Molenbeemden - toponiemen

Naam:

 

Berloos Beemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De geregte helfte in voegen bij haer is afgepaelt, en geregtigheden in eenen beemt hoijlants, agtert casteel, genaemt BerIo beemt, groot ontI. 8 karren hoijgewas, naest seijde het sluijsje of laek Johannis van Grinsven e.a., een eijnde de rivier de Aa [RAV108-176 (1780)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Land benoemd naar gewezen bezit van Albert Ferdinand graaf van Berlo, echtgenoot van Jeanne Philippina van Erp, eigenaresse van kasteel Frisselstein anno 1678.

Ligging:

 

Perceel nr. 7

 

Opmerkingen:

 

In 1657 was deze beemt in handen van Mevrouwe van Erp. Dat was Maria van Vladeracken, weduwe van joncker Jan van Erp. Zij woonde tot aan haar dood in 1683 op kasteel Frisselstein. Haar dochter, vrouwe Jeanne Philipinne van Erp, was in de jaren 1671-1706 getrouwd met Albert Ferdinand, graaf van Berlo, die deze beemd bezat.

 

 

 

 

Naam:

 

Den Boschweg

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen vermeldt ook het synoniem Bosstraat, onder andere bij de molen en bij het Beugs Brugje aan de grens met Dinther.

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit is de oorspronkelijke benaming voor de aloude verbinding met 's-Hertogenbosch nu vaak de dorpenweg genoemd. De huidige Middegaal, Gasthuisstraat, Stationsstraat, Molenstraat en Deken van Miertstraat werden alle zo genoemd. Bos is hier dus een verkorting van 's-Hertogenbosch.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 16 grensde aan Den Boschweg

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

Naam:

 

Mevrouwe Eeusel, Lieve Vrouwe Eeusel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een eusselvelt, houtwasch etc. gelegen alhier achter het casteel, gen't het laaste vrouwe

eeusel, ontr. 6 karren hoijgewas, een zijde rivier de aa, andere zijde B. de Jong [RAV108-

84v (1778)]

 

Laeste lievrouwe eeusel aen aa [GVEI2-75 (1778)]

 

lie(ve)vrouw eeusel by molenbeemt en oirbeemden [GVIIE13 (1792)]

 

lieve vrouwe eeuwsels [N (1838)]; A 632-634 (b, w en hh: 94.90)

 

Het middelste of leegen lievrouwe eeusel [GVEI2-80 (1778)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Vrouweneeuwsel: Perceel met een cijns ten voordele van het O.L. V.-altaar (M.Top.Huibr.Lille, -171). Onbekende ligging nabij kasteel Frisselstein aan de Aa.

 

Lievrouwe eeusel: Ligging in de Molenbeemd op de oostelijke Aa-oever, ter hoogte van de pastorie.

 

Benoeming naar O.L. Vrouw en naar de oppervlakte; werd de beschenning van O.L. Vrouw afgesmeekt voor deze percelen?

 

Ligging:

 

Perceel 3, 4-5, en 6 worden in het verpondingsboek van 1738 respectievelijk Eerste, Middelse en Laatste Mevrouwe eeusel genoemd. In 1657 was Mevrouw van Erp eigenares. Uit het verpondingsboek van 1777 (perceel no: 6) en een acte van 1826 (perceel no: 4) blijkt dat de beemd dan Lieve Vrouwe eeusel genoemd wordt.

 

Opmerkingen:

 

In 1657 was deze beemt in handen van Mevrouwe van Erp. Dat was Maria van Vladeracken, weduwe van joncker Jan van Erp. Zij woonde tot aan haar dood in 1683 op kasteel Frisselstein. Naar haar heette de beemd Mevrouwe Eeusel, of Vrouweneeusel. Later in de volksmond verbasterd naar Lieve Vrouwe Eeusel, en Lievrouwe Eeusel.

 

 

 

 

Naam:

 

De Molenbeemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Die molenbeemt by die groet molenwyel en by die c1eynen wyel [Hs- (± 1385)];

245

 

molenbeemd = meulenbeemd in molentiende [Hs- (1533)]

 

lie(ve)vrouw eusel by molenbeemd en oirbeemden [GVIIEI3 (1792)]

 

de molenbeemden [kado (1832), V.-]; A 611-640

 

de meulenbeemd [N (1841)]; A 788 (ho: 2.00.20).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied in de dorpskom globaal begrensd door het Middegaal-Stationsstraat-Deken van

Miertstraat-De Aa. Een binnen het gebied gelegen scholengemeenschap draagt tegenwoordig de naam "De Molenbeemden ". Benoeming naar de ligging bij een molen ongeveer ter plaatse van het huidige café de Molen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Beemd: De belangrijkste varianten zijn bemt, be(e)mpt, bemdt en bampt. Sommige auteurs zien er een afleiding in van ban + made = banmade ofwel ‘het hooiland van de heer’. Het verschil tussen beemd en made is, dat een made langer gemeenschappelijk bezit is gebleven. Mogelijk moet ‘ban’ gezien worden als een verbod op toegang tot de beemd, die particulier bezit was.

 

Beemden zullen aanvankelijk net als heidegronden gemeenschappelijk gebruikt zijn door de dorpsgemeenschap. Een term als ‘de gemeyn of gemene beemden’ kan hierop duiden. Het woord beemd verloor in de loop der eeuwen terrein op weide als gevolg van de verbeterde ontwatering.

 

In de late middeleeuwen nam de druk op de beekdalen toe. Misschien dat vanaf de 11de - 12de eeuw grootschalige ontginningen in de beekdalen begonnen zijn, mogelijk ten gevolge van of in samenhang met de verplaatsing van de be­woning van de hogere gronden richting beekdalen. De beemden die ontstonden werden in de 12de en 13de eeuw als gemeenschappelijke hooi- en weilanden gebruikt. In de 14de en 15de eeuw werden ze in smallere stroken verdeeld die vaak loodrecht op een beek lagen geconcentreerd.

 

Waarschijnlijk zijn de natste en laagste delen van het beekdal het laatst verbeterd. De drogere delen van een dergelijk dal, die via natuurlijke weg kunnen zijn ontstaan maar ook door menselijk ingrijpen (bv. bezanden, zand van het oude bouwlanddek in het beekdal schuiven of grasplaggen verplaatsen) zijn waarschijnlijk als eerste ontgonnen.

 

Een beemd, in het latijn pratum, is een natuurlijke weide bij een beek, vooral gebruikt voor hooiwinning. Een weide, pascua, aangeduid met de term ‘eeuwsel’, ligt over het algemeen hoger dan een beemd en wordt alleen gebruikt voor beweiding. Het is vaak een met hooizaad ingezaaide akker.

 

Veel beemden stonden vanwege de ho­ge waterstand in het najaar, de winter en het voorjaar onder water, waardoor het gras o.a. zaar of zegge, aan de zurige kant was en als minderwaardig gold. Gewoonlijk werd het als hooi (beemdhooi) aan de paarden gegeven (perdshooi). Nadat de waterstand was verlaagd werden veel beemden op den duur geschikter voor permanente beweiding.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2, 10, 12, 13, 14,16

 

Opmerkingen:

 

Genoemd naar de ligging bij de vormalige korenwindmolen. De ligging van perceel nr. 16 wordt omschreven als: “gelegen agter den molen”.

 

 

 

 

Naam:

 

Oetelaers beemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Eenen hoeijbempt gelegen tot vechel genampt ottelaers bempt [N (1654)]

 

hoy agter casteel oetelaers beemt [GVE12-116 (1778)]

 

eenen hoijbeemt gelegen alhier agtert casteel genaemt in oetelaersbeemt, groot ontr. 3 karren hoijgewas een seijde de meulenbeemden [RAV112-326v (1801)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging nabij kasteel Frisselstein. Benoeming wellicht naar persoonsnaam.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 10-12

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een eigenaar van vóór 1654.

 

 

 

 

Naam:

 

Peter Jan Tunis beemtje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Eenen hooijbeemt houtwasch en geregtigheden, gelegen op middegaal genaamt Peter Jan

tunis beemt, groot ontr. 4 karren hoijgewas [RAVl12-206v (1799)]

Verklaring door Cornelissen:

 

Genoemd naar eigenaar.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 17

Opmerkingen:

 

PRIVATE Peter Jan Theunis van Eerdt wordt in 1702-1707 als eigenaar van deze beemd vermeld.

 

 

 

 

Naam:

 

Het stuxken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

Verklaring door Cornelissen:

 

"Stuk" perceel land (M. Top. As. -137).

Ligging:

 

Perceel nr. 15

 

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

Naam:

 

Tijs Marten Arienssen hoybemt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

Verklaring door Cornelissen:

 

-

Ligging:

 

Perceel nrs. 8-9.

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een eigenaar in of vóór 1657.

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Molenbeemden