Foto's Huizen Kroniek

Kroniek van het jaar 1872


PA Zijtaart, parochiememoriaal pastoor Clercx; in 'Zijtaart', 18 wordt ten onrechte vermeldt dat pastoor Clercx geen memoriaalboek bijgehouden zij hebben.   Felix Antonius Clercx, een broer van de Veghelse pastoor, was kapelaan in Sint-Oedenrode. Hij had de bisschop laten weten dat hij wel pastoor wilde worden in de nieuwe parochie Zijtaart. Op 12 februari 1872 ging de bisschop daarmee accoord. De bisschop schreef: 'Ik kan den tijd nog niet juist bepalen, wanneer U Eerwaarde van die pastorij bezit zal kunnen nemen. Ik geloof dat het doelmatig zal wezen, indien U Eerwaarde in loci den toestand der Parochie ging bezigtigen, om met de bouwcommissie een en ander te overleggen; weshalve ik U Eerwaarde uitnoodig om in den loop der volgende week zich naar Zijtaart te begeven, en mij na afloop van Uw bezoek, over een en ander in te lichten en mede te deelen wanneer alles zoo ver klaar zal zijn, dat de Pastoor zijne bediening kunnen aanvaarden.'

De Zijtaartse pastoor Clercx schreef in het parochiememoriaal: 'Alvoorens de Bouwcommissie van mijne komst te hebben verwittigd, gaf ik mij volgens het verlangen van Momsieur de volgende week naar Seitaart, waar ik door die lui allerbeleefd en met vreugde werd ontvangen. De kerk vond ik nagenoeg afgewerkt, doch zonder vloer. Er moest dus rondgezien en gescharreld worden, om een en ander bijeen te krijgen. Al dadelijk kreeg ik een klein, doch zeer net altaar present van den Weledele Heer Ferdinand Adrianus Clercx, pastoor van Veghel. Dit altaar stond in de huiskapel op de pastorij te Veghel en voldeed in onze Kerk zeer goed. Behalven dit altaar werden wij ruimschoots bedeeld  door de Vereeniging van 't Allerheiligst Sacrament uit 's Bosch, waarvan ik hier het lijstje laat volgen: 1 kelk en ciborie, 1 Godslamp, 6 kandelaars, 1 stel tabelle, 1 missaal, 1 lessenaar, 1 wierookvat, 1 scheepje, 1 schel, 1 stel ampullen, 1 bediendoosje, 6 kasuifels, 3 lofsloooten, 3 pallas, 1 doopstoel, 1 biechtstoel, 2 communiekleeden, 3 misdienaarstoogjes, 3 idem kleedjes witte, 2 altaardivalen, 3 alben, 2 superplies, 6 corporaals, 12 vingerdoekjes, 15 stoolknaapjes, 3 amieten, 6 handdoeken, 1 benedictiendoek, 1 ciborie velum. Wij waren hiermede klaar en hoefde nergens meer voor stil te staan.

De week daarop ga ik natuurlijk alweer naar mijn Seitaart. Ik had Dobbe van Pelt ('s Bosch) geschreven die dag daar te zijn, om over eenen hartsteenen vloer te spreken, wij werden het eens en eerstdaags zouden zij afgezonden worden. Onderwijl liet ik een lijst rondgaan om iets voor deze bij te brengen, waarop men inteekende voor f 325,75. De vloer zal in zijn geheel zowat f 1.400,-- gekost hebben. Ook trad ik dien dag in onderhandeling met Wilm Rijckers over den aankoop van een stuk grond, ons terrein was te klein, doch hiervoor wierd het eens zoo groot, zooals het nu is. Ik kocht dit het loopese berekend tegen f 275,-- gld.'

GA Veghel, inv. nr. 24, fol. 24.   Terwijl in Zijtaart de bouw van de kerk haar voltooiing naderde, brachten op 6 maart 1872 de raadsleden Van Sleeuwen, Verhoeven en Van Eert, de gemeentelijke subisidieverlening voor de Zijtaartse kerk opnieuw voor de gemeenteraad. De burgemeester herhaalde het oude verhaal dat besloten was geen beslissing te nemen zolang er geen eenstemmigheid tussen de belanghebbenden bestond, de toestand was nog onveranderd. Van de Bergh zei dat de gemeenteraad door de bouwcommissie bovendien miskend was. De lange Veghelse tenen deden nog zeer. Het raadslid Verhoeven vroeg of dan ooit aan de gemeenteraad om de geschikte plaats gevraagd is. Van den Bergh antwoordde dat dit in elk geval behoorde te geschieden, wanneer men een aanspraak op subsidie wil maken. Van den Heuvel zei dat gedane zaken geen keer nemen en vroeg zich af of er toch geen beslissing genomen kan worden om eindelijk eens een einde aan deze kwestie te maken. Raadslid dr. Van den Bergh vond zo'n besluit in strijd met de zelfstandigheid van de raad en weigerde prinicpieel om er aan mee te werken. Mocht er om subsidie gevraagd worden voor een pastorie en een begraafplaats dan zou hij dat verzoek misschien wel willen steunen. De bouwcommissie werd gelegenheid gegeven een aangepast verzoek in te dienen.

PA Zijtaart, parochiememoriaal.   Pastoor Clercx: 'Er moest ook gezorgd worden voor banken en stoelen. Deze bestede ik aan aan Gerardus de Poorter, timmerman te St. Oedenrode, volgens eene teekening van Jan Verbruggen uit Veghel. De groote banken aan maakloon voor f 13,-- de kleine naar evenredigheid, en de stoelen voor f 160 met bijlevering van hout en matten. Dit allemaal moest met spoed geschieden en dit gebeurde ook, reeds in het midden van april was de vloer gelegd en waren de banken en stoelen gereed, zoodat men al aanstonds tot de verpachting van dezelve overging. Dit was een gewigtige dag, die veel zoude beslissen. Ik drukte dit de aanwezigen nog eens sterk op het hart, en daarmee: Wie biedt geld voor de eerste bank? "Veertig gulden", riep Jaan Reijbroek. Ik verschoot er van en kon mijn ooren bijna niet geloven; die eerste bank klom tot f 47,--, andere tot f 50,--, 51 toe. Kortom, na de verpachting maakten wij de rekening op, en kregen de aanzienlijke som voor banken en stoelen f 1.374,--. Deze dag dus was een allergunstigste dag voor de parochie, met zulk jaarlijks inkomen kon veel gedaan worden.'

Op 15 mei werd de parochie Zijtaart formeel opgericht. De naam werd 'Zijtaart', de grenzen volgden het eerdere voorstel en de vier leden van de bouwcommissie werden aangesteld als de eerste kerkmeesters.

GA Veghel, inv. nr. 1194, nr. 18; 'Zijtaart' 1.

  Het eerste gebouw dat in het centrum van Zijtaart gebouwd werd tegelijk met de kerk was een cafť tegenover de kerk. Het cafť werd op 18 april 1872 in gebruik gesteld. Andere panden die in 1872 gebouwd werden zijn voorgangers van de huidige adressen Pastoor Clecxstraat 38, 53-55 en Korenmolenweg 1.

GA Veghel, inv. nr. 24, fol. 26.   Ondertussen ging het gekrakeel met de gemeenteraad rustig verder. Op 18 april 1872 besprak de gemeenteraad het nieuwe verzoek om een renteloze lening voor de bouw van de kerk, of anders een gift voor de bouw van pastorie en aanleg van een begraafplaats. De burgemeester wilde eerst uitgemaakt zien of er een subsidie of een renteloze lening gegeven zou worden. Het lid Smits was voor een renteloze lening. Van Eert vond: ‘wij moeten subsidieren voor den bouw der kerk, zooals ook voor de andere kerken is geschied.' Van Eert vreesde dat Gedeputeerde Staten het besluit om de bouw van pastorie en begraafplaats te steunen niet zouden goedkeuren. Met algemene stemmen werd besloten een renteloze lening te geven. Hoe hoog moest het bedrag zijn? Lid Van Eert zei dat Zijtaart evenveel toekomt als voor de kerk van Veghel gegeven is, "zij zijn de Voorzienigheid in der gemeente even nabij als wij". Jan van Sleeuwen, als lid van de bouwcommissie, antwoordde dat de commissie tevreden zou zijn met een voorschot in verhouding tot wat door de kerk van Veghel genoten is. B&W zouden in de volgende vergadering met een voorstel komen.

PA Zijtaart, parochiememoriaal.   Pastoor Felix Antonius Clercx werd op 19 April 1872 officieel benoemd als pastoor van Zijtaart. Hij was geboren te Neerpelt den 29 Maart 1825, priester gewijd op 25 mei 1850. Hij werd, na enige tijd assistent te zijn geweest te Leende, benoemd tot Kapelaan te Sint-Oedenrode. Zijn gezondheid was al slecht toen hij de pastorale zorgen aanvaardde (hij leed  aaen een soort asthma of kortademigheid), wat na verloop van tijd steeds erger werd.

PA Zijtaart, parochiememoriaal.   Op 23 april 1872 werd de kerk ingezegend. Pastoor Clercx: 'Onder eene grooten toevloed van menschen uit de omliggende Parochien, als de Eerde, Erp, St. Oedenrode, en vooral Veghel, werd een solemneele Mis opgedragen door den benoemden Pastoor, geassisteerd door de twee kapellanen van Veghel, de Eerwaarde Heer Evers en Verberne. De collecte, welke onder de H. Mis met zilveren blaadjes geschiedde, bragt ruim f 83,-- op. Na den middag geschiede er een plechtig lof met Te Deum tot dankzegging aan God, en werd de dag verder in vreugde en de beste orde geeindigd.' Een week later, op 1 mei 1872, werd de eerste steen gelegd voor de nieuwe pastorie. De bouwtekening werd gemaakt door Jan Verbruggen uit Veghel.

BHIC, Provinciaal Bestuur, toegang nr. 17, inv. nr. 1380   Op 29 april 1872 schreef Aarsbisschop Zwijsen de volgende brief aan de regering om een jaarwedde voor de Zijtaartse pastoor aan te vragen

De missive van uwen ambtsvoorganger den W.E. den Heer Minister van Justitie nr. 29 september 1870 nr. 11/2155, waarbij mij het nevensgaande rekest werd overgelegd van een door mij benoemde commissie uit de R.K. ingezetenen van de gehuchten Seitaart, Zonderveld, Doornhoek en Biezen, kerkelijk tot de parochie Veghel behoorende, verzoekende dat aan den pastoor der voor die gehuchten op te rigten parochie eene jaarwedde van f 400 mogen worden toegelegd, bleef door mij tot dusverre onbeantwoord.

De reden dier vertraging was gelegen in de vrees dat die ingezetenen in hun bekrompen vermogen niet de middelen zouden kunnen aanbrengen noodig om de kosten der stichting van die genouwen te bestrijden. De door mij benoemde commissie, doordrongen van de groote noodzakelijkheid der oprigting eener afzonderlijke kerkelijke gemeente aldŠŠr, is ontusschen met ongeŽvenaarde ijver blijven voortgaan om fondsen te creŽren en noodige maatregelen te nemen tot stichting der noodige gebouwen. Hun ijver en zorgen zijn thans met die goeden uitslag bekroond geworden, dat eene doelmatige kerk in gereedheid en de pastorij in aanbouw is, zoodat ik thans U.W.E. voldoende zekerheid kan geven, dat de kosten der stichting van de noodige gebouwen bestreden zullen kunnen worden.

Ik heb dan ook nu, door de beweegredenen in bijgaand rekest aangegeven, waarmede ik mij volkomen vereenig, overtuigd van de groote noodzakelijkheijd der oprigting van die nieuwe zelfstandige kerkelijke gemeente, geoordeeld aan hunnen vorige wenschen en aan de groote behoeften tegemoet te moeten komen en bij besluit van den 15 april j.l. N586, in de gehuchten Seitaart, Zonderveld, Doornhoek en Biezen, allen onder Veghel geklegen, eene zelfstandige parochie opgerigt, onder de benaming van de parochie Seitaart. Ingevolge aan bovengenmelde mssive heb ik de eer nog de volgende mededeeling te doen.

De grenscheiding der parochie Seitaart is als volgt. Aan de noordzijde door den Nieuwen Oedenrodenschen Dijk [dit is de huidige Biezendijk], afgescheiden van de parochien Veghel en Eerde. Aan de westzijde door den Sonschen dijk, eene voortzetting van genoemden Biezenschen dijk [nu Krijtenburg], behoudens twee huizen aan de oostzijde van den Sonschen dijk gelegen en thans onder parochie Eerde behoorende (en de gemeentelijke limiet van St. Oedenrode), afgescheiden van de parochie St. Oedenrode en de Eerde (nu Weievenseweg 40 en 42). Aan de zuidzijde door de gemmeentelijke limieten van Lieshout en Erp, afgescheiden van de parochiŽn Lieshout en Erp. Aan de oostzijde door de gemeentelijke limiet van Erp en den Onderdijk der Kanaal, afgescheiden van de parochiŽn Erp en Veghel.

Het getal zielen bedraagt op het oogenblik 635 en het getal communicanten 490.

De kerkelijke naam is de parochie van Seitaart onder de bescherming van de H. Lambertus en ressorteert onder het Dekenaat Helmond.

De nieuwe kerk is gelegen in het gehucht Seitaart in de nabijheid der openbare school, op nagenoeg een uur afstand van de parochie van Veghel, den aanbouw zijnde pastorij is gelegen bij de kerk.

Tot pastoor dier opgerichte parochie is bij besluit van den 24e april jl. benoemd Felix Antonius Clercx, geboren te Neerpelt den 29 maart 1825, in de laatste mutatie staat opgegeven als benoemd tot assistent te Veghel, in de volgende mutatie staat zal opnieuw van deze benoeming kennis gegeven worden.

Aangezien de ingezetenen van bovengenoemde gehuchten in bekrompen toestand verkeeren en in die bekrompenheid na de groote offers welke zij tot stichting der kerk gebragt hebben, weinig of niets tot onderhoud van den pastoor zullen kunnen aanbregen; aangezien wij n bovengemelde missive van 29 september 1870 voldoende vooruitzigt werd gegeven op de gewone Rijks jaarwedde van f 400,--, zonder welk vooruitzigt ik nimmer tot de oprigting van de parochie Seitaart zou hebben durven overgaan, durf ik nu Uwe welwillendeheid inzoeken ten einde door tusschenkomst van Uw ambtgenoot de Minister van FienanciŽn de gewone jaawedde van f 400,-- aan de door mij benoemde titularis moge toegekend worden.

De Aartsbisschop van ’s-Hertogenbosch, J. Zwijsen.

GA Veghel, inv. nr. 24, fol. 28v.   Op 6 mei 1872 stelde B&W de gemeenteraad voor om voor de stichting van een pastorie en begraafplaats bij de nieuwe kerk te Zijtaart een renteloos voorschot te verlenen van f 2.500. Aflossing te beginnen 10 jaar na het ingebruik nemen van de pastorie in tien jaaarlijkse termijnen. Raadlid Van Eert vond dat veel te weinig, vergeleken met wat destijds voor de kerk van Veghel gegeven was. Jan van Sleeuwen merkte op dat het bedrag zelfs nog niet in verhouding staat tot het door de parochie Eerde genotene. Van den Bergh maakte duidelijk, dat als men destijds de kerk verder richting Zondveld, ergens in het Reibroek had laten bouwen, de gemeente wel meer gegeven zou hebben. Acht raadsleden stemden voor het voorstel van B&W en Van Eert en Reijbroek stemden tegen. Uit latere bronnen blijkt dat uiteindelijk een lening van 2.000 gulden gegeven werd.

BA, parochie Zijtaart.   J.W. van Son feleiciteerde in een brief van 11 mei 1872 het nieuwe kerkbestuur. 'God zy er over geloofd en gedankt, want het is zyn werk! Maar na God komen er de verdiensten van toe aan Ulieden, met den braven Van Weert aan het hoofd.  Uw moed, Uw vertrouwen in de goede zaak en uwe volharding, hebben den Hemel en de aarde geweld aangedaan. Ik heb een enkelen keer met U gepraat en eenige letters geschreeven: doch daar zat het niet. Uw moed, die niet bezweek, Uw reizen, herreizen en nog reizen, Uw geduld, het niet ontzien noch sparen van moeiten, van tydverlies, kosten enz., dat heeft den doorslag gegeven. (..) en dat de namen van Van Weert en van al de leden der Commissie eeuwig in dankbaar aandenken blijven!'

PA Zijtaart, parochiememoriaal.   Vrij snel na de bouw van de kerk werd er een mannenzangkoor opgericht, met als patrones de H. Cecilia. Uit het reglement van 1872: om vast lid van het zangkoor te kunnen worden moet men 18 jaren oud zijn, onbesproken van gedrag en genoegzaam geoefend in de kerkzang. De aspirantleden delen in alle voorrechten van de vaste leden, maar hoeven slechts halve boeten te betalen. Elk zanger krijgt een sleutel van het zangkoor en moet bij het op- en afgaan de deur sluiten op boete van 10 cent. Zonder toestemming van de president mag hij geen niet-leden op het koor toelaten onder eene geldboete van 25 cent. Alle koorleden hebben een vaste plaats en moeten stil zijn onder de H. Mis. De zangers moeten geregeld de repetities bijwonen. Deze zijn van 1 september tot 1 april op maandag en vrijdag van 7 tot 8 uur. Die van de repetitie afwezig blijft, of meer dan een kwartier te laat komt, betaalt een boete van 10 cent. Die op klokslag te laat komt, betaalt 5 cent. Ook betaalt men een boete als men niet, of te laat komt bij het zingen op zon- en feestdagen. Tot bewijs van aanwezigheid moeten de zangers op het koor hun namen uittrekken op het schuifregister.

Provinciale Courant Noord Brabant, 11 juni 1872; BHIC, toegang 17, Archief van het Provinciaal bestuur, inv. nr. 6141.  

'Zondagavond (9 juni) is de zoon van den kastelein v. L. te Sijtaard nabij Veghel door den persoon B. genaamd met een mes een steek in den buik toegebragt, welke een gevaarlijk aanzien heeft.'

Op 11 juli 1872 volgde de rechtszaak. De dader was Christiaan Boudewijns, oud 49 jaar, geboren en wonende te Veghel. Boudewijns stak op 9 juni 1872 te Zijtaart moedwillig Petrus van Lith in zijn buik. De eis is vijf jaar tuchthuis. Een neef van Boudewijns zag dat de dader onverhoeds, zonder dat daar een ruzie aan vooraf ging, met een mes in de buik van het slachtoffer stak en dat deze gewond neerviel. Boudewijns liep daarop weg. Hij ging direct naar Den Bosch waar hij zich meldde bij de politie en zijn daad bekende. De rechtbank zag verzachtende omstandigheden, want Boudewijns was door zijn familie slecht behandeld. Hij bezat niets meer en was daardoor 'vertwijfeld geraakt'. De rechter gaf Christiaan Boudewijns vier jaar gevangenisstraf. De dader zat zijn gevangenisstraf in Hoorn uit. In de stukken staat dat hij getrouwd was met Hendrika van der Braak, 1.78 meter groot was, niet kon lezen of schrijven en verlamd was aan zijn rechterbaan. Hij zal wel kreupel gelopen hebben.

De krant schrijft in een naschrift bog: 'Naar men heden (10 juni) verneemt is de met een mes verwonde persoon v. L. aan de gevolgen overleden.' De krant brengt de leugen uit het land, want Petrus van Lith was niet aan zijn verwondingen overleden. Hij trouwde in datzelfde jaar en bouwde toen het pand dat nu adres Pastoor Clercxstraat 55 heeft: cafe Kleingeld.

PA Zijtaart; www.bhic.nl   Voornoemde Petrus was een zoon van Egidius van Lith. Egidus (of Dielis) van Lith werd in 1802 in Lieshout geboren. Hij werd timmerman en trouwde in 1832 in Veghel met Wilhelmina Boudewijns. Hij woonde na zijn huwelijk in de gemeente Veghel. In 1871 kocht Egidius het huis met huidig adres Pastoor Clercxstraat 25, waar hij ook bier verkocht. Zijn zonen traden in de voetsporen van hun vader:

Johannes (geboren in 1833) werd timmerman. Hij trouwde in 1867 en was naast timmerman ook kastelein op Soffelt (huidig adres: Zondveldstraat 14, later cafe Van de Sanden).

Lambertus (1836) ging na zijn huwelijk in Erp wonen en was ook timmerman. Diens zoon Johannes was timmerman in Zijtaart (Pastoor Clercxstraat 21, later 26).

Laurentius (1841) was timmerman en verkocht bier. Hij volgde zijn vader op in het ouderlijk huis (Pastoor Clercxstraat 25), hij trouwde pas op latere leeftijd (in 1888). Het huis werd in 1914 verkocht aan Hannes van den Brand. Later woonde er Hannes' nicht Drika Delissen.

Petrus (1844) was ook timmerman en kastelein in Zijtaart (Pastoor Clercxstraat 55, nu cafe Kleingeld). Petrus kreeg tussen 1873 en 1886 kinderen en leefde nog toen zijn vrouw in 1896 overleed.

 
PA Zijtaart, parochiememoriaal.   Half juni 1872 stond de pastorie al onder dak, en tegen Allerheiligen was het gebouw zo ver klaar, dat de pastoor, die voolopig in het schoolhuis gewoond had, naar de nieuwe pastorie verhuisde. In 1873 werd de pastorie voltooid.





Bewaard gebleven plafond-schilderingen in de pastorie


De kerktoren was in 1872 tot boven de kerkdeur gebouwd en in 1873 afgebouwd. De toren werd gebouwd volgens de plannen van Jan Verbruggen onder leiding vooral van Lambertus van den Landen, timmerman te Veghel. Architect van Tulder zou graag ook de toren gebouwd hebben maar zijn tekening viel minder in de smaak en ook had de pastoor om de vroegere problemen tussen hem en de bouwcommissie liever niet meer met hen te doen. Van Son schreef in zijn brief van 11 mei 1872 nog over de problemen met de Bossche aannemer Van Mierlo.

In 1872 en 1873 werd er ook gebouwd aan de tweede sacristie, WC's, en ook werden de tuin en het kerkhof voltooid. Pastoor Clercx: 'Zoo hadden wij voor die korten tijd al veel gedaan voor het uitwendige en de nieuwe parochie van Seitaart kreeg hiermede al een tamelijk goed aanzien, menigeen die het vroeger niet wilde, zou het nu al gewild hebben.'

BHIC, Kantongerecht Veghel, toegang 42 inv. nr. 16 vonnis 4257 d.d. 29-7-1872   Lambertus Goossens, 33 jaar, wonende Moleneinde te Uden, is op 1 juli aangehouden omdat hij stomdronken over de straat bij haven van Veghel waggelde. Hij krijgt van de rechter een boete van drie gulden. Hij vermoordde in 1887 Mie de Heks uit Zijtaart.

BHIC, Kantongerecht Veghel, toegang 42 inv. nr. 16 vonnis 4273  d.d. 19-8-1872   Joannes Smits, 16 jaar, schaapherder bij Cornelis Oppers op het Zondveld onder Erp, kreeg een boete van drie gulden, omdat hij de kudde schapen laten grazen op andermans grond.

GA Veghel, inv. nr. 24, fol. 38.   Op 3 september 1872 zei raadslid Jan van Sleeuwen dat de pastoor van Zijtaart verzocht heeft om na de sloping het kruis van de gemeentetoren te mogen hebben voor de kerk te Zijtaart. Dit werd zonder discussie goedgevonden.

BHIC, Kantongerecht Veghel, toegang 42 inv. nr. 16 vonnis 4301 d.d. 11-11-1872   Wilhelmina Constant de vrouw van Johannes Waggelmans, 63 jaar, ruilebuitster. Ze werd op een zandweg op den Biezen aangehouden omdat haar hond bespannen voor een kar geen muilkorf aan had. Ze krijgt 3 gulden boete.

GA Veghel, inv. nr. 24, fol. 39v.   Gemeenteraadsvergadering op 13 november 1872. Gezamenlijke brief van de hoofdonderwijzers Peters [Veghel], Vermolen [Zijtaart] en Kantelberg [Eerde]. Vanwege de gestegen steenkolenprijzen verzochten zij om een toelage voor de verwarming van de scholen. De raadsleden steunden het verzoek. De toelagen bedroegen voor Veghel 40 gulden, voor Zijtaart 20 gulden en voor Eerde 35 gulden.

Karel van Eert, 'Oude Herinneringen', in: Brabants Dagblad d.d. 1961.   Karel van Eert in 1961: 'Toen ik in het Brabants Dagblad van 31 maart en 7 april j.l. de foto's zag staan van Zijtaart, o.a. de kerk, pastorie en jongensschool, en het oude schoolgebouw in de Spekstraat, en las dat de eerste onderwijzer in Zijtaart een zekere Van Dam is geweest, toen kwamen bij mij oude herinneringen in mijn gedachten. Ik ben 19 augustus 1877 in Zijtaart geboren en gedoopt in de kerk die daar enkele jaren voordien door bouwpastoor de Zeereerw. heer Klerkx was gebouwd. (..)

Volgens ik mij nog herinner, en later van mijn ouders gehoord te hebben, dat met de kerk op Zijtaart, toen tegelijk ook de standaard windmolen gebouwd was door een molenaar uit Helmond, een zekere Willem Lammers, van wie mijn vader een paar jaar later de molen gekocht heeft. Voordat de kerk en de molen op Zijtaart stonden moesten de inwoners om een H. Mis te horen van Zondveld uit ruim vijf kwartier naar een kerk en de overigen ongeveer ťťn uur, en om gemalen te krijgen moest men naar de watermolens [te] Erp, Wolfswinkel of St. Oedenrode. In Veghel lag bij de stenen windmolen een stoommachine die bij windstilte ook kon malen en kon men dus ook daar terecht.'

Bouwstijlen - Thema's - Groei - Organisaties - Veldnamen
Afkortingen - Toelichting verenigingen - Toelichting Huizen - Toelichting Kroniek - Downloads