Zitterd, nl. aan de rechterzijde van de

(thans harde) weg oerle-Veldhoven, zouden we ook met Zink, Christmann en Baets kunnen

meegaan, die Zitterd laten teruggaan op "Sit(w)ert", "seitwärts gelegener Gemarkungsteil".

Maar ook dan is (en blijft) het grondwoord Nederlands zijde (nhd. Seite). (De Bont Dialekt kempenland. Geografische namen -222-223).

 

Ook het Veghelse Zijtaart is een lang uitgestrekt gehucht en eveneens is het gelegen aan een zijde van een weg, nl. de weg Veghel-St.Oedenrode. Een uitgebreide bespreking van het toponiem Sittard en verwante vormen is te vinden in Naamkunde 6e jaargang 1974 afl. 1-4, pg. 51 tlm 87.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 3, 5, 6, 9-26, 29-33

Opmerkingen:

 

De naam Zijtaart wordt gewoonlijk uitgesproken als Seitert. Oorspronkelijk was het de naam voor het gebied tussen de huidige Leinserondweg en de Aa (vanaf circa 1825 de Zuid-Willemsvaart). Daar lag eertijds de Hoeve Zijtaart, een leengoed van de heer van Geffen. Oude schrijfwijzen zijn onder andere: Zitert (1385), Zitart (1466), Sijttart (1617), Zyttert (1747-1794) en Seitaart (1852).

De naam komt in meer plaatsen van Nederland voor, zoals in:

-         Limburg, het stadje Sittard (vermeld in 1147 als Sitter)
-         In Vught (De Sittard in 1832, enkele percelen langs een oude maasarm)
-         In Deurne (veldnaam Sittert in 1647)
-         Het gehucht Zitterd onder Oerle (Zittert in 1340)

De naam van het stadje Sittard in Limburg zou afgeleid zijn van Siter, van het Oudhoogduitse sîte, hoogte of berghelling, en de plaats lag dan ook op een hoogte. De nederzetting is ontstaan in de Karolingische tijd, tussen 700 en 1000. Ons Zijtaart lag niet op een berghelling. Als de naamsverklaring van Sittard klopt, dan hebben Zijtaart en Sittard niet dezelfde oorspronkelijke betekenis. Dat hoeft ook niet, al lijken de namen veel op elkaar.

In 1340 wordt het gehucht Zittert ten zuiden van Oerle vermeld. Als verklaring van deze naam wordt gegeven: Sitwert = zijwaarts. Het gehucht ligt zijwaarts van de weg Oerle - Veldhoven. Cornelissen vond dat een aannemelijke verklaring voor Zijtaart: gelegen zijwaarts van de weg Veghel – Sint-Oedenrode. Ik geloof het niet, want het oude Zijtaart was slechts een klein gebied langs de Valstraat en dat lag niet langs de weg Veghel – Sint-Oedenrode. Ook de verklaring van wijlen de Erpse pastoor Meuwese ‘bezijden de aarde (Eerde)’ is om dezelfde reden ongeloofwaardig. Ook de verklaring ‘zijwaarts van de Valstraat’ overtuigt niet.

In de literatuur wordt de naam Sittert ook verklaard als een afleiding van de plantnaam zegge met een verzamelsuffix (toevoeging –t). Zegge is een gras- of rietsoort. De plant komt voor op natte grond langs bronnen en beekjes in loofbossen. Deze verklaring past wel in de geografische gesteldheid van het oude Zijtaart. Dat lag in een drassige omgeving en oude veldnamen in deze omgeving (zoals Loo acker, ter Eijken, Perlaar, Bobbelaar en Keselaar) wijzen er op dat hier langs de Aa in de Late Middeleeuwen nog bos was. Deze ligging is vergelijkbaar met De Sittard in Vught, dat langs een oude maasarm lag.

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Soeracker