Baecxhoeve - toelichting op de uitgiften

1.
Cijnzen aan de Heer van Helmond werden betaald voor percelen uitgegeven in de periode 1190-1314. Uit perceel nr. 12 werd in de zeventiende eeuw zo’n cijns betaald van in totaal 6 nieuwe penningen en 8 oude penningen (Hm-63). Omgerekend volgens de norm was het oorspronkelijk uitgegeven perceel 12 lopens en 37 roeden groot.

Perceel nr. 12 was 3 lopens en 35 roeden groot. Het oorspronkelijk uitgegeven perceel was dus groter dan perceel nr. 12. In deze reconstructie gaan we er van uit dat het oorspronkelijk uitgegeven stuk grond perceel nrs. 12 en 14-17 betreft. Bij een deling of verkoop op een onbekend tijdstip werd de cijns aan alleen perceel nr. 12  verbonden.

De cijns aan Helmond werd omstreeks 1406 betaald door Godefridus, zoon van Gerardus Mostaert (Sinapius) van den Bosch. Dit verklaart dan de naam Mostert Acker die we aantroffen voor perceel 14-17. De veldnaam Mostertakker bevestigt dat het oorspronkelijk uitgegeven stuk grond perceel nrs. 12 en 14-17 was.

De conclusie is dat perceel nrs. 12 en 14-17 uitgegeven zijn in de periode 1190-1314.


2.
uit het huis op perceel nr. 14 werd een balkcijns betaald aan de geburen van Veghel.
Balkcijnzen kwamen voort uit de omslag van de cijns voor de gemeint in 1310 en een al eerder gekregen recht van weerschap. Na 1310 versteende deze omslag, er waren geen wijzingingen meer. Het huis stond er dus al in 1310.


3.
De Baecxhoeve was een leengoed van de Hertog, dat al in 1312 vermeld wordt. Omdat voor dit goed het 'Rooise recht' gebruikt werd, mogen we veronderstellen dat het leengoed in 1231 al bestaat. Dit goed zal leengoed zijn geweest van de heer van Rode die in de loop van de twaalfde eeuw opgevolgd werd door de graaf van Gelre. In 1231 verwierf de hertog van Brabant het graafschap Rode van de graaf van Gelre. Het feit dat voor het leengoed het Rooise recht gold, bevestigt de conclusie dat dit goed rond 1190 al bestond.
 

Kaart van Veghel     Baecxhoeve