Keselaer - toponiemen

Naam:

 

Binnenvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze naam op veel plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Een binnenveld is een door omliggende akkers of aangelagen ingesloten stuk grond en enkel over deze te bereiken. (M. Top. Valk.)

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Meestal zal het gaan om een ligging direkt bij een hoeve. Men kan denken aan een stuk grond dat besloten ligt tussen andere percelen en dat via het recht van overpad voor buren bereikbaar was. In dit verband kan ook in aanmerking komen de veldnaam ‘bijn’. Grondvorm hiervan is biwunda in de betekenis van ‘omheind land’; meer specifiek een (door koop verworven) stuk uit de gemene gronden, vgl. d’n Bijnbeemd. Wegnamen met het element ‘binnen’ duiden verbindingen aan die binnen of midden in een bepaald gebied lopen. Ze zijn veelal de kortste verbindingen tussen twee punten. Mogelijk correspondeert ‘binnen’ ook met ‘benne’ (Buiks 1990:58; Molemans 1976:151; Molemans 1975:67; Mennen 1992:322.)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 28-30

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

in, aen den Doorenhoeck

Vermeldingen door Cornelissen:

 

 

Hofstad met toebehoren ter plaatse genaemt den Doerenhoek [GZG-3246 (1591)]

 

de hemel in doornhoek [Hs- (1682)]

 

een hoeve groot in teulland metten hoff en boomgard, groes en houtwas thien loopense en in hoyland een karre hoijgewas gelegen aan den Dorrenhoek [HH-163 (1714-1783)]; 't rot den Doornhoek [GVIIB26 (1787)];

 

de Doomhoek [kad. (1832)]; E 130-202.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend onder Zijtaart.

 

Allerlei bomen en struiken konden als grensaanduiding en perceelsafsluiting dienen, maar zeker is er geen geschikter dan de doornstruik (hagedoorn) die dan ook op grote schaal als zodanig gebruikt werd (M. Schöfeld, Veldnamen in Nederland 1980 -139); Misschien is hier sprake geweest van een perceel voorheen bos, omgeven met doornhagen, of van een dergelijk perceel nabij een bos. Het eerste lid kan wellicht ook verwijzen naar de eigenaar (van Doorn).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-3, 5-10, 14, 16, 18-20, 23-33

Opmerkingen:

 

Mogelijk verwijst de naam naar doornstruiken op de woeste gemeenschappelijke gronden. Een groot gedeelte van dit gebied is pas na de middeleeuwen in cultuur gebracht.

 

 

 

 

Naam:

 

St. Geertruijde Hoeve

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het lant van geertruien clooster (doorenhoek) [GVE2-222 (1702)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging aan de Doornhoek onder Zijtaart. Afleiding van persoonsnaam

Geertrui Clooster. Was dit perceel eigendom van een klooster (H. Gertruda).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 25

Opmerkingen:

 

Het Bossche Geertruijdenklooster verwerft deze hoeve in de eerste helft van de zeventiende eeuw.

 

 

 

 

Naam:

 

Gieliscamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

't Perceel of vierkantige hoeck van de gemeente voor het lant van Michiel Aart Gielens,

genaemt gielenskamp [Dom. 171 (1731-1756)];

 

landt in gielenscamp [GVEI2- 225 (1777)];

 

de gieliskampen [kad. (1832)]; E 218-237 (og: 25.70; he: 73.01; w: 1.77.60; b:

1.77.60);

 

gieliskamp [N. (1836, 1839); E 226 (b: 44.50), 236-237 (w: 73.90);

 

een perceel bouwland, groeskanten, houtwas en geregtigheden gelegen te Veghel aan den

Doornhoek, ter plaatse genaamd gieliskampen [N. (1842)]; E 222 (b: 41.40);

 

gilliskampen (N. (1847); G 232-233 (w: 42.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied onder Zijtaart, grenzend aan Korsika en weiland ten zuiden van de huidige

Overakkerstraat.

Ligging:

 

Perceel nrs. 1

Opmerkingen:

 

Genoemd naar Michgiel Arien Donckers die rond 1654 dit perceel in bezit had.

 

 

 

 

 

Naam:

 

int Keselaer

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum keeselaer [BP1188-488v (± 1414)];

 

keeseler, in sijtaart, naast valstraat in donkerbeemden [Hs- (1533)];

 

int keseler in die valstraet [Hs- (1519-1538)];

 

landt de stelt int keeselaer [GVE12-187v (1777)];

 

keselaar [kad. (1832)]; E 276-400, 402-474; N (1836, 1839), V.-]; E 226 (b: 43.20), 386 (b: 76.00), 448, 449, 459-464 (hu: 11.50; tu: 4.72; ho: 24.40; b: 98.70; w: 31.70; he: 37.90).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggende onder Zijtaart ter hoogte van de verbreding in de Zuid- Willemsvaart.

Benoeming naar de bodemgesteldheid, i. c. naar de hinderlijke aanwezigheid van een

grintsubstraat (P.D.K.: matig droge zandleemgrond met grintsubstraat). Mnl. kesel, keisel, kiezelsteen (Mnl.Wb.IIl). Cfr. ook: Kiliaan -290 kesel(steen), keselingh "silex"; W.N. T. VII 2734-35 kezel "keisteen".

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Laar kan vele betekenissen hebben. Helsen interpreteert het als woeste, onbebouwde gemeenschapsgrond of heide en minder­waardig grasland, waar men de dieren liet grazen en russen kon steken. Ook verstaat men er een intensief benut bos onder. De Bont prefereert de betekenis van omheind terrein, anderen die van een open plek in het bos waar hout gestapeld en gehaald kan worden. Roelants wijst erop dat er van de 14de tot de 16de eeuw verschillende plaatsnamen op -laar zijn ontstaan. Dittmaier neemt als betekenis ‘omheining’ over, maar voegt eraan toe dat het geen gewone omheining is van bv. een groene haag, maar een van planken en balken, die vooral berekend was op kweekdieren.

 

Smulders vestigt de aandacht op ‘laar’ door diverse voorbeelden te geven van oorspronkelijke laarnamen die evolueerden naar andere schrijfwijzen, bv. Herlaer > Halder, Swelaer > Sweelders, Vellaer > Velder, Geerlaer > Geelders, Hollaer > Holder etc. De FN ‘van Elderen’ verklaart hij  als afgeleid van Ellaer > Elder(en). Hij wijst er op dat toponiemen eindigend op -lder in oorsprong laar-namen geweest kunnen zijn.

 

Tavenier propageert een systematisch onderzoek naar de landschappelijke aard van alle laarvermeldingen. Volgens Theuws komt het element -laar in nederzettingsnamen vooral voor buiten de bevolkingsconcentraties die hij voor het Maas-Demer-Schel­dege­bied heeft uitgekarteerd. De laa-namen zouden volgens hem in verband gebracht kunnen worden met vochtige, natuurlijke omstandigheden. De macroregionale spreiding lijkt hier op te wijzen. Dat laarnamen niet voorkomen in bv. de valleien van Maas en Schelde zou erop duiden dat een groot deel van deze gebieden al bewoond was toen deze namen werden gevormd en dat ze een latere fase van verdere of interne kolonisatie aangeven. Volgens hem vertegenwoordigen de laarnamen een jongere namenlaag en derhalve jongere bewoning.

 

De Bo geeft voorbeelden afgeleid van boomnamen zoals Mispelaar, Kerselaar, Pruimelaar, Appelaar, Notelaar e.a. Laar werd soms voorafgegaan door een ‘-h’ en werd dan ‘hla­r’. Het gaat dan om een verwijzing naar een oude door de mens beïnvloede landschappelijke situatie. Waar Gijsseling spreekt over ‘bosachtig moerassig terrein’ voor dit element, meent Blok een verfijning te moeten aanbrengen en spreekt van ‘...een deel van een al of niet moerassig bos, dat door mensen speciaal gebruikt werd om te kappen of om vee in te weiden en dat daardoor een open plek in het bos werd.’ In deze definitie wordt niet een oorspronkelijke natuurlijke gesteldheid aangegeven, maar juist een oude vorm van menselijke ingreep in de natuur. Als zodanig moet ‘laar’ als veen- en moerasindicator terughoudend worden gebruikt. De Bont ver­on­derstelt dat het kappen van bos voor het aanleggen van akkertjes vanaf de vroege middeleeuwen geleidelijk is verlopen. Soms zullen aanwezige open plekken, de ‘laren’, als uitgangspunt hebben gediend. Door het kappen en plat branden van delen van het bos werd een geschikt gebied langzaam maar zeker van zijn bosbegroeiing beroofd.

 

Helsen 1978; Molemans 1977; Dittmaier 1963; de Bont 1969 dl.3; Gijsseling 1956; Helsen 1944; Buiks 1992:45; Roelandts 1946:­41; Smulders 1952:59; Tavenier 1968:442; de Bo 1881:193; de Bont 1993:72; Blok 1991:24; Theuws 1988:181.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2, 6, 15-20, 22, 23, 25, 30, 32, 33

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

in die Keselaersche thiende

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 23, 28

Opmerkingen:

 

Voor de ligging van deze tiendklamp zie de toelichting op de tiendkaart.

 

 

 

 

Naam:

 

den Cloot, de Clotjens

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Die cloet in den Ham [BP1185-308v (1406)];

 

land den cloet int davelaar [Hs- (15191538)];

 

het cloetken, nederboekt [Hs- (1532)];

 

een stuck landt genaemt de clot (onder Eerde) [GSO-262 (1617)];

 

't clootken in de d'avell [GVE15-20 (1624)];

 

de cloot, in de collick [RAV157-101v (1694)];

 

het vierde part in de cluytiens (franckevoort) [GVE2-128 (1702)];

 

van de clootiens, havelt [GVE2-142 (1702)];

 

land aldaer de cloetjens (creytenborgh) [GVE12-234 (1778)];

 

de cloot, dorhout [GVIIE13 (1792)]; de clootjes, akart [GVIIE13 (1792)]; 1 perceel bouwland genaemt de kloot, op het Beukelaar [N (1829)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. mndl. cloot, ablautend verwant met kluit betekent in de eerste plaats

klomp, kluit, bol, onder meer van aarde, klei, turf (M.Top.Neerpelt, -199). Kloot heeft

ook betrekking op een perceel dat rond is van vorm.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 4. perceel nr. 2 grensde aan den Cloot

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

den Copcoop

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Lant de copkoop [GVE12-222 (1777)];

 

de kopkoop [N (1835), V.-]; E 26 (he: 20.90), 378 (b: 36.70).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in de Kampen en in het Keselaar onder Zijtaart. Ligging aan de "kop", de

uiteinden, van andere percelen ?

Ligging:

 

Perceel nr. 22. Van perceel nr. 21 nemen we aan dat die ook zo heette.

Opmerkingen:

 

Deze percelen lagen inderdaad aan de kop van andere percelen.

 

 

 

 

Naam:

 

Crijtenborch

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze naam niet op de Doornhoek

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 23

Opmerkingen:

 

Deze naam is ontleend aan de familie van Creijtenborch, die het goed in de eerste helft van de 15-de eeuw bezat.

 

 

 

 

Naam:

 

Nootenvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het nooteveldeken (doorenhoek) [GVE2-219 (1702)];

 

nootenvelt in valstraat [RAV159103 (1746)];

 

het notenveldje [N (1883)]; E 392 (b: 43.20).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het Keselaar onder Zijtaart, tevens aan de Doornhoek onder Zijtaart (mogelijk

hetzelfde perceel). Het eerste lid zal een persoonsnaam zijn vgl. Johannes Hendrikus Noten, 1869 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 12

Opmerkingen:

 

De naam kan afgeleid zijn van de naam van een eigenaar of van notebomen.

 

 

 

 

Naam:

 

Peters Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Peters akker [N (1836), V.-]; A 1035-1042 (hu, erf, ben w: 1.89.70), E 341 (b: 51.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het Dorshout, tevens in het Keselaar onder Zijtaart. Het eerste lid is de genitief van een mansnaam (Petersakker, Dorshout); de bezitter van deze percelen droeg ± 1840 de naam Antonius Peter Verhoeven. In het geval van de petersakker onder Zijtaart is bovenstaande mogelijk of het eerste lid als persoonsnaam vgl. Adriana Peters, 1893 (Kl.Bev. V.).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 32, 33

Opmerkingen:

 

Peter Martens wordt in 1626-1629 als eigenaar vermeld van deze percelen.

 

 

 

 

Naam:

 

Rontveltje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Zijn ront veldeken neffen de straet in den d'avell [GVEI5-100 (1624)];

 

het rond veldeken (straat) [GVE2-73 (1702)];

 

de weg in de boektstraat lopende van de groote weg tot het rondveltje [GVIIB26 (1796)];

 

1 perceel weiland genaemt rondveld te veghel [N (1886)];

 

C 133 (w: 06.70); rond veldje in de hemel [N (1894)]; B 1089 (b: 24.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benoeming naar de vorm.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 19

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

den Stelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt de stelt int keeselaer [GVEI2-187v (1777)].

 

Den eeker 't steltstuck opt zijtert [GVEI5-65 (1624)];

 

het steltstuk aan 't keselaer [RAV60-122v (1775)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in het gebied Doornhoek/Keselaar onder Zijtaart. Benoeming naar de

persoonsnaam Stelt vgl. Petronella Hendrika Stelt, 1870 (Kl.Bev. V.).

 

Volgens Smulders betekent de uitdrukking 'in eenre steltken uutgaende', in een smalle

reep uitlopend.

 

De Bont ziet in 'stelt' een aanwijzing voor een steile ligging. In het mnl. staat 'stelt' voor houten been of kruk. Qua betekenis komt het dicht in de buurt van strijp of streep. We mogen het dan ook beschouwen als een vormaanduiding (Beijers-van Bussel, 1996, -258).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 10, 20a

Opmerkingen:

 

Het perceel was trapeziumvormig, met een schuine rand.

 

 

 

 

Naam:

 

de Streep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert dit toponiem op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Een ‘streep’ is de gangbare benaming voor een langgerekte smalle akker of strook land. Het betreft een vormaanduiding. Meestal liggen percelen met deze naam in de dorpsakkers. In het oosten van Brabant bestond een deel van de oude dorpsakkers uit smalle percelen, door Kakebeeke aangeduid als ‘langrepelakkers’. Het element ‘streep / strijp’ zou ook voorkomen in laat ontgonnen beemden- en moerasgebieden. Turfvelden waren altijd in kleinere stroken verdeeld. In beemdgebieden was een groot aantal waterafvoerende sloten noodzakelijk, vandaar dat daar vaak smalle percelen voorkomen. (Buiks 1990:193; Molemans 1976:1518; Moerman 1956:223; Kakebeeke 1975:36; v.Berkel & Samplonius 1989:174.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 13

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

in de Valstraet

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Uuyt eenen ecker in die valstraat gelegen dat nu gilt hanric willemsoen van tillaer [GVIE2 (1427)

 

valstraat in Keselaar [Hs- (1682)]

 

beemt en hoy in de valstraet op zijtaert [GVE12-177 (1778)]

 

de valstraat (nu sluisstraat, de leest) [kad. (1832)]; D 1 (bo: 49.90)

 

de valstraat Gieliskamp [N (1861)]; E 392 (b: 43.20)

 

in de valstraet ter plaatse genaemt keselaar [N (1883)]

 

de valstraat [V.-]; D 417, 418 (bo” 79.20), E 415, 456 (b: 81.40)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit is de oude benaming voor de weg naar Zijtaart, te beginnen bij de huidige Sluisstraat, die via het gebied de Leest naar de Hostie onder Zijtaart liep. Wellicht geeft deze benaming aan dat de betreffende weg vanaf het wat hooggelegen gebied de Hostie in de richting van Veghel in hoogte afnam.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Vermoedelijk verwijzend naar een valhek of klaphek, alhoewel de betekenis van een lichte helling niet uitgesloten is. Zo zou het toponiem Valsteeg verklaard mogen worden als plaats die aan een helling [val] ligt. (Schönfeld 1980:43; v.Berkel & Samplonius 1989:185.)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 8, 11-14, 31

Opmerkingen:

 

De cijnsregisters van Helmond geven als oudere vorm "Valsce straat". Kennelijk was de oorspronkelijke naam 'Valse Straet', ofwel 'slechte straet'.

 

 

 

 

Naam:

 

Zijtaart, Sytart, Zyttart, Zitart

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Gelegen aldaar in zontvelt en zittart [HGB-407 (1356)];

 

ad locum dictum zitert [Hs- (± 1385)];

 

huis, erf, hof en een stuk land daaraan liggend, 2 ½ lopensz. ter plaetse genaemt

op zitart [GZG-1225 (1466)];

 

zijtart [GVE2-39 (± 1500)];

 

aent sytart [Hs- (1519-1538)];

 

een stuck landts den sijttart [GSO-262 (1617)];

 

den ecker opt zijtert neffen marten donckers lant [GVE15-65 (1624)];

 

op citart (citart) [GVE2-224 (1702)];

 

landerijen in vechel en twee hoeven in zyttert [Hs- (1747-1794)]; het seitaart [N (1852)]; D 743 (b: 05.70), 753 (b: 44.50), 755 (b: 48.30), 760-780 (hu: 06.00; b: 2.56.50; ho: 5.81.10), E 524-534 (b: 3.49.10; w: 2.15.30; og: 83.90; hu: 12.30; tu: 06.50; bg: 30.20); 536-540 (b: 2.67.20; w: 1.08.40), 569 (bh: 2.22.40), 661 (de: 1.00.90), 672, 673 (de: 3.03.30; he: 59.20), F 654 (de: 76.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Een der drie Veghelse kerkdorpen, zuidelijke ligging ten opzichte van de kom van Veghel;

aan de secundaire weg van Veghel naar Lieshout, tevens benaming voor een boerderij ter plaatse. De volksetymologische interpretatie is "bezijden de aarde (de Eerde, Eerde)

(Meuwese Veghelse Courant 1954).

 

Ook Zittaart, dat we o.a. vinden in Zittert - Lummen (1132 Zetrud), te Deurne (1647

sittert) en te Rillaar (sitterstraat), zou oorspronkelijk een weidenaam zijn, als afleiding

met een verzamelsuffix van de plantnaam zegge (F. Claes, Naamk. 1987 -66).

 

Wij zien Zitterd al dan niet met paragogische konsonant, verwant met het Nederlandse

"zijde" (nhd. Seite).... De oorspronkelijke betekenis van zijde is: "het lang-gestrekte".

Franck van Wijk s. v. I zijde, zij. Zitterd is dan een gesubstantiveerde eigenschap of

toestand (bnw. + aard, eerd) van het type een dieperd, een dikkerd, een slimmerd. Het

gehucht Zitterd onder Oerle is inderdaad een in de richting noord-zuid lang uitgestrekt

gehucht. Gelet op de "eenzijdige" ligging van Zitterd, nl. aan de rechterzijde van de

(thans harde) weg oerle-Veldhoven, zouden we ook met Zink, Christmann en Baets kunnen meegaan, die Zitterd laten teruggaan op "Sit(w)ert", "seitwärts gelegener Gemarkungsteil". Maar ook dan is (en blijft) het grondwoord Nederlands zijde (nhd. Seite). (De Bont Dialekt kempenland. Geografische namen -222-223).

 

Ook het Veghelse Zijtaart is een lang uitgestrekt gehucht en eveneens is het gelegen aan een zijde van een weg, nl. de weg Veghel-St.Oedenrode. Een uitgebreide bespreking van het toponiem Sittard en verwante vormen is te vinden in Naamkunde 6e jaargang 1974 afl. 1-4, pg. 51 tlm 87.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 2, 13, 23, 25, 27, 29, 32, 33

Opmerkingen:

 

De naam Zijtaart wordt gewoonlijk uitgesproken als Seitert. Oorspronkelijk was het de naam voor het gebied tussen de huidige Leinserondweg en de Aa (vanaf circa 1825 de Zuid-Willemsvaart). Daar lag eertijds de Hoeve Zijtaart, een leengoed van de heer van Geffen. Oude schrijfwijzen zijn onder andere: Zitert (1385), Zitart (1466), Sijttart (1617), Zyttert (1747-1794) en Seitaart (1852).

De naam komt in meer plaatsen van Nederland voor, zoals in:

-         Limburg, het stadje Sittard (vermeld in 1147 als Sitter)
-         In Vught (De Sittard in 1832, enkele percelen langs een oude maasarm)
-         In Deurne (veldnaam Sittert in 1647)
-         Het gehucht Zitterd onder Oerle (Zittert in 1340)

De naam van het stadje Sittard in Limburg zou afgeleid zijn van Siter, van het Oudhoogduitse sîte, hoogte of berghelling, en de plaats lag dan ook op een hoogte. De nederzetting is ontstaan in de Karolingische tijd, tussen 700 en 1000. Ons Zijtaart lag niet op een berghelling. Als de naamsverklaring van Sittard klopt, dan hebben Zijtaart en Sittard niet dezelfde oorspronkelijke betekenis. Dat hoeft ook niet, al lijken de namen veel op elkaar.

In 1340 wordt het gehucht Zittert ten zuiden van Oerle vermeld. Als verklaring van deze naam wordt gegeven: Sitwert = zijwaarts. Het gehucht ligt zijwaarts van de weg Oerle - Veldhoven. Cornelissen vond dat een aannemelijke verklaring voor Zijtaart: gelegen zijwaarts van de weg Veghel – Sint-Oedenrode. Ik geloof het niet, want het oude Zijtaart was slechts een klein gebied langs de Valstraat en dat lag niet langs de weg Veghel – Sint-Oedenrode. Ook de verklaring van wijlen de Erpse pastoor Meuwese ‘bezijden de aarde (Eerde)’ is om dezelfde reden ongeloofwaardig. Ook de verklaring ‘zijwaarts van de Valstraat’ overtuigt niet.

In de literatuur wordt de naam Sittert ook verklaard als een afleiding van de plantnaam zegge met een verzamelsuffix (toevoeging –t). Zegge is een gras- of rietsoort. De plant komt voor op natte grond langs bronnen en beekjes in loofbossen. Deze verklaring past wel in de geografische gesteldheid van het oude Zijtaart. Dat lag in een drassige omgeving en oude veldnamen in deze omgeving (zoals Loo acker, ter Eijken, Perlaar, Bobbelaar en Keselaar) wijzen er op dat hier langs de Aa in de Late Middeleeuwen nog bos was. Deze ligging is vergelijkbaar met De Sittard in Vught, dat langs een oude maasarm lag.

 

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Keselaer