0ssenkamp - toponiemen

Naam:

 

Agterste Heijvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

't Agterste heyvelt in heyse buenders [GVE12-54 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in de Heibunders. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nr. 15

Opmerkingen:

 

Lag naast het Voorste Heijvelt, nr. 16

 

 

 

Naam:

 

op den Beeckgraef

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Op hazelberch beemd d’eussels van hazelberchs camp aen den beeckgraeff [RAV-23

(1519-1538)]

 

op haselbergh in de palsdonk aen den beekgraeff [HH-147 (1621-1691)]

 

't geerken aen den beeckgraeff [GVE15-3 (1624)]

 

haselbergs (beemt) grenst aan beekgraaf [RAV-159 (1741)]

 

¼ hoij op den beeckgraef [GVE12-168v (1778)]

 

de beekgraaf, lopende door sektie A, B en C [kad. (1832)]; de beekgraaf [N (1890)]; A 159-162 (w: 1.11.30)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Schönfeld merkt in verband met het woord "beek" op, dat dit woord een natuurlijk water aanduidt, van minder betekenis dan een rivier; maar later is ten onzent zo'n beek vaak vergraven of gekanaliseerd. Dit laatste geldt dus voor Veghel ook. Beekgraaf is een tautologisch hydronym.

 

Het element "graaf" is de benaming voor een water, dat dienst doet als afvoer naar een ander water (Hoogbergen). Deze niet onaanzienlijke waterloop kronkelt zich vanaf de grens met Erp via de Krekelshof bij Mariaheide, de Hintel en het Ven, zuidelijk van de Hazelberg, naar de Aa. Het meest westelijke gedeelte ervan vormt globaal de grens tussen Veghel en Dinther.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Beek is afgeleid van het germ. * baki = natuurlijke waterloop buiten het zee- en rivierkleigebied. Mnl. beke; ondl. * beke,  becca,  bace; osa. * beki,  biki en ofri. * baci. In 1197 wordt Stertbeca vermeld = staartbeek; de bovenloop van de beek is als een staart die een hoek van 60 graden vormt met haar benedenloop. Linkebeek, in 1221 Linckenbeca, gevormd uit * hlankim baki, bij * hlanku = krom, gebogen. Het dorp ligt in een bocht van de beek. Korbeek-Dijle, in 1217 Corthb­eke ligt aan een korte beek uitmondend in de Dijle.

 

Een graaf is een gegraven waterloop. Percelen in de direkte omgeving van zo’n waterloop vertonen vaak graaftoponiemen [redactie].

 

Moerman 1956:33; Gijsseling 1954;WP 1975 dl.6:85;Cornelissen e.a. 1987:59.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 10

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

in de Buenders

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Eenen hoycamp genoemt de weyhoeff geleegen binnen de palen van Vechel in de eerste

bunder in de colk [GO126-22 (1570)]

 

den ecker aen de bunders [GVEI5-1 (1624)]

 

den 68 buunder bij het poejervelt [GVE2-117 (1702)]

 

den bunder aen crekelshof [GVEI2-45 (1778)]

 

aen de buenders na de drie huizen [GVEII13 (1792)]

 

de bunders [kad. (1832); A 258-308; [N (1841, 1871, 1875, 1883); V.]; A 409-412 (w: 69.10), B 909-910 (w: 86.40), 1047, 1048 (w: 62.70), 1283-1286 (w: 60.60), E 1185-1186 (b: 30.50; w: 23.00).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Algemeen voorkomende aanduiding voor vele percelen, verspreid over het Veghelse

grondgebied. Tegenwoordige benaming voor nieuwe wijk. "Bunder" heeft betrekking op

(vooral sinds de 16e eeuw) verkochte gemeentegronden (M. Top. Valk.) en is een oude

oppervlaktemaat gelijk aan 1 hectare. z.o. Keuren en breuken 1629, art. 81.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel

Bunder is een oppervlaktemaat die voor de invoering van het metriek stelsel de grootte had van ongeveer 1.29 ha. Na 1820 was een bunder gelijk aan 1 ha. De boeren hielden vaak hardnekkig vast aan de benaming bunder. Men sprak tot in de 20ste eeuw van oude bunders. Het is opvallend hoeveel percelen in de Baronie een grootte hebben van 1.29 ha. Men heeft in bunder de betekenis gezien van ‘woeste grond’. Bundertoponiemen komen vooral voor in laat ontgonnen, moerassige gebieden. Soms gaat het toponiem gepaard met een telwoord. Volgens andere auteurs zou bunder een bepaalde grassoort zijn en zou het de naam zijn geworden van de plaats waar zulke grassen groeiden. Of is verwarring ontstaan met ‘boender’, afgeleid van boenderhei waar bezems van werden gemaakt ? In de cijnskring komen in de 14de en 15de eeuw veel vermeldingen voor van hele en halve bunders [redactie].

 

Buiks 1990:67 en 76; Devos 1984:93

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 8, 9, 11, 12, 17, 18

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Hazelbergse Dijk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Van eenen hoeybemt streckende op den haselbergsen dijck genaemt het gerijgent [HHI6353 (1714-1783)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit is vrijwel zeker de weg door de buurtschap Hazelberg, die in oostelijke richting naar Mariaheide en in westelijke richting naar Beugt-Dinther loopt en nu eenvoudig Hazelberg genoemd wordt. Benoeming naar de ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 20 grensde aan de Hazelbergse Dijk

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

Naam:

 

Heijcamp, Heijvelt, Heijvelt en Streep, Heijveltse Streep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Noch aen een stuek lants geheyten dat heyvelt terselver stat geheyten op zontvelt [GVIE2

(1400)]

 

een stuk lants het heyvelt [G0126-11 (1555)]

 

in corstiaanshaag ende int heytvelt (onder Eerde) [GSO-262 (1617)]

 

het heyveltie (doorenhoek) [GVE2-218 (1702)]

 

in 't heijvelt [GO- (1754)]; de heivelden [kad. (1832)], A 98-148, 150-165

 

het heivelt [N (1842)], F 342 (w: 12.50)

 

het heiveld [N (1848, 1861, 1866, 1868, 1871, 1975, 1883, 1888, V.-]; B 21 (b en w: 69.20), 679 (w: 82.80), D 895-897 (b: 1.84.50), 1121, 1122 (b: 41.50), E 913 (b: 38.50), 941 (b: 30.10), 1227, 1228 (b en w; 65.30), 1235 (w: 84.30), 1238 (he: 50.50), F 339-341, 346, 347 (b en w: 1.40.00).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Heiveld: gebied, zich uitstrekkend van de Beekgraaf tot de buurtschap Hazelberg, aan de westelijke zijde van de weg naar Oss, tevens benaming voor vele verspreid liggende percelen.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 11-19, 21-23

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Hoge Heijde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het campke, hoge heyde [Hs- (1662)]

 

uyt huijs en hoff gelegen aan de hooge heyde off brederse heyde [HH163-9 (1714-1783)]

 

de hooge heide [kad. (1832)]; B 303-350.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging onder Mariaheide aan de oostzijde van de Lage Heide. Benoeming naar de

ligging te opzichte van de Lage Heide.

 

Ligging:

 

Perceel nr.22, perceel nr. 8 lag aen de Heijde.

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Campke

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel

Verklaring door Cornelissen:

 

Kamp, lat. campus, is oorspronkelijk een synoniem van veld in de betekenis van "open, onbebouwd veld". Hier heeft kamp de secundaire betekenis van: een individueel uit het veld gewonnen en door een heg of een houtkant besloten perceel (M. Top. Valk., -160).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Kamp-namen komen veelvuldig voor in het oostelijk deel van Brabant en vormen de tegenhanger van de Westbrabantse ‘heiningen’. Het woord is afgeleid van het lat. * campus en lijkt oorspronkelijk dezelfde betekenis gehad te hebben als ‘veld’, nl. de open, woeste, soms hoger gelegen vlakte en in een latere fase als aanduiding voor omheinde of afgesloten ruimte of een door tuinen of hagen omgeven perceel. Het Brabantse cultuurlandschap wordt omschreven als een typisch landschap van kampontginningen.

 

Volgens Vervloet zouden individuele kampontginningen zich op deze zandgronden in optima forma ontwikkeld hebben, omdat het systeem van de ‘gemeynten’ bestond, die aanvankelijk door de bewoners gemeenschappelijk werden gebruikt, maar waaraan men op gezette tijden percelen kon onttrekken door verkoop aan individuele ontginners. Andere benamingen die hetzelfde begrip benaderen zijn look of gelookt, hof, goed en erf. Ze worden veelal vermeld in combinatie met een persoonsnaam of familienaam . Volgens Jansen gaat het vnl. om kleine akkertjes ontgonnen uit hei of bos, waaromheen een haag van de oorspronkelijke begroeiing is blijven staan. Dit type ontginning zou m.n. in West-Frankrijk op een uitgebreidere schaal voorkomen; daar spreekt men van ‘boccage’ en ook deze dankt die naam aan individuele ontginningen. Hendrikx spreekt over een ontwikkeling, die zich ongeveer vanaf de 10de eeuw inzette, van oorspronkelijke eenmansvestigingen of los gegroepeerde boerderijenzwermen, bestaande uit boerderijen met huiskampen en veebochten waaromheen zich langrepelakkers en aangelagen bevonden. Deze werden omringd door bos, dat voor beweiding werd gebruikt. Door afsplitsing groeiden hier bepaalde gehuchtkernen uit.

 

Vervloet 1984:54; Claes 1987:67; de Vries 1962:90; v.Berkel & Samplonius 1989:94; Jansen 1978:242; Hendrikx 1989:56.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 20

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Leijssenvelt, Lijskesvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Leysensvelt [GVEI2-27 (1778)]

 

hoy in lyssensvelt [GVEI2-97 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging. Het eerste lid zal een genitief zijn van de persoonsnaam Lijsen.

Ligging:

 

Perceel nrs. 8-12, 15, 16

Opmerkingen:

 

Lijs is een afkorting van Elizabeth.

 

 

 

 

Naam:

 

Ossencamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Item voer een hecken te doen hangen aen den Ossencamp [GVIE-1 (1515-1516)]

 

de ossencamp op watersteegt [Hs- (1534)]

 

een gedeelte of velt in osse camp [GVE12-9 (1778)]

 

de ossekampen op de watersteegd [N (1853)]; den ossenkamp [N (1854, 1862)]

 

A 82, 83 (b: 63.20; w: 67.30), 923-925 (w: 76.40); ossenkamp [V.-]; A 924-925 (w: 58.00)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het gebied de Kampen nabij 't Ven, tevens in de Nieuwe kopen bij het

Dorshout. Mogelijk is het eerste lid ook de genitief van een te Veghel algemeen voorkomende persoonsnaam v. Os, vgl. Maria Elisabeth van Os, 1883 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-7, 22. perceel nrs. 12, 19 en 20 lagen tegen of bij de Ossencamp

Opmerkingen:

 

Omdat in Veghel de kampen vaak naar personen genoemd zijn, zal deze veldnaam afgeleid zijn van een eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

opt Ven

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Zijn twee cortte loopkens met een lang stuck in den d'avel(laer) de braeck genaemt aent 't

ven [GVE15-127 (1624)]

 

de dicke stukken op 't ven [RAV159-178v (1754)]

 

het ven [kad. (1832)]; B 620-679, 681-700, 702-704

 

het venneke [N (1838, 1854, 1871, 1876, 1880, 1883)]; B 685 (w: 25.70), 686 (w: 26.80), D 219 (b en w: 40.70), 220 (b en w: 45.70), 237-239 (b en w: 1.16.40), 304 (b: 37.80); het ven [kado (1832)]; B 641 (b: 35.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benaming voor een grote waterplas aan de oostzijde van de weg Veghel-Vorstenbosch.

Het omliggende gebied (het Ven) en een zandweggetje ter plaatse (zie Venssteegje); tevens verscheidene verspreid liggende percelen ('t venneke). "Ven" een ven is een natuurlijke waterplas in de heide (M. Top. Valk. -251). Ven(neke) als benaming voor waterplas ging dan gewoonlijk over op omliggende percelen (gebied); bij de percelen, 't venneke is steeds sprake van de aanwezigheid van een dergelijke (kleine) waterplas; vooral in de omgeving van de Aa waren deze vennetjes talrijk; ze zijn vrijwel zonder uitzondering verdwenen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Een ven is een natuurplas in de heide die zeer geschikt was voor de klot- of turfwinning of moernering. De vennen konden tevens dienst doen als drinkplaats voor het vee dat op de heide gehoed werd of als vlasroot. Ook voor de aanleg van een schans of landweer zouden vennen ideaal geweest zijn, omdat men altijd in de omwallingen over water beschikte. Nadat een ven was drooggelegd, vgl. het dodeven, kon de naam overgaan op het omliggende land. Vennen werden eveneens regelmatig gebruikt als visvijvers. Buiks vermoedt dat veel vennen al vroeg ontgonnen zijn, speciaal die vennen waar geen oerbank onder zat. De Brabantse vennen vinden hun ontstaan door depressievorming in de jongste ijstijd, maar is geen gevolg van de landijsbedekking. Oorspronkelijk waren er meer vennen maar ten gevolge van ontwatering, die reeds in de middeleeuwen begon, zijn er veel drooggevallen en deels als cultuurgrond in gebruik genomen. De waterstand in de vennen zal in het algemeen dezelfde zijn als die van het grondwater in de omgeving. Als vlak onder de bodem van het ven een leemlaag voorkomt of als op de bodem van het ven een nagenoeg ondoorlatende humeuze laag of veenlaag ligt, zal de waterstand hoger zijn dan het grondwater in de omgeving. Men spreekt dan van een schijnspiegel. Vennen die veen bevatten werden door de plaatselijke bevolking verveend. De zandruggen rondom die oude vennen vormden een aantrekkelijke verblijfplaats voor de prehistorische bevolking.

 

Gijsseling 1954:106; Buiks 1984 dl.10:77; Bisschops 1973; vd Toorn 1967.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 4, 5, 10, 11, 19, 20

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Voorste Heijvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert de volgende vermelding, vermoedelijk een ander perceel met dezelfde naam: Het voorste heyvelt aen Leygraef [GVE12-34 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nr. 16

Opmerkingen:

 

Lag naast het Agterste Heijvelt, perceel nr. 15.

 

 

 

Naam:

 

Vorstenbosch Veltje, Vorstenbosch Campke

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Vorstenbos campke landt in ossencamp [GVE12-21 (1778)].

 

Vorstenbosveldje [GVE12-31 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in de Kampen of in de Nieuwe Kopen (zie ossenkamp). Benoeming naar de ligging (alleen indien in de Kampen). Het eerste lid kan ook de persoonsnaam Vorstenbosch zijn die hier algemeen voorkomt.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2

Opmerkingen:

 

Omdat in Veghel de kampen vaak naar personen genoemd zijn, zal deze veldnaam afgeleid zijn van een eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Vroukens Heijvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Vroukens heyvelt [GVE12-26 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging.

Ligging:

 

Perceel nrs. 17, 18

Opmerkingen:

 

Genoemd naar Juffrouw Ravensteijn die deze percelen in 1725 kocht.

 

 

 

 

Naam:

 

teynde (op) de Watersteegt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Geerbuenders op watersteeg [Hs- (1542)]

 

het eusselvelt gelegen op de watersteegt [Hs(1697)]

 

een seeckere buender hoijvelts gelegen op de watersteegt [N (1711)]

 

de watersteeg [kad. (1832)]; B 951-1020 (w: 24.86.26; b: 1.99.50; og: 44.10)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend aan de oostzijde van de weg naar Vorstenbosch, vanaf de voormalige

Hemelsteeg (nu fietsroute vanaf de populierlaan de wijk de Bunders in) tot aan het

vroegere Venssteegje (nu zandweg genaamd het Ven). Benoeming naar de lage ligging;

het gebied zal drassig geweest zijn. Tevens de oude benaming voor Populierlaan en de

Vorstenbossche weg (onder Vorstenbosch, gemeente Nistelrode, is de naam Watersteeg

nog in gebruik voor de weg van Vorstenbosch naar Veghel).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 3, 5-7, 22

Opmerkingen:

 

-

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Ossenkamp