Heiakker - toponiemen

Naam:

 

Ackerke

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Akker betekende oorspronkelijk het gemeenschappelijke (cfr. gemene akker) landbouwland bij een nederzetting. Jonger is akker in de betekenis van “een perceel bouwland (uit deze complexen)”, vrijwel altijd in de vorm “bepalend bestanddeel + akker”, waarbij het eerste lid wijst op bezit, ligging, vorm, teelt, enz.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

De oudste vermelding van ‘akker’ komt voor in het Fragmentum Bladiniense uit de 9e eeuw. Akker wordt geïnterpreteerd als: bouwland behorend bij de dorpsgemeenschap. Deze omschrijving slaat op de bekende dorpsakkers c.q. gehuchtakkers. Ook is gedacht aan de betekenis van ‘het omheinde veld’. Er wordt een verband verondersteld tussen frequentie van akkernamen en bevolkingsdichtheid in het oude Toxandrië. Volgens Molemans zouden akkernamen het meest voorkomen op de oevers van de Weerijs met de zijbeken en langs de Dommel. In de zuidelijke Belgische Kempen ontbreken ze, maar ze worden wel aangetroffen in Belgisch Limburg. Het dichtstbevolkte deel van Toxandrië zou het noordoostelijk deel van de provincie Antwerpen en het aansluitend Nederlands territorium omvat hebben.

 

In de Baronie schijnen dorpsakkers en daarmee ook nederzettingen frequent te liggen langs Weerijs en Mark. Akker, kouter en es dekken aanvankelijk hetzelfde begrip, nl. het gemeenschappelijk ingesloten bouwland van een bevolkingsgroep.

 

In het oosten van Nederland kunnen twee hoofdgroepen in de bebouwingswijze onderscheiden worden, nl.: grote aaneengesloten akkercomplexen en kleine met bomen en akkermaalshout omgeven stukken akkerland in de vorm van ‘kampen’. Binnen de dorpsakkers waren geen heggen of wallen. De scheiding tussen de percelen moest met ploegvoren, scheikeien of bomen worden aangegeven. In Belgische toponymische studies over het zuiden van het oude hertogdom Brabant wordt regelmatig gesteld dat rond het gebruik van de dorpsakkers in de zgn. dorpskeurboeken regels waren opgesteld.

Akker­namen komen in de cijnskring Helmond frequent voor, zowel met voor- als achtervoegsels, met persoons-, flora- en faunana­men [re­dactie]. (Helsen 1952:127; Lindemans 1940-1954 dl.3; Gijsseling 1978, Buiks 1990:47; Helsen & Helsen 1978; De Vries 1958; Molemans 1977; Slicher van Bath 1944:2; Buiks 1983 dl.2:28)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 24

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Beeckgraeff

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Op hazelberch beemd deusseis van hazelberchs camp aen den beeckgraeff [RAV-23

(1519-1538)]

 

op haselbergh in de palsdonk aen den beekgraeff [HH-147 (1621-1691)]

 

't geerken aen den beeckgraeff [GVE15-3 (1624)]

 

haselbergs (beemt) grenst aan beekgraaf [RAV-159 (1741)]

 

lA hoij op den beeckgraef [GVE12-168v (1778)]

 

de beekgraaf, lopende door sektie A, B en C [kado (1832)]; de beekgraaf [N (1890)]; A 159-162 (w: 1.11.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Schönfeld merkt in verband met het woord "beek" op, dat dit woord een natuurlijk water aanduidt, van minder betekenis dan een rivier; maar later is ten onzent zo'n beek vaak vergraven of gekanaliseerd. Dit laatste geldt dus voor Veghel ook. Beekgraaf is een tautologisch hydronym. Het element "graaf" is de benaming voor een water, dat dienst doet als afvoer naar een ander water (Hoogbergen). Deze niet onaanzienlijke waterloop kronkelt zich vanaf de grens met Erp via de Krekelshof bij Mariaheide, de Hintel en het Ven, zuidelijk van de Hazelberg, naar de Aa. Het meest westelijke gedeelte ervan vormt globaal de grens tussen Veghel en Dinther.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 17 grensde aan de Beeckgraeff.

 

Opmerkingen:

 

Aan de noordzijde van dit perceel lage en laaggelegen nat gebied, de Rijt genaamd. Op de kadasterkaart staat de Beekgraaf aan de noordoostkant van dit gebied getekend en aan de zuidwestkant liep een loopje.

 

 

 

 

Naam:

 

Bijtel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 20

Opmerkingen:

 

Genoemd naar de vorm: langwerpig met een trapezmiumvormig einde.

 

 

 

Naam:

 

Donkeren Dyk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt en dijck aen de hey den donkerendijk [GVE12-45v (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging. Het eerste lid zou ook het adjectief "donker" kunnen zijn. Er zou dan

sprake kunnen zijn van een weg, beplant met hoog opgaand houtgewas, dat veel licht

tegenhield.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Grevenbroekx Camp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Grevenbroek of hijmanscamp aen hey [GVE12-71 (1778)].

 

Het lant in grevenbroeckscamp (Ven) [GVE2-14 (1702)]; 't heyvelt grevenbrox camp

[GVE12-44v (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op het Ven.

 

Genoemd naar een persoonsnaam, Grevenbroek. Mogelijk is het eerste lid ook een genitief van het mnl. greef, grave, graaf, "graaf, opzichter, opziener"(M. Top Boch -75).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 9, 12

Opmerkingen:

 

Geoemd naar een voormalige eigenaar. De bron waar Cornelissen naar verwijst (Verpondingsregister van 1702) vemleldt het Ven als woonplaats van de eigenaar of gebruiker, niet de ligging van het perceel.

 

 

 

 

Naam:

 

bij, aen den Hennenberg

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum Hennenberch [Hs- (1380-1385)[

 

huis in loco dicto aen die heye, den langen ecker in loco dicto hennenberch [Hs- 91519-1538)]

 

den heyecker in den hennebergh [GVE12-129 91624)]

 

lant in henneberch aen de hey [GVE12-197 (1777)]

 

een perceel bouwland genaamd den hennenberg gelegen te Veghel aen den Udenschendijk [N (1843)]; C 89 (b: 42.70)

 

de hennenberg [N (1862), V,-]; C 81, 82 (b: 48.00; og: 07.10), 85 (b: 1,72.20)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in het gebied genaamd “Aan de Udense Dijk” onder Mariaheide, ongeveer tegenover de kerk. Het meest voor de hand liggend lijkt de verklaring van een hoog gelegen land met hennen. Misschien is het eerste deel van een vervorming van heinde- (heinde en ver)? Het verband dat Hooghbergen suggereert met :heinde” wordt ondersteund door het toponiem Verrenberg, dat ook ongeveer op dit gebied betrekking zou kunnen hebben.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 13, 16, 24

Opmerkingen:

 

Het 'berg' wijst op een hoger gelegen gebied. Volgens de hoogtekaart was het hoogste punt van de Hennenberg ruim 1 meter hoger dan de omgeving.

De verklaring met hennen- lijkt me onwaarschijnlijk. Dat zou betekenen dat het perceel genoemd zou zijn naar kippen of een daar aan verwante of erop lijkende vogel die zich daar dan vaak zou moeten bevinden.

 

De verklaring met heinde- is geloofwaardiger. Niet uitgesloten mag worden dat er een persoonsnaam schuil gaat achter deze veldnaam: Hendrik, of Hein. Beijers en Van Bussel vermelden in Schijndel de veldnaam Hennen Tekenshoeve (1370).

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Heyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Dat gelden Aert Claeus kynder aan die heij [GVIE2 (1437)]

 

huis in loco dicto aen die heye den langen ecker in loco dicto henneberch [Hs- (1519-1538)]

 

aen den hertgang de hey [GVE12-1 (1778)]

 

landt over 't heyke, 't campke [GVE12-30 (1778)]

 

de heide [kad. (1832)]; D 361 (b: 10.50) (St.Oed.). de hei, de heide, het heike [N (1886, 1891, V.]; B 171 (he: 9.46.20), C 5, 6 (w: 59), 399 (he: 19.72.30), E 638-640 (w: 55.40; hu: 57.00; de: 1.70.00), 692 (he: 14.72.50), 694 (he: 15.61.40), 1532, 1533 (he: 3.45.20), F 465

(he: 20.63.51).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Hei, heide werd meestal gebruikt ter aanduiding van het tegenwoordige Mariaheide, maar ook voor het heidegebied (vroeger van St.Oedenrode) zuidelijk van Eerde, en evenals "heike" voor percelen ontgonnen heide. Anno 1832 kende Veghel nog uitgestrekte onontgonnen heidegebieden: Hogerduinen, Beukelaarsbroek, het Reibroek onder Zijtaart, het Dubbele tussen Eerde en Veghel, het Wuiten en het Vensbroekje nabij Vorstenbosch en nog verscheidene kleinere gebieden. De Veghelse heiden zullen meestal laaggelegen geweest zijn. Zoals elders in de Kempen, is heide de gangbare benaming geworden ter aanduiding van de, meestal met heide begroeide, gemeentelijke gronden, die zeer uitgestrekt waren. Andere namen ter aanduiding van deze gemene gronden zijn Aard (zie Eerde), Gemeente en Vroente.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Achter elk gehucht lag destijds een uitgestrekte gemene vroente, aard of veld, die in Brabant meestal wordt aangeduid met ‘gemeynt’. Later werd ‘heide’ de gangbare benaming voor deze omvangrijke gemeenschappelijke velden, begroeid met droge heide [Erica] of met dop- of hommelheide, de natte of platte heide. De heidevelden hadden een economische betekenis voor de locale agrarische bedrijfsvoering. Ze dienden als weideplaats voor koeien en schapen geleid door een door een buurtschap aangestelde herder of scheper. De ingezetenen mochten op de heide turf steken, plaggen maaien en leem uitgraven voor de huizenbouw. De talrijke vennen deden dienst als rootputten of als visvijver. Er werd honing gewonnen door het plaatsen van bijenkorven. Regelmatig werden stukken van de gemeynt aan particulieren verkocht.

 

De heidevelden, de onontgonnen gemeenschappelijke grond, was begroeid met heidestruiken en andere lage vegetatie. In Brabant was het de naam voor de gronden met een typische flora en fauna: struikheide op de droge gronden, dopheide op de wat nattere heide­gronden samen met gagel, jeneverbes en brem. Na ontginning kon heide ook een perceel bouwland aanduiden dat door middel van een omheining van levend hout uit de zgn. ‘gemene heide’ werd geïsoleerd.

 

Enklaar 1941; de Bont 1993:93; Molemans 1976:338; Spierings 1984:31,32,225,226. ; Berkel & Samplonius 1989:106; Mennen 1992:53; Buiks 1990:­103; Helsen 1978:119.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2, 3-6, 11, 15-21, 30

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Heyacker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De heyacker op sontvelt [Hs- (1530)]; een stuck landts den heyecker (onder Eerde) [GS)262 (1617)]

 

heyacker op seytaert [RAV157-101v (1694)]

 

heyakker in den berg [GO(1754)]

 

de heiakker [kado (1832)]; B 249-302

 

den heiakker, de heiakkers [N (1836, 1842, 1891, 1892], [V.-]; A 1 (b: 90.40), C 162 (b: 29.60), 179-182 (b: 90.60; og: 06.78), F 965-966 (b: 56.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied oostelijk van het Ven bij de buurtschap Driehuizen, en aan de oostgrens der

gemeente onder Mariaheide aan de zuidzijde van de weg naar Uden. Ook benaming voor

afzonderlijke percelen verspreid over de gemeente. Benoeming naar de ligging op of nabij

de heide; bouwland ontgonnen uit de heide.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 3, 4, 5, 7-10, 13-17, 21. Ook 5, 8, 11, 12, 18-20 en 22-24, want de Heyakker liep verder naar het westen door, zie de kaart met toponiemen van Udense Dijk. Perceel nr. 8 heette de Agterste Heyacker.

 

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Heycamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De heycamp, scheiding met Lieshout [Hs- (1546)]

 

gelegen ter plaatse aan d'Eerde genaemt den heycamp [GOI26-39 (1638)]

 

die heydecamp [(1747-1794)]

 

heische camp [N (1836)]; A 809 (w: 46.20); heikampen [kad. (1832)]; F 455 (w: 21.49.30), 457-460 (w: 10.37.00; he: 46.16.90), 465 (he: 20.63.50), 467 (he: 23.56.90), 470-471 (he: 11.16.60)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benaming naar de ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 10

Opmerkingen:

 

Vermoedelijk genoemd naar de begroeiing met heide.

 

 

 

 

Naam:

 

Heymans Camp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Grevenbroek of hymanscamp aen hey [GVEI2-71 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging. Het eerste lid is een persoonsnaam vgl. Carel Heymans 1867

(Kl.Bev. V.-).

 

Ligging:

 

Perceel nr. 12

Opmerkingen:

 

Genoemd naar een voormalige eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Hogen Dries

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Twee groesveltjes aldaer (Zontvelt) den hogen dries en't bos [GVE12-284 (1777)]

 

de hooge dries -heyde [GVIIE13 (1792)]

 

zich uytstreckende tot den hogen dries (op den Erpsenweg) [GVIIB26 (1803)]

 

de hoge dries [V.-]. F 931 (w: 62.40).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. benoeming naar de hoge ligging

 

Dries: Kil. driesch = ager pascuus. Lindemans wijst op verband met het telwoord drie. De betekenis zou dan zijn "toestand van den akker in het derde jaar van den wisselbouw". Hij legt verband met het jra. trieu. Uit de omstandigheid "braakland" ontstond dan een tweede betekenis: "leeg, onbebouwd land" en ook "weiland".

 

M. Gysseling sluit zich aan bij Mansion's opvatting (O.G.N. 106) die thriusk- afleidt van threusk. In Vla. evolueert -eu als volgt: -eu- wordt -eo- wordt -io- wordt -ie- in tegenstelling met Holland-Utrecht-Limburg, waar althans voor Umlautsfactor uit eu ü ontstaat. Als men in thriusk de -u- als een vocaliseringsproduct beschouwt van de -w- en -sk- als een residusuffix van het suffix-isk, dan verkrijgt men een etymologie die blijkbaar de oudste betekenis van dries goed dekt. De betekenis is dan "braakliggend land" en "dorpsplein".

Zie Valkenswaard -188.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

De algemene betekenis is weiland bij de boerderij, vaak wat hoger gelegen, waarvan het gras en het zgn. drieshooi van betere kwaliteit is dan het bekende beemdhooi. Tegelijkertijd wordt gedacht aan een stuk grond met gras en onkruid, vaak te slecht om te bewerken en begroeid met struikgewas. Soms ook een ver­loren hoekje op het kruispunt van wegen, strookjes onbebouwde grond aan veldwegen gelegen.

 

Het minutieuze onderzoek van Claes in de omgeving van Diest toonde dat t.a.v. de percelen met een driesnaam 43 maal akker­land van toepassing was, 12 maal bos, 7 maal beemd, 3 maal weide, 2 maal eeuwsel, 1 maal ‘schom’ = onvruchtbare heidegrond, 2 maal een bij een huis gelegen boomgaard, 1 maal vroente of gemeynt en 1 maal heidegrond. Dat verklaart hoe divers de betekenis van dit element kan zijn. Tegelijkertijd is het aantal samenstel­lingen onderzocht met als resultaat dat van de samengestelde dries-toponiemen er 15 maal sprake was van een PN, 6 maal een ander toponiem waarbij of waarin een dries is gelegen, 16 maal een afleiding van een diernaam, 16 maal een planten- of vruchten­naam en tenslotte kwam dries 17 maal voor met een adjectief. Volgens sommige auteurs zou in Vlaanderen, Brabant en Zuid Limburg dries staan voor een driehoekig dorpsplein, een betekenis welke reeds in de 12de eeuw zou zijn opgekomen.

 

De Bont 1969 dl.3:15; Gijsseling 1954; Molemans 1976:288; Claes 1984:52; de Vos 1952:53; Lindemans 1951:15; Gijsseling 1952:49; Lindemans 1952:89.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 24

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Cleyn Eeusel

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De veldnaam “Eeussels” kwam in Veghel op verschillende plaatsen voor.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Eeusel, afgeleid van eeuwen “voeren” is gangbare Kempische benaming voor weiland meestal van minderwaardige kwaliteit (M. Top. St. Huibr.Lille, -133).

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Eeuwsel wordt verklaard als een droge zomerwei­de, veelal in particulier bezit en omheind, een schrale weide of een weide in de bossen. Dit toponiem komt in het zuiden van de Baronie geregeld voor, maar in het oostelijk gedeelte van Brabant is het al even frequent [redactie].

 

Te Overpelt was een ‘eusel’ een kunstmatige weide i.c. ontgonnen heide of woeste grond met buntgrassoorten begroeid en in gebruik als veeweide, primair voor schaapskudden. Volgens Lindemans zijn de eeuwsels in de Belgische Kempen het eerste stadium bij de ontginning van heide tot cultuurland. Het is niet precies te achterhalen tot wanneer de eeuwsels als veeweiden hebben dienst gedaan, maar zeker niet langer dan de 16de eeuw.

Dat de eeuwsels goede hooilanden waren is onwaarschijnlijk vanwege de bodemgesteldheid, nl. matig natte zandgronden. Veel eeuwsels zijn thans als weiland in gebruik omdat de grond voor hooiland niet vochtig genoeg is en voor bouwland te nat.

 

(Lindemans 1946:2; Pijnenburg 1976:1; Buiks 1984 dl.9:32; Mennen 1992:217; Buiks & Leenders 1993 dl.4:383; Molemans 1976:314; Lindemans 1952; Helsen 1978:116.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 26

Opmerkingen:

 

Het Groot Eeusel (Udense Dijk nr. 22) en het Cleyn Eeusel lagen bij elkaar en waren in de achttiende eeuw van dezelfde eigenaar.

 

 

 

 

Naam:

 

Cornelis Land

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een perceel bouwland gelegen alsvoor (op den hogen akker onder Veghel) genaamd comelisland, de heide [N (1830)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op de Hoge akker nabij Vorstenbosch. Het eerste lid zal een persoonsnaam of mansnaam zijn.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 8

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

(op, aan, bij) de Crekelshoff

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Ad locum dictum op krekelshof [BPI214-136 (1440-1445)]

 

gelegen tot veghel aan de hey by de crekelshoff [GVB44 (1546)]

 

huis, bakhuis in Veghel aan de heij van ouds genaamt de kreeckelshoff (eigenaar Jan Ruth v.d. Crekelshoft) [RAV99-264v (1732)]

 

crekelhoff aan de hey [RAV159-89v (1746)]

 

krekelshof [kad. (1832)]; C 183-211.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggende onder Mariaheide, zuidelijk van dweg naar Uden, nabij de grens met Uden. Krekel = krakeel, perceel waarover een (grens)betwisting bestond of krekel "insekt": aanduiding van woeste respektievelijk onvruchtbare terreinen (M.Top. Valk. -74). Het eerste lid bevat weer een diemaam. het ligt voor de hand om ook hier weer te denken aan benamingen, misschien door spottende buren gegeven, voor slecht en onvruchtbaar land. Bij Krekelshof zal dat in ieder geval een moerassig gebied geweest zijn.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-3, 5-7, 10, 11, 14, 17, 20, 30, 31

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

den Krekelhofsen Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2

Opmerkingen:

 

Akker gelegen bij de Krekelshof.

 

 

 

 

Naam:

 

Lege Heyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Leege hey [Hs- (1664)]

 

de leegh hey bestaet in 23 huyssen ende begint in den buender genaemt den junger aen muylengraeff is toegemeten yder 4 roeden [GVIIB28 (± 1700)]

 

van eenen acker aen de leeg heyde [HH163-4 (1714-1783)]

 

lege hei [Mh- (1954)]

 

de lage heide [kad. (1832)]; B 351-393; [N (1843)]; B 409-415 (hu: 09.10; mo: 03.42; w:

89.60; b: 1.64.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied onder Mariaheide aan de noordzijde van de weg naar Uden, ongeveer vanaf de kerk oostwaarts tot aan de Beekgraaf vlakbij het gedenkteken. Benoeming naar de ligging. Ten oosten van dit gebied begint het niveau van de bodem te stijgen. (Uden ligt aanmerkelijk hoger dan Veghel)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 6, 9, 13, 16, 19, 21, 24

Opmerkingen:

 

Voor een bespreking van de ligging van de Hoge en Lage Heide, klik hier.

 

 

 

Naam:

 

Loop, Scheytsloop

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze waternaam op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Waterloop.

Ligging:

 

Percelen nrs. 4, 30 en 31 grensden aan de Loop en nr. 17 lag bij den Scheytsloop.

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Oetelaers Camp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt aen hey in oettelaerscamp [GVE12-96 (1778)];

 

oetelaarskamp op de heiakker [N (1862)]; C 146, 148 (b: 1.40.20).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

benoeming wellicht naar persoonsnaam vgl. Antonia V.d. Oetelaar, 1908 (Kl.Bev. V.).

Ligging:

 

Perceel nrs. 17-19

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Rydt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Te weten dat derde deel van de rijt [GVIE2 (1422)]

 

hoyvelt die ryth in die nederbiest [Hs- (1519-1538)]

 

twee stucxkens neffen de rijt in den d'avel1 [GVEI5-83 (1624)]

 

int reijtie (den biesen) [GVE2-285 (1702)]; de reydt, crekelhoff [RAVI59-157v (1752)]

 

de rijt [kad. (1832)]; C 461-472

 

de ryt [N (1876, 1882, 1883, 1884)]; C 471-472 (he: 7.09.50), D 108-109 (b en w: 74.10), 172 (b: 62.30), E 1049 (ho: 25.60) 790 en weg. (he: 5.83.10)

 

de rijdt [V.-]; B 404 (b: 56.80); de reytjes [V.-] B 1, 5, 6 (w: 95.50)

 

de rijt [V.-]; D 108 (b: 42.50); de rijtjes [V.-]; E 764-765 (b: 0.18.19; w: 0.20.50).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend tussen de Heuvel en Blankenburg, tevens verspreid liggende percelen.

Wellicht benoeming naar de ligging aan een rijt "waterloop" (M. Top. Valk.-219).

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Er zijn bij rijt diverse oudere varianten denkbaar zoals ret, retten, rit, ride en de diminutieven rijtke, reitke, rie(t)ke en retke. Het is mogelijk de meest voorkomende waternaam geweest afgeleid van het germ. * ridha = beek, waterloop.

 

In veel gevallen komt ‘rijt’ voor als benaming van landerijen; de naam van het water is overgedragen op het aangrenzende land. Dit getuigt van de ouderdom van de naam. De pri­maire betekenis is kleine waterloop.

 

Volgens Beex zou een rijt vooral het dalvormig begin zijn van een beek, een soort komvormige laagte.

 

Onder Alphen is de naam Rijt al bekend in 1295. Rijten waren al of niet gegraven waterlopen. Het is een soortnaam zoals bv. ven, goor, meer, broek en weijer. De rijten, goren en broeken hadden een regelende functie in de waterstand der riviertjes. Bij veel regen hielden ze veel water vast en bij droogte bleef het wegsijpelende water van de reservevoorraad voldoende om de riviertjes en beken stromend te houden.

 

Beex 1964:26; Buiks 1992:20; Molemans 1976:1334; v.Berkel & Samplonius 1989:153; Buiks & Leenders 1993 dl.2: 97; Buiks & Leenders 1993 dl.3:230.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 27, 29-21. Waarschijnlijk ook nr. 28

 

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Veghels Landt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 22

Opmerkingen:

 

Percelen gelegen te Veghel.

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Heiakker