Poederveld - toelichting op de uitgiften

Uit het leengoed werden geen cijnzen betaald aan de hertog van Brabant of de heer van Helmond, wat betekent dat deze percelen al vóór 1190 van de gemeente verkocht zijn. De regelmatige percelering en wat lagere ligging doen vermoeden dat dit gebied niet tot het oudste in cultuur gebracht land van Veghel behoort. Vanaf rond het jaar 1000 begon de bevolking in Veghel en contreien snel te groeien, welke groei tot ongeveer 1315 aanhield. Het gebied van de Poederveldse Hoeve werd vermoedelijk in de elfde of meer waarschijnlijk de twaalfde eeuw verkaveld en van de gemeente gekocht. Hier was sprake van tamelijk grootschalige uitgiften van grote regelmatige kavels. Vermoedelijk werden er toen ook een aantsl sloten gegraven om de waterafvoer te verbeteren. Overigens werd maar een klein deel van dit gebied in gebruik genomen als akkerland. Het grootste deel bleef nog eeuwenlang hei.

In het oudst bewaard gebleven leenboek, dat uit de periode 1312-1320 dateert staat geschreven dat Johannes, zoon van Rover van Hesewyc van de hertog 40 bunder beemden bij Veghel in leen houdt en dat het goed daarvóór in leen gehouden werd door Henricus, genaamd Van Bille Van Liewis. Deze Henricus is de oudst bekende leenman van omstreeks 1300 of wat eerder. Bille en Liewis zijn nog bestaande familienamen, maar deze namen heb ik in Veghel nooit aangetroffen. Dat zal betekenen dat Henricus van elders afkomstig was.

 

Kaart van Veghel     Poederveld