Grote Hintelt - toponiemen

Naam:

 

Aartappelstreep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Landt de aartappelstreep [GVEI2-48 (1778)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Duidt op lange, smalle akker waarop aardappels werden verbouwd.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 6

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Dijk naar Uden

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Udense dyk [GVEIIE13 (1792)]

 

aan den udensche dijk [kad. (1832)]; C 1-92

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Dit is de oude benoeming voor de weg naar Uden, tevens gebruikt voor een gebied aan de zuidzijde van de weg onder Mariaheide, vanaf de Goordonksedijk tot het gebied genaamd de Heiakker, “aan de Udense dijk”. Benoeming naar ligging.

 

Ligging:

 

De Dijk naar Uden liep aan de oostgrens van percelen nrs. 23-28.

Opmerkingen:

 

Een dijk is een gebruikelijke aanduiding voor een weg door een nat gebied. Men groef twee sloten en hoogde de nieuwe weg of dijk daarmee op. De naam betekent “weg naar Uden”.

 

 

 

 

Naam:

 

Eerkens Velt, Herken Maaijen Velt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 7 heette Eerkens Velt. Perceel nr. 8 grensde aan Herken Maaijen Velt.

 

Opmerkingen:

 

Genoemd naar Eerken Willem Baukens, een voormalige eigenaresse, vermeld in 1715-1722.

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Hey

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Dat gelden Aert Claeus kynder aan die heij [GVIE2 (1437)]

 

huis in loco dicto aen die heye den langen ecker in loco dicto henneberch [Hs- (1519-1538)]

 

aen den hertgang de hey [GVE12-1 (1778)]

 

landt over 't heyke, 't campke [GVE12-30 (1778)]

 

de heide [kad. (1832)]; D 361 (b: 10.50) (St.Oed.). de hei, de heide, het heike [N (1886, 1891, V.]; B 171 (he: 9.46.20), C 5, 6 (w: 59), 399 (he: 19.72.30), E 638-640 (w: 55.40; hu: 57.00; de: 1.70.00), 692 (he: 14.72.50), 694 (he: 15.61.40), 1532, 1533 (he: 3.45.20), F 465

(he: 20.63.51).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Hei, heide werd meestal gebruikt ter aanduiding van het tegenwoordige Mariaheide, maar ook voor het heidegebied (vroeger van St.Oedenrode) zuidelijk van Eerde, en evenals "heike" voor percelen ontgonnen heide. Anno 1832 kende Veghel nog uitgestrekte onontgonnen heidegebieden: Hogerduinen, Beukelaarsbroek, het Reibroek onder Zijtaart, het Dubbele tussen Eerde en Veghel, het Wuiten en het Vensbroekje nabij Vorstenbosch en nog verscheidene kleinere gebieden. De Veghelse heiden zullen meestal laaggelegen geweest zijn. Zoals elders in de Kempen, is heide de gangbare benaming geworden ter aanduiding van de, meestal met heide begroeide, gemeentelijke gronden, die zeer uitgestrekt waren. Andere namen ter aanduiding van deze gemene gronden zijn Aard (zie Eerde), Gemeente en Vroente.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Achter elk gehucht lag destijds een uitgestrekte gemene vroente, aard of veld, die in Brabant meestal wordt aangeduid met ‘gemeynt’. Later werd ‘heide’ de gangbare benaming voor deze omvangrijke gemeenschappelijke velden, begroeid met droge heide [Erica] of met dop- of hommelheide, de natte of platte heide. De heidevelden hadden een economische betekenis voor de locale agrarische bedrijfsvoering. Ze dienden als weideplaats voor koeien en schapen geleid door een door een buurtschap aangestelde herder of scheper. De ingezetenen mochten op de heide turf steken, plaggen maaien en leem uitgraven voor de huizenbouw. De talrijke vennen deden dienst als rootputten of als visvijver. Er werd honing gewonnen door het plaatsen van bijenkorven. Regelmatig werden stukken van de gemeynt aan particulieren verkocht.

 

De heidevelden, de onontgonnen gemeenschappelijke grond, was begroeid met heidestruiken en andere lage vegetatie. In Brabant was het de naam voor de gronden met een typische flora en fauna: struikheide op de droge gronden, dopheide op de wat nattere heide­gronden samen met gagel, jeneverbes en brem. Na ontginning kon heide ook een perceel bouwland aanduiden dat door middel van een omheining van levend hout uit de zgn. ‘gemene heide’ werd geļsoleerd.

 

Enklaar 1941; de Bont 1993:93; Molemans 1976:338; Spierings 1984:31,32,225,226. ; Berkel & Samplonius 1989:106; Mennen 1992:53; Buiks 1990:­103; Helsen 1978:119.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-5, 9-11, 13-15, 17, 19, 23-28

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Heijcamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De heycamp, scheiding met Lieshout [Hs- (1546)]

 

gelegen ter plaatse aan d'Eerde genaemt den heycamp [GOI26-39 (1638)]

 

die heydecamp [(1747-1794)]heische camp [N (1836)]; A 809 (w: 46.20); heikampen [kado (1832)]; F 455 (w: 21.49.30), 457-460 (w: 10.37.00; he: 46.16.90), 465 (he: 20.63.50), 467 (he: 23.56.90), 470-471 (he: 11.16.60)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benaming naar de ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-4

Opmerkingen:

 

Cornelissen verklaart deze veldnaam met “gelegen in de Hei”. In dit geval is een andere verklaring beter: kamp begroeid met heide.

 

 

 

 

Naam:

 

Hintelts Broek

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Goederen gelegen in Veghel ter plaatse gezegd in die hinckelt [GZG-160 (1383)]

 

in loco dicto inden hinttelt [Hs- (± 1385)]

 

bij die hintelt [BP1188-346 (1414)]

 

aen die heye in die hyntelt [Hs- (1519-1538)]

 

hintelt, hey [Hs- (1600)]; het eerste euselvelt op de hintelt [RAV160-196v (1781)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend noord-oostelijk van het Ven. Mogelijk is dit een afleiding van de stam

"hint'. Ekwall s. v. hints zegt: "Welsh hynt means road" (Dial. Kempenland, -163).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

 

Vooralsnog onduidelijk, of er moet samenhang bestaan met ‘hinder’ = slecht, verdorven. Het zou dan een kwaliteitsaanduiding inhouden. De hindert zou dan ‘de slechte aard’, een slecht stuk woeste grond, zijn. Wat ‘hint’ betreft moeten we misschien denken aan een ‘plaatse’, zoals in de kern van Eersel waar het Hint een voormalige brink was die is uitgegroeid tot een ovaalachtig marktplein door verbreding van de uitvalsweg naar het zuiden. Langs die oude ‘plaatse’ lag een onregelmatige blokverkaveling en overheersten de agrarische bedrijven, terwijl langs het nieuwe pleingedeelte, de eigenlijke Markt, sprake is van een regelmatig opstrekkende verkaveling voor bedrijven die afhankelijk waren van handel en verkeer. Op de grens van beide pleinhelften staat sinds 1464 een kapel. Is Hintel dan misschien eem dimunitiefvorm ?

 

Helsen 1978:100; Molemans 1976:153; Mandos & Kakebeeke 1971: 363. 

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-2 grensden aan het Hintelts Broek

Opmerkingen:

 

Broekland was laaggelegen drassige gemeenschappelijke wildernis. De ligging van de Grote en Kleine Hintelt geven steun aan de door Cornelissen voorgestelde verklaring. Zie het stuk over de Beersmanshoeve en het stuk over de Kleine Hintelt.

 

 

 

 

Naam:

 

Houtstreep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Hout: Benoeming naar de begroeiing, het perceel zal eens met geboomte begroeid zijn geweest. Streep: langwerpig perceel.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 5

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Kerckpats Veltje

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Kerkpadsveld in Huigenbosch [N (1862)]; B 783, 784 (w: 51.90).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in Huigenbosch onder Mariaheide. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nr. 12

Opmerkingen:

 

Dit perceel grensde aan het voetpad naar Uden dat ook Kerkpad genoemd werd.

 

 

 

 

Naam:

 

Couwenoort

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Couwenoort, hooge heide [Hs- (1664)]

 

stuck ackerland genaamd de bersmanshoeve of couwenoirt 1 malders te Vechel aen de heyde [Dom.-171 (1731-1756)]

 

huis aent heselaer genaamt den couwenoort [RAV103-102v (1751)]

 

kouwenoord [kad. (1832)]; D 11391142 (b: 40.60; w: 41.40).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging aan de Hoge Heide onder Mariaheide, tevens ligging aan het Hezelaar. Benoeming naar persoonsnaam Kouwenoord? Misschien ook samengesteld uit koude en oord. "Oord" = uiteinde, kant, rand, hoek (M.Top. Valk. -113) een koude hoek.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 15, 16, 19

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aan de Lege Heyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Leege hey [Hs- (1664)]

 

de leegh hey bestaet in 23 huyssen ende begint in den buender genaemt den junger aen muylengraeff is toegemeten yder 4 roeden [GVIIB28 (± 1700)]

 

van eenen acker aen de leeg heyde [HH163-4 (1714-1783)]

 

lege hei [Mh- (1954)]

 

de lage heide [kad. (1832)]; B 351-393; [N (1843)]; B 409-415 (hu: 09.10; mo: 03.42; w:

89.60; b: 1.64.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied onder Mariaheide aan de noordzijde van de weg naar Uden, ongeveer vanaf de kerk oostwaarts tot aan de Beekgraaf vlakbij het gedenkteken. Benoeming naar de ligging. Ten oosten van dit gebied begint het niveau van de bodem te stijgen. (Uden ligt aanmerkelijk hoger dan Veghel)

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 7-11, 16, 17, 19, 20

Opmerkingen:

 

Voor een bespreking van de ligging van de Hoge en Lage Heide, klik hier.

 

 

 

Naam:

 

Udense Pat

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Widerseyts den udense pad [GVE12-47 (1778)]

 

het udense voetpad in den bundersenhoek [N (1847)]’ B 1302-1304 (w: 1.02.10)

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging aan de noordzijde van de weg naar Uden; het begin ervan werd gevormd door de huidige Krayenhoffstraat. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Percelen nrs. 12 en 21 grensden aan de Udense Pat. Het pat liep door perceel nr. 16 heen.

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

aen de Vechelse Heij

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Wuytenvelt veghelse heide [RAV31-25v (1594)]

 

wuytenvelt veghelse heide [RAV159-45v (1741)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Waarschijnlijk identiek met het heidegebied het Wuiten, waarin ook het wuitenveld gelegen is. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nrs. 17, 19

Opmerkingen:

 

De naam “Vechelse Heij” is voor een groter gebied in gebruik geweest dan aleen het Wuitenveld.

 

 

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Grote Hintelt