Foto's Huizen Kroniek

Kroniek van het jaar 1945


Interview met Johan van Sleeuwen op 1 maart 2007, aanvullende gegevens werden gevonden door Marc van den Berkmortel.   Op nieuwjaarsdag 1945 stortte er een vliegtuig neer op 'het Lijnt'.

Datum 1 januari 1945
Tijd 9.45 uur
Plaats van crash Gemeente Erp, Keldonk (Lijnt)
Vliegtuigtype Fw 190A-8
Vliegtuig nummer 175049*
Eenheid 5./JG6
Eerste vlieger Lt. Karl Grabmair

 

Karl Grabmair was op 26 december 1923 in Scheuerhof (Duitsland) geboren. Hij kwam om bij de 'crash'. In de collectie van de heemkundekring van Erp “Erthepe” brvindt zich het polshorloge van Karl Grabmair. Er is de volgende beschrijving van gemaakt: horloge van Karl Grabmair, luitenant bij de Luftwaffe (geboren 26-12-1923 te Scheuerhof). Zijn vliegtuig, een Focke Wulf 190 A8, steeg in het kader van de operatie Bodenplatte op van het vliegveld Quaken-brück /Vechta.Grabmair werd tijdelijk in Keldonk begraven en zijn stoffelijke resten werden op 21-7-1948 overgebracht naar het Duitse oorlogskerkhof te IJsselstein (bij Venray).

Karl Grabmair bij zijn toestel in 1944



De vliegroute van de laatste vlucht van Karl Grabmair op 1 januari 1945


Gordon, de Canadese piloot van vliegbasis Volkel die Karl Gramair neerhaalde.



 

Gesprek van Marc van den Berkmortel met Tijn en Mien van den Tillaart op 13-2-2011     De Vlagheide was toen nog een prachtig natuurgebied, hoge bergen met prachtige dikke eiken erop. Vanaf december 1944 zijn de Engelsen begonnen om dit gebied te egaliseren (kolossale bulldozers reden dag in dag uit rondjes). Dit werd gedaan om er een vliegveld te bouwen (het latere vliegveld B.85 Schijndel, MB). Ook Mien herinnert zich dat ze later (1945), als dit vliegveld klaar is, met haar zus Anneke samen op de fiets met vader naar het vliegveld gingen kijken. Dit was erg indrukwekkend met de vele vliegtuigen die er stonden en bommen die er lagen opgestapeld. Het personeel sliep in nishutten.

 
Doc. GAvB; herinnering van Graard van Eert verteld op 23 februari 2007; Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), verliesregister 1939-1945.   1 januari 1945: 'Een aantal vliegtuigen boven Brabant, waardoor weer hevig gebulder van kanonnen en afweergeschut.'

In 1944 na de bevrijding was er een hoge brug over de Zuid-Willemsvaart gebouwd. Graard van Eert reed de romkaar. Op de kanaaldijk wachtte Bertje van Sleeuwen en Graard van Eert op elkaar. De paarden hadden het zwaar om de geladen melkkar over de brug te trekken. Graard en Bertje hielpen elkaar bij het oversteken van de brug door een blok achter het karrewiel te leggen, zodat de kar niet terug kon lopen. Op nieuwjaardag 1945 waren er aanvallen en Graard van Eert en Bertje van Sleeuwen kropen toen onder de brug om er te schuilen. De paarden bleven netjes staan.

Datum

1 januari 1945

Tijd

09.30 voormiddag

Plaats van crash

Veghel (op Dorshout)

Vliegtuigtype

Bf 109G-10

Vliegtuig nummer

490719

Eenheid

10./JG 6

Eerste vlieger

Uffz. K. Betz


Karl Betz, geboren 29 mei 1920, werd tijdens Operation Bodenplatte door een Hawker Tempest neergehaald. Karl Betz is daarbij gesneuveld en ligt begraven in Ysselstein (L.) blok AV rij 2 graf 30.

 
Gesprek van Marc van den Berkmortel met Tijn en Mien van den Tillaart op 13-2-2011   Tijn zal zich 3 januari 1945 altijd blijven herinneren. Hij was al 2 keer met paard en wagen op en neer gereden naar het Wijbosch Broek om mast te halen. De derde keer reed hij met het achterste wiel van de kar op een anti-tankmijn. Dit was zijn redding, want nu viel de kar juist de andere kant op en kwam Tijn ‘er van af’ met verwondingen aan zijn rug en hoofd. De kar was niet meer bruikbaar; Tijn leende een fiets van een oom, die toevallig in de buurt was, en fietste naar huis.

Al snel ging in Eerde de praat dat Tijn van den Tillaart met een fiets op een mijn was gereden en hij gewoon door fietste. Deze weg naar het Wijbosch Broek lag bezaaid met mijnen en munitie; de Duitsers hadden ook struikeldraden geplaatst om handgranaten te laten ontploffen. Dit alles om de geallieerde opmars te vertragen. Op deze weg zijn nadien nog 3 mensen op mijnen gereden, waarvan één met dodelijke afloop. Later moesten gevangen genomen NSB-ers deze weg ‘afpikken’. Met ijzeren pinnen moesten ze de mijnen localiseren.

 
Herinneringen van de kinderen van Bakel in de jaren tachting door Jan van Bakel in Canada op schrift gesteld.   Toen Rieky van Bakel geboren was, werd het bed van moeder in de huiskamer dicht bij de kachel gezet, om haar redeljk warm te houden. Er waren geen kolen of hout meer, en we zaten helemaal zonder geld. Vader en wij, alle kinderen, gingen op zoek naar aanmaakhout, terwijl Frieda bij de kachel stond te huilen, omdat ze die niet aan kon houden.

Herinneringen van de kinderen van Bakel in de jaren tachting door Jan van Bakel in Canada op schrift gesteld.   In de oorlogsjaren landden veel parachutisten dicht bij het huis van Frans van Bakel en om geheim te houden waar deze springers ongeveer terecht gekomen waren, verstopte Frans de parachuten. Zijn kinderen gingen parachutes zoeken. Als ze er een vonden brachten ze die mee naar huis. Het lastige rode nylon materiaal werd door moeder gebruikt om er korte broeken voor de kinderen van te maken. Die waren allemaal trots op hun nieuwe broeken, totdat ze ontdekten dat het stof onverwoestbaar was en ze het nooit zouden verslijten. Ook Theo, geboren op 1 september 1941, kreeg een rode broek van parachutestof. Het was algemeen bekend dat een rood kledingstuk dat voor een stier heen en weer bewoog hem razend maakte. Theo kwam op stal en vroeg aan vader: “Is dat een stier die je aan het melken bent?” Vader zei dat het een stier was en vroeg hem: “Waarom?” “Omdat ik een broek draag die een stier kwaad maakt,” legde hij uit.

Verteld door Marietje van de Wijgert - Kanters op 21 februari 2007.    Tonia ('Toi') de Koning had van een witte parachute bruidjeskleren gemaakt voor haar nichtje Marietje, dochter van Toon Kanters. Dat zag er prachtig uit en Drika Delissen heeft er twee nagemaakt voor de oudste dochters van Willem Timmers.

Herinneringen van de kinderen van Bakel in de jaren tachting door Jan van Bakel in Canada op schrift gesteld.   Voor de kinderen van Frans van Bakel op Jekschot was het was een geliefde bezigheid om minutie te verzamelen die nog niet gebruikt was, zoals kogels en die tegen een stenen muur gooien, tot het dopje eraf ging en het poeder eruit gehaald kon worden. De dopjes waren in de ogen van de jongens van grote waarde om tegen andere kostbare dingen te ruilen. Volwassenen gebruikten ze om er iets van te maken. Grote lege hulzen werden gebruikt om er asbakken en sieraden van te maken.

Gesprek met Jaantje Schepers - van Nunen op 9 juni 2008.   Bij ons thuis waren ze blij als het Sint-Mathijs was, want dan brachten we ons jaarloon naar huis, dat was 250 gulden. Er dienden er vier bij ons, dus dat telde goed aan. En we waren uit de kost, daar ging het vooral om. Als we gingen dienen dan kregen we 2 nieuwe sschorten en 2 paar nieuwe klompen van de boer. We kregen ook een rijksdaalder als huurpenning en een rijksdaalder bij de oogst en een bij Allerheiligen. Bij Allerheiligen was het in Veghel ‘meidenmert’, dan mochten de dienstmeiden en knechten daar naar toe. Dan hadde kans dat je een jongen tegenkwam. In een café kwaamde niet in. Ik mocht wel naar Soffelt kermis. Daar vroeg Johan Schepers of ik mee deed schommelen. Toen ging het aan.

Johan Schepers kwam naderhand zondags buurten. Efkes bij de kop vatten, dan hadde gevreeën. Als de missiepaters kwamen preken, dan was alles doodzonde. Met de tong vrijen dat was ook doodzonde. Ons moeder zei dikwijls: “Ga maar weer eens een keer biechten, dat is al weer veertien dagen geleden.”

Gesprek met Jaantje Schepers - van Nunen op 9 juni 2008.   Begin 1945 kwamen Gerit Ooms uit Rotterdam en Fokke de vries uit Amsterdam een week of zes bij ons wonen. Die kwamen van Duitsland af, waar ze gewerkt hadden. Ze konden nog niet naar huis omdat het noorden nog niet bevrijd was. Ze sliepen op stal in het stro. Ze hadden wel dekens en zo. ’s Anderdaags gingen ze te voet naar Veghel om zich bij de gmeente op te gaan geven.

Gesprek van Marc van den Berkmortel met Tijn en Mien van den Tillaart op 13-2-2011   Vooral ná 1944, toen het Zuiden al bevrijd was, kreeg dit bevrijde deel van Nederland te maken met repatrianten. Niet te verwarren met gijzelaars of onderduikers. Deze repatrianten waren vaak mensen die terug kwamen van het front of uit gevangenschap, maar die niet terug konden naar huis. Vaak kwamen zij uit het nog bezette deel van Nederland. Bij Driek van de Ven zat een repatriant uit Utrecht. Deze heeft tijdens zijn verblijf bij de familie van de Ven een boek geschreven. Dit was een behulpzame man, die nog lang contact heeft gehouden vanuit Canada. Een andere repatriant uit Gelderland (van Rooij) heeft een keer alle bonkaarten van de familie Van de Ven gestolen en verkocht deze bonnen later bij ‘Skup en Riek’. Via contacten in Veghel heeft moeder Van de Ven tóch nog nieuwe bonkaarten kunnen bemachtigen.

 
Doc. GAvB, informatie van Marc van de Berkmortel d.d. 1-11-2010.   Op 11 maart 1945 'viel op Keldonk 's avonds om 8 uur een V2, 4 doden.'

30 maart 1945: 'De laatste vliegende bommen overgekomen.'

In oost-Nederland werkten de Duitsers met vier zogenaamde startbaangebieden. Zo’n gebied bestond uit een commandopost met in de directe omgeving vier startbanen. Die oostelijke commandocentra bevonden zich in Hertme/Borne, Wierden/Rijssen, Laren (met banen in Oolde, ‘t Joppe, Harfsen en Zessprong) en Nieuw Heeten.

Tussen 13 juni 1944 en 29 maart 1945 werden zo’n 10.500 V1’s afgevuurd op Londen en Antwerpen. Dat gebeurde aanvankelijk vanaf de Frankse westkust, enkele maanden na de succesvolle geallieerde invasie in Normandië bouwden de Duitsers lanceerbases dichter bij huis, in Den Haag en Overijssel/Gelderland.

Vooral de V1's, die vanaf Overijssel/Gelderland richting Antwerpen zijn afgeschoten, zijn over Zijtaart gekomen. Vanaf Hertme/Borne (bij Hengelo) richting Antwerpen ligt Zijtaart precies in de vuurlinie. In de tweede helft van maart 1945, toen de Duitsers zich terugtrokken voor de oprukkende Canadezen, bliezen ze de lanceerbases op.

 
Doc. GAvB.   1 april 1945: 'De eerste schepen weer door de Zuid-Willemsvaart sedert augustus 1944.'

 
Mva; Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), verliesregister 1939-1945; foto: Marc van den Berkmortel  

Datum

6 april 1945

Tijd

14.15 uur namiddag

Plaats van crash

Veghel (op Doornhoek)

Vliegtuigtype

Spitfire XVI

Vliegtuig nummer

RR212

Eenheid

Squadron 127

Eerste vlieger

Sgt. Ronald Palmer

Een foto van de omgekomen piloot Ronald Palmer.

 

BHIC, toegang 7699, inv. nr. 305  

Luchtbeschermingsrapport. Rapport van neerstortend vliegtuig.

Te Veghel, ter plaatse genaamd Doornhoek, stortte op Vrijdag den 6den April 1945 14.15 uur een Engelsche “Spitfire” jager neer, waarbij zich geen bomontploffingen voordeden. Alarm werd niet gegeven. Politie was te 14.35 uur ter plaatse van het ongeval aanwezig. De piloot is gedood; overigens geen slachtoffers. Het lijk is door Royal Air Force Red Cross meegenomen.

Het vernielde vliegtuig ligt voor een gedeelte op perceel van Wed. M. Steenbakkers, verder een gedeelte op een weiland van M. Verkuylen te Eerde en een gedeelte op (bezaaid) bouwland van M. van der Linden, Boterpad. Van de Dames Smits-Coovels te Helmond zijn 2 boomen vernield.

Een politiepatrouille ter plaatse aanwezig geweest tot ca. 21 uur. Daarna is het toezicht overgenomen door de Militaire Politie van de R.A.F. Het benzineverbruik bedraagt 2 liter. Bijzonderheden: Het verongelukte vliegtuig was vlak voor het ongeval opgestegen van het Vliegveld te De Eerde,

Gemeente Veghel.

G.H.L. van Hout, hoofd van den Luchtbeschermingsdienst

 

Doc. GAvB.   4 mei 1945: 'Duitse troepen kapituleren in Nederland. Hier de oorlog afgelopen.

 
Oost-Brabant, 11 oktober 1957; Veghelse Courant, 12 oktober 1957; 24 april 1970; feestgids 25-jarig bestaan Jong Nederland 1970; idem 50-jarig bestaan 1995; interview met Jan van de Ven op 24 oktober 2006.   Cor de Visser was in 1943 al begonnen was met wekelijkse bijeenkomsten voor jongens in clubverband. In april 1945, na de oorlog, was het verenigingsleven niet langer verboden en werden de diverse verenigingen weer aktief of heropgericht. In april 1945 vroegen vier misdienaars bij de zusters, Harry van Boxmeer, Theo van Boxmeer, Piet Bosch en Frans van de Biggelaar, rector Boelaars bij het zondagmiddag lof van half 3 om een jeugdbeweging op te richten, de Jonge Wacht, of zoiets. Boelaars adviseerde hem: "Jullie moeten Jan van de Ven maar eens vragen. Die zal om 3 uur wel in de kerk naar het lof gaan." Jan woonde toen op Zondveld. De misdienaars klampten Jan aan en tegenover het klooster in de slootkant gezeten bespraken ze de plannen. Cor de Visser, die vanaf 1943 op een informele manier met de jongens clubbijeenkomsten hield, was ook op weg naar het lof (hij was dirigent van het koor) en kwam er bij zitten. Jan wilde er wel aan beginnen, "als Cor ook mee helpt." Cor was accoord. Zo ontstond de jeugdvereniging in Zijtaart. Het gezang was al afgelopen en het rozenhoedje al grotendeels voorbij toen Jan en Cor de kerk binnenkwamen.

Cor de Visser: 'We volgden de grote lijnen de regels en voorschriften van de verkenners. Op woensdag- en zaterdagmiddagen werden er in De Bulten of elders spelen gehouden en zondags kregen de 'Jonge Wachters' theorie en scholing op allerlei gebied. (..) Het werd werkelijk een bloeiend en fris clubje van dikke vrienden onder elkaar. Met trots bewaar ik nog steeds mijn bewijs van hopman uit deze tijd. Spoedig kreeg ik hulp van Jan van de Ven, een man met een enorme werkkracht, doorzettingsvermogen en inzicht, die later het rijk bloeiend Jong Nederland oprichtte, geboren uit de bestaande Jonge Wacht.'

Op 12 april 1945 ging de groep officieel van start. De eerste bijeenkomst was in de jongensschool. Jan van de Ven: 'De vraag kwam al spoedig op welke richting wij in het jeugdwerk zouden kiesen. Zouden wij verkenners worden of doorgaan met het vrije jeugdwerk?' Besloten werd om het vrije jeugdwerk te blijven volgen en 'Pioniers' te worden. Na het volgen van een cursus voor hopman bij de verkenners, werd de keus gemaakt voor aansluiting bij het Jongensgilde van de Katholieke Jeugdbeweging dat toen werd opgericht. Na het volgen van een gildeleiders cursus in Tilburg werd het jongensgilde van Zijtaart het Gilde van Sint-Lambertus. De afdeling Zijtaart was de eerste en enige afdeling in het district Veghel. Vele andere afdelingen in de districten Veghel en Land van Cuyk kwamen in Zijtaart les halen om ook met het Gilde te beginnen.'

Veel moeilijkheden moesten worden overwonnen, er was geen lokaal, geen spelgelegenheid, geen ervaring, niets, totaal niets. De eerste bijeenkomsten waren in de vroegere jongensschool. Daarna gebruikte men een voormalige berging van de pastorie. Op de houten zolderbalken had men de volgende tekst geschilderd:

HET GILDE WIL
CHRISTUS VOLGEN, MARIA EREN, DE KERK DIENEN,
RIDDERLIJK ZIJN EN IEDEREEN HELPEN DIE HULP BEHOEFT
STREVEN NAAR ALLES WAT REIN, MOOI EN EDEL IS,
KLAAR STAAN VOOR THUIS, KERK EN LAND
STOER EN STERK NAAR LICHAAM EN GEEST
ZIJN EIGEN LEVENSPAD BANEN.

Brabants Dagblad, 7 maart 1968.   Bij de na-oorloge heroprichting in 1945 werd de naam van de Zijtaartse rijvereniging veranderd van St. Joris in St. Georgius.

Jubileumboek 90 jaar fanfare, 12.   De fanfare hield weer jaarvergaderingen, de eerste notulen daarvan dateren van 11 april 1945. Arnold van Sleeuwen was tot Directeur van de fanfare benoemd en in zijn plaats werd Antoon van de Sanden tot voorzitter gekozen (hij bleef dit tot 1957). Toon van Zutven gaf het secretariaat over aan Graard van de Ven (die dit tot 1967 bleef voeren). Men besloot een bedevaart naar Handel te houden op de eerste zondag van mei voor de spoedige terugkeer van Gerard van Boxmeer uit Duitsland. Er was veel animo voor de volgende toneeluitvoering, want veel leden gaven zich op om mee te spelen.

De instrumenten die in 1942 verborgen waren, werden weer tevoorschijn gehaald en onder de tijdelijke leiding van meester Rooijakkers werden de eerste repetities gehouden in café Piet van den Hurk, want het verenigingsgebouw was in gebruik door de paters Damianen uit Sint-Oedenrode die door de bezetters uit hun eigen pand verjaagd waren. Jan Heesakkers werd als dirigent in 1945 een half jaar vervangen door het eigen lid Arnold van Sleeuwen.

BHIC, toegang 7699, inv. nr. 305    In den namiddag van Zaterdag 21 april 1945, omstreeks 12.45 uur, werd in een klein schuurtje op den Heuvel, door Johannes Hendricus Raaijmakers, geboren te Erp op 4 juli 1931, zoon van Johannes Raaijmakers en Mechelina van der Wijst, met een hamer op een granaat, waarschijnlijk een anti-tank projectiel, geslagen, waardoor de granaat explodeerde. In genoemd schuurtje was ook aanwezig zoon broertje Arie Raaijmakers, oud 11 jaren. 

De linkerhand van Johannes Raaijmakers was door de explosie gedeeltelijk verminkt, terwijl zijn lichaam aan de onderzijde bloedend was verwond. Hij was echter nog goed bij kennis. Op last van Dr. Duterloo uit Veghel is genoemde Johannes Hednrikus Raaijmakers te omstreeks 13.00 uur naar het ziekenhuis te Veghel overgebracht, alwaar hij te omstreeks 14.30 ten gevolge van zijn verwondingen is overleden.

Doc. GAvB.   29 april 1945: Ruiterfeest in Zijtaart.

Doc. GAvB.   Op 29 april 1945 werd de Boerinnenbond in Zijtaart opnieuw opgericht. Catharina (Trien) van de Ven werd opnieuw voorzitster.

Mededeling van jan van Zutphen d.d. 27 februari 2007.   Piet van Asseldonk trouwde op 1 mei 1945 met Gerarda van Erp. De koeien waren al buiten, die liepen in de Hei, maar het vroor die dag, zodat Piet, geholpen door zijn neef en knecht Jan van Zutphen, ´s morgens eerst het vee nog binnen moest gaan halen.

Het prentje komt uit de collectie van Erna van den Elsen, Boxtel.   Op 5 mei 1945 tekenden de Duitsers in Nederland de capitulatie. Hierna was ook in Zijtaart en omgeving nevenstaande spotprent van het overlijden van Hitler in omloop.

Het programme werd gevonden in BHIC, Collectie Veghel.  







Het is een van de vroegste herinneringen van Antoon Vissers. Hij was een peuter van op een paar maanden na 4 jaar jong. Hij zat op de schouders van zijn vader, Has Vissers, in Veghel bij het H. Hartplein bij de haven. Ze stonden vlak bij een ijzeren hek. Hij keek over een grijze zee van mensen voor hem heen. In de verte werd in een kiosk of op een podium een kort toneelstuk opgevoerd. Op een gegeven moment werden de spelers snel gewisseld met strooien poppen. Die werden in band gestoken. Het stelde executie van Hitler voor als afsluiting van de Victoriefeesten op 4 juni 1945.

Interview met Jan van de Ven op 24 oktober 2006.   In 1945 werd het Oranje-comité opgricht door (onder andere) Janus van de Ven en Jan van de Ven.

Kasboekjes van de rijvereniging in bezit van Cor Coppens.   Na de oorlog wordt de rijvereniging weer actief. Men huurde een oefenterrein van Adrianus Oppers. Het kasboekje begint op 11 juni 1945. Op 21 juni 1945 werd f 20,-- ontvangen van het Oranje-Comité. In dat jaar werden er weer concoursen gehouden. De Zijtaartse ruiters gingen naar (o.a.): Boekel, Sint-Oedenrode, Heeswijk, Geldrop, Gemonde, Berlicum en Zeeland. De trompetten werden in 1945 opnieuw vernikkeld.

Verteld door Harry van Boxmeer op 15 april 2007.  

In 1945 ging de rijvereniging in dienst van iemand een stoet van zo’n 40 tot 50 paarden ophalen in Duitsland. Die waren bij de Duitsers gevorderd en werden naar Nederland gebracht om te verkopen. De Zijtaartse mannen zijn een paar dagen te voet onderweg geweest. Ze sliepen op de karren. In Berg en Dal is het heuvelachtig. Harry van Boxmeer: “Er zat geen rem op de wagen. Ik duwde mijn voeten tegen de kont van het paard om de wagen tegen te houden.”

Verteld door Piet van de Tillaart (Hoeve Corsica) op 28 juni 2007.   Piet: “Toen de oorlog voorbij was, konden de boeren die een paard kwijt waren een nieuw paard gaan halen, daar in die plaats achter Den Bosch. Hoe heet dat ook al weer, daar is later nog een windhoos geweest… Wij gingen er op de fiets heen. De meeste goede paarden waren al weg, maar we hebben er toen toch maar eentje uitgezocht. Daar ben ik toen te voet mee naar huis gelopen.”

Heemkundige kring De Oude Vrijheid, Staffanfare van de NCB 1938-1966 Sint Oedenrode. Uniek muziekkorps te paard (Sint-Oedenrode 2009) 22-25, 47-48, 54-55 en 93-95.  

Al in 1938 waren Sjang Sijbers uit Nijnsel, en zijn Rooise maat in de paardensport, Sjef de Leijer, op het idee gekomen om een muziekkorps te paard op te richten. In de winter van 1938 begonnen de repetities in Nijnsel. Het paardrijden werd nagebootst op stoelen. Maar toen de tijd aanbrak om te paard te gaan oefenen, brak de oorlog uit.

Na de oorlog konden de eigenaren uit Rooi hun paarden in Groningen terughalen. Met veewagens ging men naar Groningen. ’s Nachts sliepen de mannen her en der bij boeren. Natuurlijk was de vaste hulp, Driek Opheij uit Zijtaart, van de partij. Blijkbaar had hij in de oorlog een aardig mondje Engels geleerd. Vervoersproblemen kenden de Rooienaren niet, want ze hadden volgens Driek “plenty wagens”.

In 1945 werd er opnieuw begonnen met het muziekkorps te paard. Via mondelinge werving kwamen er muziekanten uit Zeelst, Zijtaart, Sint-Oedenrode, Eerde, Mariahout, Lieshout en Beek en Donk. De vereniging werd de Staffanfare van de NCB genoemd. Een ruiter kan geen twee dingen tegelijk doen met zijn handen: sturen en muziek maken. Hier kwamen de kennis en ervaring van Sjang Sijbers van pas. Voor het sturen van de paarden werden de teugels verbonden met de stijgbeugels. De ruiters stuurden dus met hun voeten. Het eerste optreden vond in juni 1946 in Eerde plaats.

De optredens in de periode 1946-1961 zouden bijna allemaal een groot succes worden. Veertien mannen uit Zijtaart zijn bij deze Staffanfare geweest: Harrie Bolk, Ties Habraken, Cor Habraken, Mari van den Hurk, Johan van der Linden, Harrie van der Linden, Bert van der Linden, Driek Opheij, Johan Schepers, Johan van Sleuwen, Bert van Sleuwen, Johan van de Ven, Ties van Zutphen en Wim van Zutphen.

 

Brabants Dagblad, 8 februari 1986; idem, 1988; gesprek met Johan van Sleeuwen op 13 april 2007.   Eind jaren 40 a.jpg (291853 bytes)Eind jaren 40 b.jpg (337826 bytes)Cor Habraken met Bert van Sleeuwen, Jan van de Ven en de gebroeders Opheij, waren mensen die aan de wieg stonden van de later bekende Staffanfare van de NCB. Driek Opheij vond de tijd van de staffanfare van de NCB in Nijnsel een plezierige tijd. "Veel van onze leden waren daarin actief. Ikzelf kende geen noot muziek, maar ik zorgde er steeds voor dat de paarden er goed verzorgd uitzagen en er orde was in de groepen."

Inv. nr. 1104, notulen van de gemeenteraad, d.d. 17 augustus 1945.   Op 17 augustus 1945 werd voor het eerst sinds 1941 weer een vergadering van de gemeenteraad gehouden. De raad werd op die dag geďnstalleerd. Voor Zijtaart zat Adrianus van de Ven (uit de Doornhoek) toen in de raad. De burgemeester zei: “Ik moge daarbij in herinnering brengen, dat ruim vier jaar geleden de laatste raadsvergadering werd gehouden, als gevolg van de door den bezetter in het leven geroepen verordering waarbij aan den raad en aan het college van burgemeester en wethouders staking van werkzaamheden werd opgelegd.” De gemeente werd in de tussenliggende periode geleid door de burgemeester alleen.

Verteld door Harrie van Asseldonk op 25 september 2007.   In 1945 vertrok onderwijzer Groot-Bruijnderink uit Zijtaart. Hij werd hoofd van de MULO in Sint-Oedenrode. Harrie van Aard van Asseldonk (8ste klas), zijn broer Jan (7de klas) en Gerard Scheffers volgden hun onderwijzer naar Sint-Oedenrode.

Doc. GAvB.   Gerard van Boxmeer beschrijft het boerenbestaan rond 1945: 'Wij hadden in deze jaren: (een) paard, +/- 6 koeien, 2 hokkelingen, 2 kalveren, een 50-tal kippen en gemiddeld 8 tot 12 varkens. Hoofdgewas was rogge en haver, ook wat tarwe, mangels en aardappelen. In de herfst zaaide men groen en plantte (men) mergkool. Het veevoeder bestond in hoofdzaak uit hooi, stro, mangels met rogge en havermeel + wat koek. Voor de varkens werd regelmatig gekookt, mangels en aardappelen onder elkaar. Ook wel eens wat groen er op. Dit werd door de varkensmolen gedraaid en daar kwam dan wat rogge- en havermeel bij. De koeien goven zo van de 2.500 tot 3.000 liter per koe per jaar. Ook had men in de herfst wel eens wat spurrie.'

Brabants Dagblad, 29 juli 1981.   Pater de Koning was in 1941 priester gewijd. vanwege de oorlog was zijn vertrek naar Nederlands Indië uitgesteld. In 1945 vertrok hij eindelijk. Hij werkte daar op het eiland Banka in het dorpje Belinju, waar hij pastoor werd bij een katholieke scholengemeenschap. Na de machtsovername in Indonesië nam hij de Indonesische nationaliteit aan.

Verteld door Annie Berkmortel - Timmers op 21 februari 2007.   De eerste kermis in Zijtaart werd in september 1945 gehouden ter ere van de herdenking van de bevrijding. Later is Veghel met die eer aan de haal gegaan en werden wij gedwongen onze kermis te verhuizen. Op de plaats waar nu Autobedrijf Van de Heijden staat, tegenover café Van de Biggelaar, stond een mallemolen. “Die mallemolen werd met de hand aangezwaaid door Janus Rovers en Willem Kremers.”

http:// geschiedenis. vpro.nl/ programmas/ 2899536/ afleveringen/ 3473229/ items/3478762/ en gesprek van Marc van den Berkmotel met Tijn en Mien van den Tillaart op 13-2-2011

  Op 6 juli 1945 werden alle biljetten van honderd gulden als een donderslag bij heldere hemel ongeldig verklaard. Alle honderdjes konden naar de bank gebracht worden, waar ze voor onbepaalde tijd op een geblokkeerde rekening worden gezet. Wie niet kon bewijzen, dat hij het geld op eerlijke wijze heeft verkregen, kon naar zijn geld fluiten en kon bovendien rekenen op een proces tegen zwarthandel.

Als volgende stap werd op 26 september 1945 al het Nederlandse papiergeld in één klap ongeldig. Tegelijkertijd werden alle banktegoeden bevroren. Iedereen kreeg een week de tijd om zijn geld naar de bank te brengen. Alles werd geregistreerd, inclusief de inhoud van de kluis, effecten, buitenlands deviezenbezit, nieuwe levensverzekerings-contracten en onlangs afgesloten hypotheken. Alleen het muntgeld bleef buiten de zuivering. Salarissen werden die week niet uitbetaald om het systeem niet in de war te gooien; de week daarop zijn de loonzakjes dubbeldik.

Een week lang, van 26 september tot 2 oktober, moet iedereen rondkomen met tien gulden: het beroemde Tientje van Lieftinck. Alleen wie tien gulden aan oud geld kon inleveren, kreeg er tien gulden in nieuwe bankbiljetten voor terug.

Minister
Lieftinck verdedigt de drastische maatregelen in het bioscoopjournaal: “Geldzuivering is niet alleen nodig om zwarte winsten op te sporen en om diegenen die zwarte winsten hebben gemaakt te treffen, maar ook omdat wij, na vijf jaar van Duitse afpersing, zo berooid zijn als niemand voor mogelijk kan houden. (..) Beperking van de geldomloop moet verhinderen dat door een overmaat van geld niet loyale elementen de beschikbare goederen aan de markt ontrekken, waarbij mensen met kleine vaste inkomens worden.”

Mien van de Tillaart – van de Ven kan zich bovenstaande nog heel goed herinneren. Alle mensen, vooral boeren, kwamen bij haar vader Driekske van de Ven (toen kassier van de Boerenleenbank) thuis om hun geld in te leveren. Het was warm weer, herinnert ze zich, en mensen kwamen met hopen geld, die vaak achteloos op tafel gesmeten werden. Het werd zó druk in huis, dat haar vader iedereen naar buiten dirigeerde om het geld daar eerst te sorteren en het dan gesorteerd en wel naar binnen mochten brengen. Haar vader telde het geld. Ze weet nog dat overal mensen geld zaten te sorteren: in de hennekooi, op stal, op de stoep, in de schop. Mensen die konden aantonen het geld ‘eerlijk’ te hebben verdiend, kregen dit op een later tijdstip weer terug. Mien vertelt dat dit ongeveer een week heeft geduurd. Het geld werd iedere dag vervoerd naar Veghel.

Verteld door Marietje van de Wijgert - Kanters d.d. 14-01-2007.   In 1942-1943 was Nico van Delft korte tijd pastoor geweest in Zijtaart. Hierna vertrok hij naar groot-Linden. Hij zocht naar een pastoorsmeid. Kerkmeester Jan van Asseldonk zei toen: "Bij ons Bet komt er een terug uit het klooster." Elizabeth van Asseldonk was getrouwd met Jan Kanters, en hun dochter Mieke was uit het klooster teruggekomen. Ze wisten er geen goeie raad mee en zo werd ze pastoorsmeid in Groot-Linden.

Rond 1945 mocht haar nichtje Marietje, dochter van Toon Kanters, toen een jaar of acht, gaan logeren bij tante Mie op de pastorie in Groot-Linden. 's Avonds moest ze samen met de pastoor en de pastoorsmeid op de knietjes het rozenhoedje binnen. Er kwam toen een klein katje binnengeslopen. Dat streek langs de benen van Van delft. Die pakte het beest en gooide het zo door de raam naar buiten.

De volgende dag kwam het plaatselijke kerkbestuur. De pastoor wilde een processie houden, en het kerkbestuur vond de weg te slecht, vol met gaten en bulten. De pastoor zei toen: "Vul die gaten maar op met de bulten, de processie moet door gaan." Marietje zei dat ze gejankt heeft van heimwee en blij was dat ze na een paar dagen met een schooljuffrouw terug mocht naar Zijtaart.

Bouwstijlen - Thema's - Groei - Organisaties - Veldnamen
Afkortingen - Toelichting verenigingen - Toelichting Huizen - Toelichting Kroniek - Downloads