Grootdonk - toponiemen

 

Naam:

 

Bruynen Acker, Breijnen Acker, Breijen Acker, Breeden Acker

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een stuck landts neffens den bruijnen acker (onder Eerde) [GSO-262 (1617)]

 

bruynen acker of streep aen de santsteegt [GVE12-231 (1777)]

 

bruinen akker [N (1836)]; F 839 (b: 41.50); de bruine akker [V.]; F 1039 (b: 48.00).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Percelen bouwland onder Eerde in het Heiligt en de Willebrordushoek. Benoeming naar

de grondkleur.

Ligging:

 

Perceel nrs. 8 heette Breijen of Breeden Acker, en nr. 13: Bruynen of Breijnen Acker

Opmerkingen:

 

Percelen nrs. 8 en 13 zijn twee naast elkaar gelegen smalle langgerekte percelen van dezelfde grootte. De oorspronkelijke voor deze percelen was Bruynen Acker, met als dialectische vorm Breijnen Acker. Dat werd verkort in het dialect tot Breijen Acker, wat weer begrepen werd als Breeden Acker.

 

 

 

 

Naam:

 

aen d’ Eerde, int Eerde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hulsberdonc nabij de Eirde [GZG-272 (1396)]

 

d'eerd [Hs- (1537)]

 

hopvelt aen d'eerde [GVEI5-231 (1624)]

 

hertgang Dorshout en Eert [GVEI2-181 (1778)]

 

in den hoek de eerde [N (1821)

 

kad. (1832)]; F 1-65 en D 152-303 (Sint-Oedenrode).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Kerkdorp van Veghel, zuidelijk in de richting van Schijndel.

 

Aard = gemeenteweide, bouwland, weiland langs een waterloop. Aard verschijnt ook in de vorm eerd. Vgl. Eerde bij Ommen in Overijsel. Afgezien van de etymologie betekent het woord in de Kempen meestal: onbewonnen heide- en bosland in gemeenschappelijk gebruik genomen tot het hoeden van het vee, tot het steken van schadden en tuif en tot het halen van heide als strooisel voor de dieren. Nagenoeg ieder dorp had destijds zijn eigen "aard".

 

Mansion maakt onderscheid tussen een stam "aard" en een stam "aarde". Hij meent dat "aard" een volksetymologische spelling is. het vereenzelvigt het element - aard met mnl. aert, dat gezegd wordt van bouwland, vaste grond, landstreek. Aarde staat voor

eerde en is verwant met ohgd. Era = aarde, land.

 

Aard daarentegen spruit uit germ. + arthu "landbouw" voort en is verwant met ags. eard = woning. Het is een afleiding uit de bekende wortel -ar- (ploegen) (lt. aratrum, gr. arotron ploeg). Aard is dus zonder twijfel oorspronkelijk een ploegland geweest, maar in het Nederlands heeft zijn betekenis zich ontwikkelt tot "veld, open plaats" en onder meer "land bij een rivier", "aanlegplaats".

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Mogelijk is de verklaring: beploegde grond of bouwland. Als er een relatie bestaat tussen Eerde en ‘eert’, een dialectische vorm voor ‘aarde’, dan kan gedacht worden aan zandleemgrond of zwarte teelaarde. Een derde mogelijkheid is een verband met ‘eerd’, ‘ert’ wat veelal vruchtbare grond langs een beek aanduidt. Of is Eerde een gebied wat eens behoorde tot de ‘aard’ van Sint-Oedenrode [redactie]?

 

Molemans 1976:304; Buiks 1983 dl.6:26; v.Berkel & Samplonius 1989:54.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-18, 20

Opmerkingen:

 

Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de gemeintes van Sint-Oedenrode en Veghel ooit “aard” genoemd werden, dus die verklaring ligt weinig voor de hand. Ik sluit me aan met de verklaring “bouwland”.

 

 

 

 

Naam:

 

bij, aen de Grootdonk

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hoeve de grootdonck [Mrv91-46 (1712)]

 

grootdonken [GO- (1754)]

 

de grodonk [kad. (1832)]; F 284-366

 

de grootdonk [N. (1835, 1877)]; F 178-185 (w: 92.70; b: 1.57.90; he: 21.10; hu: 13.90; tu: 17.20), 458, 459 (he: 26.08.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend onder Eerde. Vanaf de rivier de Aa en de Zuid- Willemsvaart komende begint het landschap ter hoogte van de Grootdonk in de hoogte toe te nemen, wat zich voortzet in de richting van de Eerdse bergen. Men kan hier dus wel spreken van een "grote donk".

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 3-6, 10-16, 20

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Grootdonkse Hoeve

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hoeve gen't de grootdoncxse hoeff [RAV97-166 (1721)]

 

in de grootdonksehoeven [GO (1754)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging in de Grootdonk onder Eerde. Benoeming naar de ligging.

Ligging:

 

Perceel nrs. 5, 7-18, 20

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Heystreep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Drije stueken de heystreep genaemt [GVE15-16 (1624)]

 

de hey streep [GO- (1754)]

 

de heistreep [N (1861)], F 289 (b: 40.80)]

 

de heistreek [V.], F 289 (b: 40.80).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in de Grootdonk onder Eerde. Benoeming naar ligging op of nabij, of ontginning

uit de heide en naar de vorm.

 

Ligging:

 

Deel van perceel nr. 14

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Hoek

Vermeldingen door Cornelissen:

 

de hoek, den hoek [N (1842, 1886), V.-]

 

F 295-297 (b en w: 1.09.30), 371-372 (w: 39.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Drie percelen in de Grootdonk onder Eerde. Benoeming naar de ligging aan een hoek in een zandweg. Een hoek duidt op 1) perceel dat een hoek vormt, te vergelijken met eegde, geer, tip e.a., 2) perceel met een winkel of haak, 3) kleine agglomoratie in hoekvorm, niet noodzakelijk aan de uithoek van de gemeente gelegen (M. Top. Overpelt, -154).

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 9, deel van nr. 18

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Hoogen Hof

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hoogenhoff (onder Eerde) [GSO-262 (1617)]; de hogenhof [V.-]; F 333 (b: 48.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Ligging in de Grootdonk onder Eerde.

 

Hof: tuin, omheinde ruimte bij de woning (moestuin, koolhof, bietenhof, 153 enz.) (M. Top. Valk. -147). Benoeming naar de hoge ligging.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 20

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Campke, Kempken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert de veldnaam Kamp op meerdere plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Kamp, lat. campus, is oorspronkelijk een synoniem van veld in de betekenis van "open, onbebouwd veld". Hier heeft kamp de secundaire betekenis van: een individueel uit het veld gewonnen en door een heg of een houtkant besloten perceel (M. Top. Valk., -160).

 

Als meervoud duidt het hoofdzakelijk een gebied aan onder Eerde, enige kilometers

ten zuiden van het viaduct, aan de oostelijke zijde van de weg naar St.Oedenrode.

Diminutief van kamp.

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Kampnamen komen veelvuldig voor in het oostelijk deel van Brabant en vormen de tegenhanger van de Westbrabantse ‘heiningen’. Het woord is afgeleid van het lat. * campus en lijkt oorspronkelijk dezelfde betekenis gehad te hebben als ‘veld’, nl. de open, woeste, soms hoger gelegen vlakte en in een latere fase als aanduiding voor omheinde of afgesloten ruimte of een door tuinen of hagen omgeven perceel. Het Brabantse cultuurlandschap wordt omschreven als een typisch landschap van kampontginningen.

 

Volgens Vervloet zouden individuele kampontginningen zich op deze zandgronden in optima forma ontwikkeld hebben, omdat het systeem van de ‘gemeynten’ bestond, die aanvankelijk door de bewoners gemeenschappelijk werden gebruikt, maar waaraan men op gezette tijden percelen kon onttrekken door verkoop aan individuele ontginners. Andere benamingen die hetzelfde begrip benaderen zijn look of gelookt, hof, goed en erf. Ze worden veelal vermeld in combinatie met een persoonsnaam of familienaam . Volgens Jansen gaat het vnl. om kleine akkertjes ontgonnen uit hei of bos, waaromheen een haag van de oorspronkelijke begroeiing is blijven staan. Dit type ontginning zou m.n. in West-Frankrijk op een uitgebreidere schaal voorkomen; daar spreekt men van ‘boccage’ en ook deze dankt die naam aan individuele ontginningen. Hendrikx spreekt over een ontwikkeling, die zich ongeveer vanaf de 10de eeuw inzette, van oorspronkelijke eenmansvestigingen of los gegroepeerde boerderijenzwermen, bestaande uit boerderijen met huiskampen en veebochten waaromheen zich langrepelakkers en aangelagen bevonden. Deze werden omringd door bos, dat voor beweiding werd gebruikt. Door afsplitsing groeiden hier bepaalde gehuchtkernen uit.

 

Vervloet 1984:54; Claes 1987:67; de Vries 1962:90; v.Berkel & Samplonius 1989:94; Jansen 1978:242; Hendrikx 1989:56.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1, 2

Opmerkingen:

 

Een kamp is over het algemeen een uitgifte van de gemeint uit de late middeleeuwen of recenter.

 

 

 

 

Naam:

 

Koeweyde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam alleen aan de Abenhoef.

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar het gebruik als veeweide.

Ligging:

 

Perceel nrs. 7, 11

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Cromstreep

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Een stuck landts genaamt de crom streep (onder Eerde) [GSO-262 (1617)]

 

de cromme streep de hoffstadt genoempt in den d’avell [GVEI5-134 (1624)]

 

landt de cromstreep [GVEI2-38 (1778)]

 

de kromme streep [N (1842, 1844, 1873, 1875)]; F 285, 286 (b: 1.10.20)

 

de kromstreep [N (1886), V.-]; F 286 (b: 1.09.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 16 en 17. Perceel nr. 16 heette de Voorste Cromstreep en nr. 17 de Agterste Cromstreep.

 

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Nieulandt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert deze veldnaam op meerdere plaatsen in Veghel.

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning / ingebruikname.

Ligging:

 

Deel van perceel nr. 14, perceel nrs. 15 en 19

Opmerkingen:

 

Nieulandt wijst op recente ontginning. Deze percelen waren lang in partivuliere handen, voordat ze ontgonnen werden. Hetzelfde geldt voor het aangelegen perceel “de Heystreep’ dat nog lang met heide begroeid was.

 

 

 

 

Naam:

 

Spitse Hoek

Vermeldingen door Cornelissen:

 

De spitse hoek, eerde [GVIIE13 (1792)]

 

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm; een spitstoelopend perceel.

Ligging:

 

Deel van perceel nr. 18

Opmerkingen:

 

Dit perceel liep inderdaad spits toe.

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Grootdonk