De Dorshoutse kapel

Op 21 januari 1632 tekenden de schepenen van Veghel op dat Rut Jan Willems van der Hagen aan Willem Thomas en Peter Henrick Huijben “als cappelmeesters van Sinte Anthonis ende Sinte Bastiaens cappel, staende in het Dorshout” had verkocht, “seeckere eijcken boemen ende wilgen over den varenwech naest de cappelle suijdwaerts met de poterije, tot reparatie van de voorscreven cappelle.” (R45, fol. 97v) Hieruit blijkt dat er in 1632 op het Dorshout een kapel stond, toegewijd aan Sint-Anthonius en Sint-Sebastiaan.


Ouderdom

Hoe oud was deze kapel? In de registers van het bosdom Luik van rond 1510 wordt de Sint-Anthonius-kapel in Veghel aan het Havelt al wel genoemd, maar de Dorshoutse kapel nog niet. De kapel dateert dus van na ca. 1510.

De oudste vermelding van de kapel aan het Dorshout toegewijd aan Sint-Anthonis en Sint-Sebastiaan dateert uit 1587. In 1582 wordt de 'Synte Anthonis ecker', gelegen bij deze kapel al genoemd. Deze akker was waarschijnlijk bezit van de kapel, zodat de kapel ook in 1582 al bestaan zal hebben.

In zijn boek over de geschiedenis van het bosdom Den Bosch vermeldt Schutjens een geschil uit 1618 (Schutjes, 784). De inwoners van het Havelt en het Dorshout zaten elkaar in de haren over de vraag in welke kapel jaarlijks op Sint-Anthoniusdag de H. Mis gelezen mocht worden. Bisschop Zosius deed op 26 juni 1618 uitspraak. De Mis op Sint-Anthoniusdag zou voortaan in de Haveltse kapel gelezen worden (vermoedelijk was dat al van oudsher zo), terwijl er in de Dorshoutse kapel voortaan jaarlijks een H. Mis op Sint-Sebastiaansdag gelezen zal worden.



Locatie


In zijn boekje over de Veghelse Schuttersgilden verwijst Wim Cornelissen naar W. Knippenberg die in Brabants Heem in 1958 over de Dorshoutse Kapel schreef: “De kapel van Dorshout heeft vermoedelijk gelegen op de plaats waar een huis C 28 in 1774 is gebouwd. Dit huis heeft een kelder met dikke muren en ook vr het huis liggen dikke fundamenten.” Uit deze omschrijving blijkt dat Knippenberg ter plaatse is wezen kijken. Uit niets blijkt dat Knippenberg archiefonderzoek naar de Dorshoutse kapel deed.

Uit bijbehorende kaartje van Cornelissen blijkt dat het om de voormalige Kruisbroeders Hoeve ging, gelegen in het Achterste Dorshout. (Zie kaart.) De bronnen vermelden inderdaad dat dit huis een kelder had. C 28 zal het toenmalige huisnummer geweest zijn (uit 1958) en ik vermoed dat hij aan het bouwjaar 1774 komt vanwege muurankers. Het zal dan om herbouw of verbouw gegaan zijn. De Kruisbroeders kochten hier in Veghel landerijen aan vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw, en minstens vanaf die tijd zal er ook een hoeve gestaan hebben.

Het gaat hier niet om de Dorshoutse kapel, merkte ik in een artikeltje in het Veghelse heemkundeblad in 1990 op. Op basis van mijn onderzoek en op basis van een heel globaal kaartje van de Rooise koster Adriaen Brock (1825) lokaliseerde ik de kapel ergens bij de haven. Koster Brock schreef omstreeks 1825: "Hier lag voorheen een kapel aan St. Sebastiaan toegwyd, waar van de standplaats nog kennelyk is."




Die globale locatie wordt bevestigd door de kaart van Hendrik Verhees uit 1806, dat ik pas later onder ogen kreeg. Hendrik Verhees tekende op de kaart van 1806 nauwkeurig het verloop van de Aa. De rest is minder nauwkeurig aangegeven. In onderstaande tabel zijn een antal vermeldingen gegeven. Op de tekening zijn de plaatsen met eens tip weergegeven (rood is de plek op de kaart van Verhees.)










 

Locatie

Datum

Omschrijving

Oliemolen nr. 10 en 12

1599-1642

by St. Anthonis Capelle

Hoogeinde 14-15 en 20-21

1624

ontrent S. Anthonis huijsken oft nieu capelle, in de Dorshoutsche thiende

Oliemolen nr. 24

1694

omtrent de capelle ter plaetsen aen de Hoogeijnde

Oliemolen nr. 27

1701

aen de capel

Oliemolen nr. 18

1704

ontrent de capelle

Oliemolen nr. 8

1706

ontrent de capelle

Hoogeinde nr. 9

1716

over de Brugge aen de capel

Oliemolen nr. 25

1719

aen de Hoogeijnde ontrent de Capelhoff

Oliemolen nr. 26a

1769

naast de kercke (voorbehoud, misschien wordt de parochiekerk bedoeld)

 


Op de kadasterkaart van 1832 is van de kapel geen vermelding meer. Vermoedelijk is de kapel in onbruik geraakt nadat alle Rooms Katholieke kerkelijke goederen in 1648 door de overheid geconfisqueerd werden. De laatste door ons gevonden vermelding dateert uit 1769. De standplaats van de kapel was volgens Brock in 1825 nog te zien.

Volgens een verklaring uit 1796 stond de kapel voor herberg De Keulse Kar. In 1924 stuitte men bij het plaatsen van het H. Hartbeeld op het Havenplein op de fundamenten van deze kapel. Hieruit blijkt dat de tekening van Verhees niet nauwkeurig is.

 




 

Een beschrijving uit 1658

Henk Beijers vind in in het archief van de Raad van State in Den Haag een beschrijving van de kapellen in de Meierij van 's-Hertogenbosch uit 1658. De Dorshoutse kapel wordt als volgt beschreven:

"Memorie van eenige capellen in de Meijerije van den Bosch gevisiteert in loco bij de Ed: Mo: heeren gecommitteerden op de verpachtinge van den thienden de heeren Van Schaegen ende Ruijsch in de maent junij ende juli 1658.

Tot Vechel in de straet staet een cappel genaemt St. Anthonij, is groot 28 en 14 voet met een goet leijdack, toorntgen daer op een clockjen daerin, alles massieff en sterck, ende is jegenwoordich bewoont bij den oude vorster, staet aende wech en om deselve staen 4 a 5 eijckeboomen."


Beheer en bezit


Over het beheer en bezit van de kapel is niet bijster veel bekend.
Er waren twee kapelmeesters aan de kapel verbonden om het goed te beheren. In 1632 waren dat Willem Thomas en Peter Henrick Huijben, in 1637 Arien Willems van Wolderen en Henrick Willem Gijben, in 1646Arien Willems van Waelre en Jan Jan Thonissen van Bercheijck en in 1648 Dirck Tonis Tibosch en Arien Willems van Waelre. De kapel heeft geen archief nagelaten. De kapel had inkomsten. De totale inkomsten waren in 1680 18 gulden en 4 stuivers, volgens de rekening van de rentmeester van de geestelijke goederen van Peelland. Door speurwerk in de Veghelse archieven kan nog wel achterhaald worden uit welke percelen dit bedrag betaald werd. Zo waren Bruggen, perceel nrs. 21 en 28 belast met jaarlijks 5 gulden te betalen aan de "St. Thonis capell". Helaas staat er niet bij welke Sint-Anthonis kapel, die van het Havelt of die van het Dorshout.


Verder lag er op de Hoogeinde de zogenoemde Cappelacker. Gezien de nabijheid van de Dorhoutse kapel mogen we aannemen dat deze akker eertijds bezit was van de kapel. Deze akker werd in 1648 geconfisqueerd door de overheid en later weer verkocht. In 1726 was deze akker van Corstiaan van de Ven.
 

Tot slot nog: volgens het verpondingboek van 1657 en de hierboven aangehaalde beschrijving uit 1658 woonde in 1657-1658 Ariaen de ondervorster in de Dorshoutse kapel. Na 1648 werd de kapel niet meer voor religieuze doeleinden gebruikt. Kennelijk heeft ze nog wel enige tijd dienst gedaan als woning.


 


 


 


Bronnen: Martien van Asseldonk, ‘Kapelkerkhoven in Veghel’, in: van Vehchele tot Veghel 10 (1990) nr. 32, 11-25; idem, bewerking van de cijnsboeken van Helmond, nr. 179 (nieuwe nummering); Schutjes, L.H.C, Geschiedenis van het bisdom ’s Hertogenbosch (Sint-Michielsgestel 1870-1876); Wim Cornelissen, Schuttersgilden in Veghel (Veghel, 1980); Nationaal Archief ’s-Gravenhage, Raad van State 1.01.19 periode 1581-1795, inventarisnummers 1727-1818, nr. 24, verbael van de capellen in de Meijerije van ‘s-Hertogenbosch juni 1658 inv. nr. 1757.
 

Kaart van Veghel     Oliemolen