Foto's Huizen Kroniek

Kroniek van het jaar 1937


Verteld door Ant vervoort op 14 juni 2007.   Ant Vervoort vertelt: “Op een zondag waren we ‘s middags niet naar het lof en de Maria Congregatie gegaan, maar naar het ijs toe. Dat was nog onder pastoor Kamp. Jans van Zutphen was kosteres of zo. Ze zag ons lopen, stopte en sprong van haar fiets af. “En witte gullie niet dat het Maria Congregatie is. Ge draait oe eige mar om en goat er naar toe, anders komt mergen de pastoor op bezoek.” Een kletsdame waar ‘t. Wij zijn niet gegaan, en de pastoor is ook nie gekomme.”

Mededeling Marc van den Berkmorel op 7-2-2016  

Volgens dat ons mam me altijd heeft verteld, heeft pastoor Kamp het huwelijk van opa en oma Timmers op 2 februari 1937 nog voltrokken; deze eucharistieviering moet oneindig lang geduurd hebben, Pastoor Kamp was immers ‘op’ (herstellende).

Krantenbericht, 6 februari 1937; 'Zijtaart', 28; grafzerk op kerkhof te Zijtaart; het bidprentje is van Erna van den Elsen, Boxtel.  







In 1937 werd pastoor Kamps na een bezoek aan het klooster onwel. Een week later, op 5 februari 1937, is hij gestorven.

 
Foto's: collectie H. Rietbergen.  









Foto's van de begrafenis van pastoor Kamp.

 

Verteld door Janus van Nunen op 15 april 2007.   “Pastoor Kamp was een goeie pastoor. De grafkelder van Pastoor kamp was helemaal gemetseld en mooi bezet. Wij waren wezen kijken. Potverdorie, wat vond ik dat mooi. Pietje der kinderen had die gemetseld. Deken Fransen deed de uitvaart.”

Nieuwe Tilburgsche Courant Zaterdag 17 april 1937  
'Zijtaart', 28, 88, 90; interview met zuster Theodosia op 14 november 2004; foto: collectie H. Rietbergen.   Pastoor M. Smolenaars werd aangesteld als opvolger van pastoor kamp. Hij ging vaak jagen en had een hond met de naam Ponta. Hij zij dan tegen de pastoorsmeid: "Als je me nodig hebt, begin dan maar de klok te luiden, dan hoor ik het wel ergens in het veld en kom ik zo vlug mogelijk naar huis." Hij was wel eens te laat terug voor het biechten. Hij liet de mensen rustig wachten en zei: "Laat ze maar zitten, dan hebben ze goed berouw." Missen begonnen vaak een half uur te laat en de Bijeenkomsten van de H. Familie en Maria-congregatie werden afgeschaft. Op een dag vertelde Maria (roepnaam Miet) van Asseldonk (later zuster Theodosia) hem, dat ze overwoog om naar het klooster te gaan. Smolenaars vroeg: "Naar het klooster?" Miet zei: "Ja, want ik wil naar de missie." Toen zei de pastoor: "O, dan vind ik het goed, maar anders kun je net zo goed thuis blijven en dan kun je net zo goed achter de raam vliegen gaan zitten vangen." Pastoor Smolenaars was goed bevriend met pastoor Van Dooren uit Eerde. Samen kochten ze in Frankrijk cognac.

Verteld door Harry van Boxmeer op 15 april 2007.  

De boeren van Zijtaart vertelden over pastoor Smolenaars. “Hij zal een kwoai boerderij krijgen, want hij schoefelt nooit.” Als hij ging jagen, liet hij de mensen wachten met biechten.“Zeg maar dat ze de zonden op de kachel zetten, dan blijven ze wèrm,” zei hij. Zijn toog was vaak smerig, daar sprong die hond Ponta tegen omhoog.

Gegevens uit oude kasboekjes van de rijvereniging in bezit van Cor Coppens.  

Piet van Asseldonk betaalde in 1936 het inleggeld voor de rijvereniging. Op 28 februari 1937 vergaderde de rijvereniging bij Piet van Asseldonk, kosten: f 0,30. Er werd in 1937 op concours gegaan in o.a. Boekel (17 mei), Gemert, Son (30 mei), Nijnsel (6 juni) en Oirschot (5 september).

In hetzelfde jaar kocht de rijvereniging laarzen, dassen en men liet rijbroeken maken voor de leden. Degenen die in het bezit zijn van een rijbroek waren op 28 april 1938: Driek Opheij, Dorus van Sleeuwen, Cor van Berkel Pzn, Cor van Berkel Jzn, Cor Habraken, Antoon Tijssen, Martinus van de Tillaart, Cornelis Pennings, Johan van Sleeuwen, Piet van de Tillaart en Piet van Eert.

Verteld door Ant Vervoort op 14 juni 2007.   Rond 1937 heeft Piet Vervoort 1 ½ jaar lang in Den Bosch in het ziekenhuis gelegen. Ant Vervoort: “ Ons vader fietse daar naar toe. Hij fietse dan met Aart Visser (Veghel, Beukelaar) mee.”

Willem van Stiphout, Uit ’n dagboek van een verhuizer (Oirschot, oktober 1984) 65-66.    Willem van Stiphout vertelt: In het voorjaar van 1937 wilde mijn (stief-)vader (Jef Huijbers) mij weer thuis hebben en zo nu en dan los werken bij een boer, dan zou ik meer verdienen, een gulden per dag en nu maar 60 in een heel jaar. Dus op woensdag 24 februari 1937 zwaaide ik af. Ik ging vaak bij ome Toon Langehuizen werken. Een rijke kinderloze boer kwam hem vragen wat een goed melkgevende koe moest kosten. Hannes heette hij. “Die heb ik een hele beste, maar die kun je niet bij mij kopen,” zei ome Toon. “Waarom toch niet, is mijn geld dan niet goed genoeg?” ”Dat wel, maar jij hebt geen vertrouwen in mij.” Ome Toon noemde een hoge prijs en zei: “Als je die koe morgen niet zelf komt melken, mag je ze niet eens zien.” Dat beloofde de boer.

Vroeg in de morgen zette ome Toon om 6 uur de klok, de wekker en ook zijn horloge een half uur vooruit naar half zeven. We fietsten toen naar het veld om te melken. We sjouwden de koeien een veld verder het weiland in en zoals altijd bonden we ze allemaal aan een touw en die bepaalde koe het laatst. We hadden ieder een paar koeien gemolken, toen we hem aan zagen komen. Met een al bijna volle emmer kroop ik onder de bewuste koe. Toen Hannes bij ons was, zei hij: “Toon wat ben je vroeg aan het melken.” Beiden haalden hun horloge uit de zak en er was een half uur verschil. Ome Toon zei: “Het is al zeven uur.” Hannes hield het op half zeven. Toen riep ome Toon: “Jonge, waar zit je?” ”Onder de laatste koe.” Hannes kwam naar mij toe en ik vroeg hem de emmer vol met melk in de kan te gieten. Dat deed hij. Hij bleef nog kijken hoeveel melk er nog uitkwam. Dus anderhalve emmer. "Wat trof je het,” zei ome Toon, "maar mijn klok is goed". Rijd dadelijk maar even mee. Dat deed hij. Ook de wekker werd er nog bijgehaald en toen zette Hannes zijn horloge een half uur terug. Hij zei: “Lever die koe morgen maar af Toon.” 's Avonds molken we die koe niet en ik bracht de koe ‘s morgens weg. Die morgen had de goeie man veel melk. Twee dagen later kwam hij klagen: “Ik heb elke dag maar een halve emmer.” “Voer je lijnkoeken?” vroeg ome Toon. Nee, dat deed hij niet, maar hij zou wel eens een doos gaan halen. Een week later was hij er weer: “Toon, ik kom niet aan die melk.” “Dan is ze veraard,” zei Toon, “dan kan ik er ook niks aan doen.”

Willem van Stiphout, Uit ’n dagboek van een verhuizer (Oirschot, oktober 1984) 67.    Vader (Jef Huijbers) was begonnen met een handel in nuchtere stierkalveren. Veel boeren hadden soms geen tijd om die te gaan zoeken in een streek waar die niet gemest werden en zo verdiende ik daar enkele guldens mee. Ik vond het heel mooi werk om die dan op te halen. Meestal in Vressel bij Nolleke van de Burgt, een café waar dan iets gedronken werd door de wachters, en dat was ik, omdat ik er te vroeg was. De brengers waren meestal te laat. Ik mocht ook wel eens rondrijden als vader geen tijd had of niet fit was. Met een transportfiets rond en teglijk opladen. Het 70-80 pond wegende kalf werd in een juten zak gedaan, kop eruit en de zak werd tot aan de nek toe dichtgenaaid. Het kalf bleef nooit lang stil liggen en ik kwam wel eens met de fiets in een sloot terecht. Later bedacht ik dat het met een aanhangwagentje beter zou gaan.

Het diploma is in bezit van Jaantje van de Ven - van Sleeuwen; het krantebericht van Graard van Eert.   ‘Zijtaart. Sluiting landbouwcursus. Bij het beëindigen van de 2-jaarlijkschen landbouwcursus werd van 19 cursisten door Dr. Deckers uit St. Oedenrode het examen afgenomen, met het prachtige succes, dat aan allen het einddiploma kan worden uitgereikt, welker namen wij hieronder laten volgen. Eerde: H. Vervoort, J. van Dijk, L. Vervoort, P. v.d. Meerakker, H. Schepers, M. Kusters, J. Kusters, M. van Erp, B. van den Oever, J. van Roosmalen, W. van den Elzen en G. van der Pol; en uit Zijtaart: J. van Sleeuwen, A. van Nunen, G. van de Ven, M. van den Tillaart, C. van Berkel, P. van Asseldonk en H. van de Linden.’

Foto collectie Harrie Vervoort; gesprek met Graard van Eert op 23 februari 2007; 'Zijtaart', 88.   In 1910 werd door de Paus de leeftijd van de Eerste Communie verlaagd van 12 naar 7 jaren. Na de Eerste Communie werden de kinderen, vooral de jongens, als groot beschouwd, in ieder geval oud genoeg om te gaan werken. Vanaf toen konden ze geleidelijk aan ook meegenieten van de geneugten van het volwassen zijn: bij de Jonge Boerenstand, fanfare of rijvereniging gaan (jeugdverenigingen bestonden er nog niet), een pijpje roken, mee naar de herberg, zakgeld, een horloge aan een ketting. Toen de leeftijd van de Eerste Communie verlaagd werd van 12 naar 7 jaar, bestond er behoefte om toch een feest te vieren op twaalfjarige leeftijd die min of meer samenviel met het verlaten van de basisschool. Dat werd de Plechtige Communie. Wanneer de plechtige communie in Zijtaart ingevoerd is, is niet bekend. Graard van Eert, geboren in 1915, herinnert zich zijn plechtige communie nog. Ook Piet van Zutphen, geboren in 1909 heeft zijn Plechtige Communie gedaan, dus rond 1921 bestond dat in Zijtaart al.

Interview met Johan van Sleeuwen op 1 maart 2007.    Op 31 augustus 1937 was Johan van Sleeuwen met zijn kameraden, Piet van Asseldonk en Cor van Berkel, op het koninginnefeest in Veghel. De Zijtaartse harmonie moest daar blazen bij Tijn Lottering in het café. Johan zei: “Kom we gaan hossen.” Er waren meiden zat. Piet van Asseldonk wist wel waar hij naar toe moest. Die ging direct op Gerarda van Erp af. Johan was op een gegeven moment aan het hossen met Ans Ketelaars. Ze gingen samen buiten schommelen, in zo’n schuitje. Johan vroeg: “Godde vanavond mee?”Dè ’s goed,” zei Ans, “maar doen moet ik het eerst nog even uit maken met Jan Berk.” Dat vond Johan maar niks en hij liet haar gaan. Ans’ zus Jaan vroeg: “Wa waar dè vur ’n geil mènneke, wor gè bij waart?” (geil is hier geel of bruin, ofwel met een door de zon gebrand gezicht.) Johan vroeg Jaan: “Wilde gè niet samen schommelen?” Dat wilde ze wel. Johan: “Dat kon ze goed. Helemaal tot boven tegen het doek aan. En dan de rem erop, dat het botste. Ik zeikte bekant in m’n boks. Ik was blij dat het stopte. Toen vroeg ze: ‘Wilde nog ’n keer.’ Dat deed ik. Ik vroeg, ‘Wilde mee vanavond?’ ‘Dè ’s goed,’ zei ze.” Vanaf nieuwjaar 1938 had hij serieuze verkering met Jaan Ketelaars en bijna tien jaar later, op 13 mei 1947, trouwden ze.

Verteld door Piet van de Tillaart (Hoeve Corsica) op 28 juni 2007.   "Jan van Asseldonk, kerkmeester, ging met de schaal rond en prevelde ‘God zal u lonen’ toen hij met de schaal rondging. Je moest weten wat hij zei, anders verstond je het niet."

Kranteberichten uit (ca.) 1937 en 1938 bewaard door Graard van Eert.  

‘Cursus Gregoriaans Tijdens de wintermaanden zal naar wij vernemen, voor het Parochiaal zangkoor een cursus worden gegeven in gregoriaanse zang welke zal bestaan uit een 12 tal lessen. Wanneer deze cursus trouw wordt bezocht, kan dit voor het zangkoor een mooie verbetering beteekenen.’

‘Hert gezien. Dezer dagen liep alhier in een der zogenaamde stegen bij de bebouwde kom een hert rustig te grazen. Toen getracht werd het dier te vangen verdween het ijlings.’

‘Zijtaart. Langvingers. Ten nadeele van den heer H.D. [Driek Dreessen] in het R.K. Liefdesgesticht alhier, werd dezer dagen een bedrag van f 17,50 ontvreemd van zijn slaapkamer. De gemeentepolitie heeft de zaak in onderzoek.

‘Past op uw drinkbakken. Ten nadeele van den landbouwer W. v. d. B. [van de Burgt, nu: Hemel 3-4] op den Doornhoek werd dezer dagen een drinkbak uit de weide gestolen, terwijl bij de kinderen R. [Rovers, nu Biezendijk 31] op de Biezen een koperen ketel werd medegenomen. Van de dader(s) geen spoor. Van een en ander werd aangifte gedaan bij de gemeentepolitie.’

‘Zijtaart. Koningsbeugelen. Door de beugelclub “Sport na Arbeid”, werd dezer dagen gespeeld om het koningschap, hetgeen werd behaald door J. van Zutphen, De uitslag van  het onderling prijsbeugelen, waaraan flinke geldprijzen werden besteed, is als volgt:

Klasse A:
1e prijs C. van Berkel Pzn. 4x20, 4x19;
2e prijs L. Fransen 4x 20, 1x19
3e prijs Joh. Van Zutphen 2x20
4e prijs G. van Eerdt 1x20, 1x19
5e prijs H. van de Linden 1x20, 1x19
6e prijs C. Habraken 3x19
7e prijs C. van Berkel 2x19
8e prijs P. van Berkel 1x19, 2x18
9e prijs Joh. van Berkel 1x19
10e prijs Joh. Van Eerdt 7x18

Klasse B
1e prijs Arn. De Koning 2x18
2e prijs C. van Eerdt 1x18, 2x17
3e prijs P. van Eerdt 1x18, 1x17
4e prijs Joh. Habraken 1x18
5e prijs L. van Sleeuwen 2x17
6e prijs H. van Eerdt 1x17
7e prijs Adr. Ophei 1x16
8e prijs Ant. Van Sleeuwen 1x15, 1x13
9e prijs Adr. Schepers 1x15
10e prijs Ant. Van Eerdt 2x14’

‘Zijtaart. Gewassenwedstrijd R.K.J.B. De uitslag van de gehouden gewassenwedstrijd alhier is als volgt: Er werden verbouwd haver, erwten, stoppelwortelen en mergstamkool.

Stoppelwortelen: Th. Van Sleeuwen met 54 punten, van de 11 proefvelden waren er 10 mislukt

Mergstamkool: met 13 deelnemers
1 Th. Van Sleeuwen 55 punten
2 Corn. Van Berkel 52 punten
3 Fr. Van de Heijden 51 punten
4 G. van Eerdt 51 punten
5 G. Brugmans 50 punten
6 G. van de Ven 50 punten
7 Joh. Van Sleeuwen Adrzn. 50 punten
8 P. vervoort 50 punten
9 P. van Boxmeer 49 punten
10 P. van Asseldonk 48 punten
11 Lamb. Van de Heijden 48 punten
12. P. pepers 47 punten
13. H. van de Linden Azn 47 punten

De resultaten van het algemeen mergkoolproefveld volgt later, daar de 10 verschillende munsters voor onderzoek zijn opgestuurd naar het Instituut voot Planten-Veredeling te Wageningen.’

‘Ongeluk. Terwijl de landbouwerszoon H. van de L. [Linden] per fiets naar het veld reed om te gaan maaien, gleed de zicht, welke hij om zijn schouder droeg, eraf en viel hem achter de linkerhand in de pols, zoodat hij zich onmiddellijk onder dokters handen moest stellen.’

Willem van Stiphout, Uit ’n dagboek van een verhuizer (Oirschot, oktober 1984) 68-70.   

In de zomer van 1937 ging ik enkele dagen op Vernhout in Sint-Oedenrode helpen met oogst maaien. Met een machine maaien en het platgewaaide koren met de hand. Ik raakte bevriend met Mies der Kinderen, die even oud was als ik. Hij woonde op de Donderdonk. Mies zei dat een van zijn zussen, die was al 23, nog geen verkering had. Toen ik Mies op zondag 15 augustus op ging halen zag ik die knappe Jaan in hun deuropening staan. Al hoewel we die avond gezellige meisjes vonden in Liempde, bleven we nergens lang. We fietsten van het ene huis naar het andere. Om goed 8 uur ging Mies met mij mee naar hun thuis. “Jaan,” zei hun moeder, “zet maar koffie.” Mies hield het gesprek gaande en ik maar kijken naar die meid. “Hoe moet je de koffie, melk en suiker?” vroeg ze. Wat klonk dat goed. De volgende paar zondagen reed ik met Mies en Janus op de fiets uit, ook naar Best en zelfs Oirschot, terwijl we maar zelden bij hun thuis kwamen.

Op een woensdagavond zou Janus zijn zus Jaan ergens op moeten halen en thuisbrengen. Ik vroeg of ik dat laatste mocht doen. Die dag werkte ik op het aardappelveld van van Lankvelt op Zondveld. ‘ s Avonds wat vroeger naar huis en in flinke vaart naar Rooi. Ik wachtte buiten. Toen ze even na zevenen nog niet thuis kwam, fietse ik haar tegemoet. In de verte onder de donkere bomen naderde een klein lampje. Dat moest wel een fiets zijn. Ik zag dat het een vrouw was. Ik reed haar na en zei: “Hallo, ben jij het Jaantje?” Met mijn hand achter mijn oor luisterde ik en ik hoorde haar “ja” zeggen. Langzaam volgde ik haar en al gauw moest ik de moed hebben om haar te vragen of ze wilde stilstaan, want we waren geleidelijk aan al dicht bij haar huis gekomen. “Als je even afstapt, dan kunnen we praten.” Ja hoor, ze stapte af en het eerste wat ik deed was haar lamp uitblazen want die konden ze van thuis af zien. “Zullen we een beetje van het fietspad af gaan staan?” We stonden op het schoor in de inrit van Kuipers weiland. Met weinig praten omhelsden we elkaar. De maan die achter het wolkendek uitkwam was de enige getuige van onze liefkozingen. Het waren overgetelijke minuten die ons levenslang zijn bijgebleven.

Vele weken ontmoetten we elkaar op deze manier en het werd vaste verkering. Op zondag 14 november zou ik bij haar thuis komen en haar ouders vragen of die het goed vonden dat wij samen verkering begonnen. Natuurlijk vonden ze dat goed, ze hadden het al gemerkt, op de paar zondagen dat ik er geweest was. Haar moeder moest toch even zeggen dat ik nog maar amper droog was achter mijn oren. Gelukkig viel het volgende mij in: “Ik zoek een meid die meer verstand heeft als ik.” Dat klonk goed en haar moeeder keek me aan of ik dan wel op de goede plaats was.

St. Jansklokken, 7 juli 1937  
Krantenknipsel uit collectie Doortje van Nunen - Brugmans.   Ties Thijssen a.jpg (279866 bytes)Ties Thijssen b.jpg (187659 bytes)Pater P.M. (Ties) Thijssen schreef zijn reisverhaal van Zijtaart naar Portugal, waarvan hier een fragment uit het tweede deel, dat zijn vertrek uit zijn ouderlijk huis in Zijtaart beschrijft. Het werd gepubliceerd op 25 september 1937.


'Het gewichtige uur van scheiden en vaarwel zeggen was geslagen. De auto rolde vóór. Maakte bij den dorren eikeboom zijn draai en wendde zich met z'n gezicht naar Veghel voor den aftocht. Nog eens gaan zitten. Bagage laten bijbrengen en vastbinden, onder de belangstelling van velen. Dan nog eens naar binnen, met veel goeden moed en verborgen inspanning van den wil. De pendule had het uur al verlengd. (Het moest voort!)

Moeder het is tijd, ik moet nu gaan. En terwijl het groote vervolg van dien dag al de kamer uitging. Nog een paar korte woorden met Moeder, die niet verder meeging. Haar handdruk en de mijne en wijfelende schreden onder veel gedachten en weinig woorden over den drempel. Met mijnheer pastoor en andere familieleden den wagen in, en onder een teer gevoel van nog pas geleden pijn wuifde ik onze naaste buren mijn vaarwel toe. We hobbelden over den strategisch-krommen keiweg van den Doornhoek. En het gaat in 't begin als met ieder gewoon rijtoertje voor plezier, we zijn even weg. De mist werd dikker en loste zich op in vallende droppels. Onze auto wiste zijn eerste tranen weg uit z'n linkeroog wat echter onze opgewektheid en goeden moed niet verstoorde. Bij den draai op den kanaaldijk kon je nog eens omzien naar de bekende en hun eigen tehuis. Maar dan vooruit.' Het ging vooruit naar Angola, waar hij vermoord zou worden.

GA Veghel, inv. nr. 36, fol. 183.   Het raadslid Van de Ven Jzn vroeg op 30 november 1937 aandacht voor de keiweg in Zijtaart. Het is daar altijd lappen met lappen en nog lappen overhouden. Ook vroeg hij om langs de berm van de Zondveldschen weg een rijwielpad aan te leggen.

Inv. nr. 1103, notulen van de gemeenteraad, d.d. 28 januari 1938.   Het schoolbestuur van Zijtaart protesteerde tegen het raadsbesluit van 30 november 1937 om de gemeentelijke vergoeding per leerling op f 5,75 te stellen en zei in beroep te gaan bij Gedeputeerde Staten. De burgemeester ging er met pastoor Smolenaars van Zijtaart over praten. Die rekende de burgemeester voor wat de school kost en kwam op een hoger bedrag per leerling uit. Maar volgens de burgemeester rekende Smolenaars nogal veel onderhoud naar één jaar toe. B&W hebben daarna de kostencijfers per leerling opgevraagd in alle omliggende gemeenten. Op enkele uitzonderingen na leek Veghel met f 5,75 aan de spits te staan. Op 17 januari 1938 schreef het schoolbestuur van Zijtaart dat ze bij het ingestelde beroep blijft. Dit werd door de raad voor kennisgeving aangenomen.

BHIC, toegang 7698, archief van de gemeente Veghel.   De lijst van militairen uit Zijtaart van de lichting van 1937 die om vrijstelling verzochten:

Naam

Geboren

 

Ouders

Adres

Beroep

Vrijgesteld wegens

Arnoldus Ketelaars

5-2-1917 te Veghel

Adrianus Ketelaars en Hendrica van den Bogaard

Ouders: Doornhoek G 12

landbouwer

geen reden om vrijstelling te verlenen

Johannes Peepers

21-10-1917 te Veghel

Martinus Peepers en Ardina van den Tillaart

Ouders: Zijtaart G 56

landbouwer

broederdienst

Franciscus Henricus Schepers

6-7-1917 te Veghel

Hendricus Schepers en Maria van Hamond

Zondveld G 102

landbouwer

broederdienst

Johannes van Sleuwen

29-4-1917 te Veghel

Adrianus van Sleuwen en Regina van Hoof

Ouders: Zondveld G 118

landbouwer

geen reden om vrijstelling te verlenen

Theodorus van Sleuwen

19-5-1917 te Veghel

Antonius van Sleuwen en Gordina van den Hurk

Ouders: Biezen G 134

landbouwer

geen reden om vrijstelling te verlenen

Sebastianus Vervoort

9-6-1917 te Veghel

Johannes Vervoort  en Babara van der Bruggen

Ouders: Doornhoek G 51

landbouwer

geen reden om vrijstelling te verlenen


Bouwstijlen - Thema's - Groei - Organisaties - Veldnamen
Afkortingen - Toelichting verenigingen - Toelichting Huizen - Toelichting Kroniek - Downloads