Klopperdam - toelichting op de uitgiften

Uit Klopperdam perceel nr. 1 werd een cijns betaald aan de heer van Helmond. Cijnzen aan de heer van Helmond ontstonden in de periode 1190-1314. Ze werden opgelegd als een particulier een perceel van de gemene gronden kocht. De cijns moest eeuwig betaald worden. In principe was de cijns aan het perceel verbonden, maar door verdelingen en samenvoegingen van goed kwam het wel eens voor dat een cijns verhuisde naar een ander perceel. Voor de heer van Helmond maakte dat niets uit, zolang hij zijn geld maar beurde. Naar schatting verhuisde per eeuw zo'n 5 tot 10 % van de cijnzen. Gebasseerd op mijn ervaring met deze cijnzen schat ik dat pakweg de helft van de cijnzen aan de heer van Helmond, zoals we die aan het einde van de negentiende eeuw in de bronnen aantreffen, verhuisd is.

In de oudst bewaard gebleven administratie van de heer van Helmond, treffen we deze cijns aan als Hm-103. Christina, dochter van Hilla, betaalde toen een cijns van 4 oude penningen en een van 3 oude penningen. Omgerekend volgens de gebruikelijke norm werden deze bedragen voor een uitgegeven oppervlakte van 7 lopens. Christina werd in de periode 1421-1447 in het cijnsboek opgevolgd door Ancelinus, zoon van Johannes Friesen.

Rond 1429 werd de cijns in 3 delen gesplitst:

Hm-103.1: 3 1/2 oude penningen, betaald door Ancelinus, zoon van Johannes Friesen. In de zeventiende eeuw nummer Hm-198 en verbonden aan een perceel, De Heij-ecker, gelegen op Zijtaart.

Hm-103.2: 1 3/4 oude penningen, betaald door Johannes, zoon van Egidius Deckers (Tectoris). In de zeventiende eeuw nummer Hm-77 en verbonden aan goed op Heemberg (Ham).

Hm-103.3: 1 3/4 oude penningen, betaald door Johannes, zoon van Lambertus van Creytenborch. In de zeventiende eeuw nummer Hm-57 en en verbonden aan Klopperdam, perceel nr. 1.

In deze reconstructie gaan we er van uit dat het oorspronkelijk uitgegeven perceel op Heemberg gelegen was, Voor de namen van de cijnsbetalers, zie de toelichting bij Heemberg.

Kaart van Veghel     Klopperdam