Aan de Kapel - toponiemen

 

Naam:

 

Braek

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Deze veldnaam kwam in Veghel op meerdere plaatsen voor. Cornelissen geeft verschillende vermeldingen, onder andere op het Havelt en Ham, en ook: de agterste braak ter plaetse genaemt de setert [Mrv92-16 (1751)]

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging, waarschijnlijk onder Zijtaart.

 

Land dat braak ligt, of dat moet gebroken – dat is beploegd – worden, geschikt gemaakt om bewerkt te worden in tuimere zin. Ook (meestal) onbebouwd, weinig renderend bouwland (Molemans, 1979-94).

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

‘Braak’ wordt meestal omschreven als braak­liggend stuk grond. Mogelijk is ook de oorspronkelijke betekenis van het woord: ‘breken’ = ploegen. Over het braak liggen van grond zegt Draye: ‘Het drieslagstelsel waarbij 1 jaar wintergraan, 1 jaar zomergraan en het 3de jaar de grond braak lag, werd in Vlaanderen in de 14de eeuw al niet meer toegepast. Op de magere gronden van de Kem­pen zal het lange tijd in zwang zijn gebleven’.

 

Volgens Buiks is in de Baronie het braak liggen van grond al snel vervangen door teelt van gewassen als rapen, klaver e.d.. Een bijkomende factor was dat de boeren niet gehinderd werden door de ‘Flurzwang’, een verplichting om op delen van de dorpsakker hetzelfde gewas te verbouwen. Op de braak kon het vee geweid worden, tenminste zolang het braak liggende perceel niet ‘gebroken’ werd. De braak diende behalve voor het herwinnen van de vruchtbaarheid ook voor het verwijderen van onkruid. Om dit laatste te bereiken moest de braak veelvuldig geploegd worden en daarna geëgd. Braak liggende grond werd het eerst geploegd in juni (braakmaand). Tevoren kon het vee er ongestoord op weiden. Men vindt wel eens pachtkontrakten over het braak laten liggen van een deel van de landerijen in het laatste pachtjaar.

 

‘Brakelen’ en ‘brekelen’ zullen vermoedelijk zijn afgeleid van ‘braak’ + lo [elen-uitgang]. Tijdens de braak herstelde de natuurlijke rijkdom van de grond zich enigszins o.a. door de werking van bepaalde vrij levende stikstofbindingsbacterieën. Onvruchtbare gronden lagen het meest braak. Een ‘hoogbraak’ is een hoger gelegen ontginningscomplex. (Buiks 1990:53; Draye 1941; Buiks 1990:72; Buiks & Leenders 1993 dl.5:562.)

 

Ligging:

 

Perceel nr. 6

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

in d’ Eerde

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Hulsberdonc nabij de Eirde [GZG-272 (1396)]

 

d'eerd [Hs- (1537)]

 

hopvelt aen d'eerde [GVEI5-231 (1624)]

 

hertgang Dorshout en Eert [GVEI2-181 (1778)]

 

in den hoek de eerde [N (1821)

 

kad. (1832)]; F 1-65 en D 152-303 (Sint-Oedenrode).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Kerkdorp van Veghel, zuidelijk in de richting van Schijndel.

 

Aard = gemeenteweide, bouwland, weiland langs een waterloop. Aard verschijnt ook in de vorm eerd. Vgl. Eerde bij Ommen in Overijsel. Afgezien van de etymologie betekent het woord in de Kempen meestal: onbewonnen heide- en bosland in gemeenschappelijk gebruik genomen tot het hoeden van het vee, tot het steken van schadden en tuif en tot het halen van heide als strooisel voor de dieren. Nagenoeg ieder dorp had destijds zijn eigen "aard".

 

Mansion maakt onderscheid tussen een stam "aard" en een stam "aarde". Hij meent dat "aard" een volksetymologische spelling is. het vereenzelvigt het element - aard met mnl. aert, dat gezegd wordt van bouwland, vaste grond, landstreek. Aarde staat voor

eerde en is verwant met ohgd. Era = aarde, land.

 

Aard daarentegen spruit uit germ. + arthu "landbouw" voort en is verwant met ags. eard = woning. Het is een afleiding uit de bekende wortel -ar- (ploegen) (lt. aratrum, gr. arotron ploeg). Aard is dus zonder twijfel oorspronkelijk een ploegland geweest, maar in het Nederlands heeft zijn betekenis zich ontwikkelt tot "veld, open plaats" en onder meer "land bij een rivier", "aanlegplaats".

 

Verklaring door Beijers en Van Bussel:

Mogelijk is de verklaring: beploegde grond of bouwland. Als er een relatie bestaat tussen Eerde en ‘eert’, een dialectische vorm voor ‘aarde’, dan kan gedacht worden aan zandleemgrond of zwarte teelaarde. Een derde mogelijkheid is een verband met ‘eerd’, ‘ert’ wat veelal vruchtbare grond langs een beek aanduidt. Of is Eerde een gebied wat eens behoorde tot de ‘aard’ van Sint-Oedenrode [redactie]?

 

Molemans 1976:304; Buiks 1983 dl.6:26; v.Berkel & Samplonius 1989:54.

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 1-22

Opmerkingen:

 

Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat de gemeintes van Sint-Oedenrode en Veghel ooit “aard” genoemd werden, dus die verklaring ligt weinig voor de hand. Ik sluit me aan met de verklaring “bouwland”.

 

 

 

 

Naam:

 

Eerdse Stucken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 17

Opmerkingen:

 

Stucken is een synoniem voor percelen. Dit perceel heette ook de Corte Stucken

 

 

 

 

Naam:

 

Groesvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Het groesveldeken (crytenburg) [GVE2-283 (1702)]

 

een perceel beemd op haselbergh genaemd het groesveld [N. (1822)].

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Onbekende ligging op Hazelberg en op Krijtenburg onder Eerde.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 18

Opmerkingen:

 

Dit perceel was grasland.

 

 

 

 

Naam:

 

Groote Streepen, Lange Streepen

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Cornelissen signaleert de veldnaam Streep op verschillende plaatsen in Veghel.

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Benoeming naar de vorm. Langwerpige percelen.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 16 en waarschijnlijk ook nr. 15.

Opmerkingen:

 

-

 

 

 

 

Naam:

 

Corte Stucken

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 17

Opmerkingen:

 

Korte percelen. Dit perceel heette ook de Eerdse Stucken

 

 

 

Naam:

 

Neyvelt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

-

 

Verklaring door Cornelissen:

 

-

 

Ligging:

 

Perceel nr. 19

Opmerkingen:

 

Nieuw veld, in 1668 van de gemeint verkocht.

 

 

 

 

Naam:

 

Nieuwen Camp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Te betalen uten enen buenre bempts geheyten den nuwen camp in die proche van vechel [GVIE2 (1415)]; ex nove campo [HH133-33 (1507)]

 

vuyt eenen buender drye loopensaets twee royen ackerlants genoempt den nieuwencamp gelegen tot Vechel aen de hoogeheyde [RG169-11 (1646)]

 

de nieuwe camp (den heuvelt) [GVE2-131 (1702)]

 

lant op rijkevoort genaemt de nieuwencamp op Creytenborg [GVE12-164v (1778)]

 

nieuwenkamp [N (1841)]; E 742 (w: 43.70)

 

de nieuwe kampen, Eerde [N (1851)]; F 163-165 (b: 46.90; w: 20.20)

 

den nieuwe kamp [N (1880)]; E 57,58 (b en w: 63.10).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning of ingebruikname.

 

 

Ligging:

 

Perceel nrs. 16-18 en waarschijnlijk ook nr. 15

 

Opmerkingen:

 

Percelen nr. 15 en 16 werden in 1543 van de gemeint verkocht en percelen nrs. 17 en 18 in 1668.

 

 

 

 

Naam:

 

Nieuwlandt

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Land dat nuweland op sontvelt [Hs- (1519-1538)]

 

d'nieuwt lant int eussel [GVEI5-6 (1624)]

 

't nieu lant in de haag (havelt) [GVE2-149 (1702)]

 

landt op middegael 't nieuwlandt [GVEI2-21 (1778)]; het nieuwland [N (1837, 1847, 1848, 1861, 1862, 1874)]; A 354 (b: 69.90), 939 (b en w: 78.30), D 836 (b: 44.00), E 1375 (b: 48.00), 1376, 1377 (b en w: 1.10 .40), F 288 (b: 67.60)

 

het neiland in de Grootdonk [N (1886)]; F 287 (b: 43.20); 't nieuw land [V.-]; E 1283 (w: 21.60).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Benoeming naar het (recente) tijdstip van ontginning / ingebruikname.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 1

Opmerkingen:

 

Dit perceel werd in de achttiende eeuw van de gemeint verkocht.

 

 

 

 

Naam:

 

Vonniscamp

Vermeldingen door Cornelissen:

 

Binnen den paaIen van vechel neffens den vonniscamp [G0126-14 (1559)]

 

alsulcken platxken lants geleegen onder vechel in den vonnis camp [G0126-44 (1647)]

 

land in vonnis camp [GO- (1754)]

 

de vonniskamp [kad. (1832)]; F 66-111

 

de vonniskamp [N (1851, 1856, 1868, 1869)]; D 280 (b en w: 28.10), 281 (b: 20.60), 282 (w: 20.80),283 (b: 22.00), (St.Oedenrode)

 

't vonniskamp [V.-]; F 75, 76 en 77 ged. (b: 49.20; tu: 5.70; w: 4.24).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Gebied liggend nabij de kom van Eerde. Werden hier in het verleden vonnissen voltrokken?

 

Ligging:

 

Perceel nr. 14

Opmerkingen:

 

In 1504 kocht Philippus Hynckart 3 bunder van de Veghelse gemeint. Het betrof (volgens deze reconstructie) Vonniscamp nrs. 1-9 en een deel van Bus nr. 27. In 1540 vonniste de Raad van Brabant in een geschil tussen de toenmalige eigenaar van deze percelen, de Bossche poorter Hendrick Beyens, en de inwoners van Veghel. Hierna werden deze percelen de Vonniscamp, of de Vonniscampen genoemd.

 

 

 

 

Naam:

 

Weyke

Vermeldingen door Cornelissen:

 

't Weyke (agter) dorshout en houtstaartse beemden [GVIIE13 (1792)]

 

de weikes [N (1920), V.-]; A 866, 867 (w: 45.73.30), 921, 922 (og: 20.90; he: 37.00), 1317 (og: 15.30), F 902-905 (w: 96.30).

 

Verklaring door Cornelissen:

 

Verspreide ligging. Diminutief van wei.

 

Ligging:

 

Perceel nr. 1

Opmerkingen:

 

-

 

Afkortingen Cornelissen     Afkortingen Beijers-Van Bussel     Kaart van Veghel     Aan de Kapel