Heiakker - toelichting op de uitgiften

1.

Als er een perceel van de gemene gronden gekocht werd, moest daaruit jaarlijks een cijns betaald worden aan de landsheer. Dit gebruik werd rond 1190 ingevoerd door de graaf van Gelre die optrad als rechtsvolger van de heren van Rode. In 1231 nam de hertog van Brabant het graafschap Rode - waartoe de cijnzen behoorden - over van de graaf van Gelre. Vervolgens gaf de hertog van Brabant - als deel van een ruil - in 1314 de peellandse cijnzen weer aan de heer van Helmond. Cijnzen voor uitgiften na 1314 werden weer aan de hertog van Brabant betaald. Cijnzen aan de heer van helmond werden dus betaald voor eprcelen die in de periode 1190-1314 van de gemene gronden gekocht zijn. Hierbij moet men in gedachten houden dat bij verdelingen an goed cijnzen wel eens verhuisden naar een ander perceel.

 

Op perceel nr. 12 rustte in 1787 een cijns van 0-3-12 aan de heer van Helmond. Deze cijns heeft nummer Hm-173 (nieuw) in de adminsitratie van de heer van Helmond vanaf de zestiende eeuw en Hm-188 (oud) in de vijftiende eeuw) Deze cijns is hier pas later naar toe verhuisd. Oorspronkelijk rustte deze cijns op een perceel behorende bij de Monicx Hoff op het Middegaal. Omdat niet helemaal duidelijk is wanneer deze cijns verhuisde geven we de namen van de cijnsbetalers na 1600 hier apart. Voor de oudere namen zie de toelichting op de uitgiften bij Middegaal.

 

 

Hm-188 (oud): 1406: 2 nieuwe schellingen uit de kamp van Heyman Graet

1599-1642: Wt Hymans Camp, genampt den Monicx Hoff
Lasten:

-          een cijns aan de heer van Helmond van 2 nieuwe schellingen, omgerekend: 0-3-12

 

 Hm-173 (nieuw)

Dierck Willem Henricx (2/3) en Emerentiana, weduwe van meester Jan Willen Henricx (1/3)

 

Vermeld in 1599-1642

De weduwe van Dirck Willem Henricx met 7 kinderen

 

Verwerving in 1599-1642

Jenneke, dochter van Dirck Willem Henricx, vrouw van Jan Andriessen

 

Vermeld in 1642

De 7 kinderen van Jan Andriessen

 

Vererving in 1642-1714

Maria en Helena, kinderen van Jan Andriessen

 

Vererving in 1642-1714

Helena, dochter van Jan Andriessen

 

Verwerving in 1642-1714

Jan Goort Peter Rutten

 

Koop in 1642-1714

Willem Peter Tunis Hendricx

 

Koop in 1642-1714, vermeld in 1714

Hendrik Willem Peters

 

Testament van 1728, vererving in 1728-1767

De weduwe van Hendrik Willem Peters met haar 6 kinderen

 

Vererving in 1728-1767

Aleke Hendrick Willem Peters

 

Deling in 1767

 

 

2.
De uitgifte van perceeltje nr. 32 is niet teruggevonden in de archieven. We dateren deze uitgifte op 1800-1832.

3.

Balkcijnzen kwamen voort uit de omslag van de cijns voor de gemeint in 1310 en een al eerder gekregen recht van weerschap. Na 1310 versteende deze omslag, er waren geen wijzingingen meer. De genoemde huizen stonden er dus al in 1310. Een balkcijns is een aanwijzing dat het betreffende perceel in 1310 al in particuliere handen was.

 

Balkcijnzen verhuisden veel minder vaak dan de grondcijnzen aan de landsheer, want aan een balkcijns was het recht verbonden om de gemeint van Veghel te gebruiken. Als een huis afgebroken werd, bleef dat “recht van weerschap” aan het perceel verbonden waar dat huis gestaan had. Als een huiserf gesplitst werd, kon de balkcijns ook verdeeld worden, en soms verhuisde in zo’n geval een balkcijns naar een deel van het huiserf waar eerder geen huis stond. Dergelijke verhuizingen van balkcijnzen waren relatief zeldzaam, en de verhuizingen gebeurden in principe nooit over grote afstanden.

 

Op een van de perclen van de cluster: Heiakker 22, 25 en 28 + Udense Dijk 15, 16, 20, 21 en 23 rustte zo’n balkcijns. Vermoedelijk was dat Heiakker 22 want een balkcijns was verbonden aan een huis, en een huis stond na 1310 in de regel langs de weg of gemeint. Perceel nr. 22 is het enige perceel van die cluster dat aan een weg lag. Op perceel 16 + 21 stond in de zeventiende eeuw nog een huis. Het is mogelijk dat de balkcijns oorspronkelijk aan dat huis verbonden was.

Kaart van Veghel     Heiakker